Ronald Mulder miste op een haar na een medaille. Hij klokte 23,758 seconden en kwam 0,02 seconde te kort voor het brons, dat ging naar de Fransman Nicolas Pelloquin. Het zilver was voor Ioseba Fernandez, die verrassend genoeg wéér verloor van De Souza, net als vorig jaar.

Voor Ronald Mulder was de vierde plek een teleurstelling. "Vorig jaar werd ik derde, vrijwel tegen dezelfde jongens. Ik wilde graag beter." Dat had ook gekund, zo weet hij. "Ik nam expres veel risico in de laatste bocht. Ik heb de videobeelden van de kwalificatie teruggekeken en besloot om meer risico te nemen dan normaal en koste wat kost drie slagen te maken in de bocht, in plaats van twee."

In plaats van meer snelheid te maken, verloor hij zijn balans. "Ik maakte twee en een halve slag, verloor mijn ritme en concentratie en had daardoor een slechte finish. Ik had moeten vertrouwen op mijn kracht, maar ging voor alles of niets."

De snelste man van de dag won dus bij de junioren A. Simon Albrecht klokte 23.003 seconden, een tijd nog nooit op een officiële piste gereden en maar liefst 0,9 seconden sneller dan het wereldrecord. De tijd wordt als zodanig niet erkend, omdat wereldrecords alleen op wereldkampioenschappen gereden kunnen worden.

Rémon Kwant moest het in deze categorie tegen het nieuwe fenomeen opnemen. "Dan weet je dat het onmogelijk is om te winnen." Neerlands beste sprinter werd vierde. "Ik kom hier wel voor meer, moet ik zeggen. Ik was nog niet scherp genoeg. In de trainingen heb ik een paar tienden sneller geopend dan vandaag."

Over Albrecht: "Ik rijd al jaren tegen hem, helaas. Hij is een klasse beter. Ik denk dat ik op de 300 meter de beste kans op een medaille had, maar op een 1000 meter is hij misschien beter te verslaan. Je hebt dan het spel en de vermoeidheid."

De koning van de 300 meter is de Nieuw-Zeelander Kalon Dobbin, viervoudig wereldkampioen op deze afstand. Hij traint het grote talent. "Hij zal normaal gesproken de komende jaren gaan domineren. Wat hij het hele seizoen al laat zien is ongelofelijk. Het gat met de snelste senioren is enorm groot. Ik schat zo in dat hij mijn record de komende jaren gaat verbreken. Hij is een bewegingstalent. Heel ontspannen en toch enorm explosief. Dat kan bijna niemand."

Bianca Roosenboom was bij de dames de snelste Nederlandse. Ze werd achtste in 26,594 seconden, goed voor een nationaal record. Negende werd Lisanne Buurman in 27,254 seconden.

De winst ging naar de Italiaanse Erika Zanetti, die in haar carrière al meer dan twintig Europese titels verzamelde. Ze verschalkte de locale favoriete Laethisia Schimek met 0,1 seconde.