Het was een veelbelovende start van de Vierdaagse, donderdag in Leeuwarden. Hels tempo, veel vluchtpogingen en voldoende actie. Van Remco Schouten bijvoorbeeld, die hard op weg leek naar een ronde voorsprong. Hij kreeg de volledige steun van zijn ploeggenoten en had uiteindelijk de staart van het peloton voor het grijpen. Hooguit twintig meter scheidde hem nog van een ronde voorsprong, maar dat bleek twintig meter te ver.

’’Balen’’, was Bart Mol kort daarover. ’’We hebben het geprobeerd, maar uiteindelijk lukt het net niet. Gegokt en verloren. Doodzonde.’’

In het vervolg waren er vijftien rijders die er wel in slaagden een ronde voorsprong te pakken. Die grote groep mocht aan het einde ook de prijzen verdelen. Zo leek het althans, maar vier mannen maakten zich los van hun medevluchters. Leander van der Geest, Frank Vreugdenhil, Rick Smit en Jan Korenberg reden ver weg en een extra ronde voorsprong gloorde. Tot de samenwerking in de groep wegviel.

’’Niet iedereen wilde rijden’’, stelde Vreugdenhil. ’’Dan heeft het geen zin verder te rijden. Ik kan niet alles samen met Leander van der Geest doen. Want die wilde ook wel. Van Korenberg weet ik niet of hij niet kon of niet wilde. Rick Smit wilde in ieder geval niet. Begreep ik ook nog wel, want hij had Gary Hekman achter zich.’’

Precies dat was inderdaad de reden voor coach Roy Boeve om zijn veto uit te spreken over de kopgroep van vier. Want daar kwam het beteugelen van Smit in principe op neer. ’’Ik mocht inderdaad niet rijden’’, beaamde Smit. ’’Boeve wilde gokken op Hekman omdat hij dat meer een zekerheid achtte. Daar baalde ik op zich wel van, omdat ik zelf ook een kans had. Maar voor het team schik ik me dan wel in die tactiek. Dat moet je ook doen, vind ik. Mijn kans komt nog wel.’’

Bovendien zag Smit hoe Hekman inderdaad de finale naar zijn hand zette in naar de winst sprintte. Bijna kwam hij overigens niet eens zover, want op de bel ging Hekman net niet tegen het ijs. ’’Bob de Vries wilde naar buiten, ik hield hem redelijk dicht. Tja, we willen allemaal op dezelfde vierkante meter rijden. Kan gebeuren.’’

Bart Swings dichtte in de laatste ronden het gaatje naar de kopgroep van vier, tot genoegen van Hekman. ’’Daar was ik wel blij mee, ja. Vervolgens kon ik het goed afmaken.’’ Vrijdag in Utrecht start hij dus in het hexapak. ’’Een gruwelijk lelijk pak’’, oordeelde Hekman. ’’Maar ik wil er wel in rijden.’’

De man uit Kampen is blij met de terugkeer van de meerdaagse. ’’Dit is marathonschaatsen’’, stelde hij onomwonden. ’’Zo hoort het, denk ik. Als je het beeld schetst dat schaatsers echte doordouwers zijn, dan moet je zoiets neerzetten.’’ Hij kijkt wel met enige vrees naar het vervolg. ’’Ik ben nu al bang voor de komende drie dagen als het elke dag vanaf de start zo’n koers is. Onderweg zag ik gemiddeld een rondje 30,1 staan. Da’s best hard.’’