Tickets
Shop
Nieuws 15 jun 2022

Skater Glenn Nijenhuis moet écht sprinten tegen schaatser Stefan Westenbroek

Met twee pijnlijke liezen nam inlineskate-sprinter Glenn Nijenhuis op de eerste dag van de Reggeborgh Vierdaagse in zijn eigen Heerde de bloemen en felicitaties in ontvangst. “Eigenlijk is die 100 meter sprint een heel naar nummer, maar ik voelde me hier wel een beetje aan m’n stand verplicht mee te doen.” En met een knipoog er achteraan: “En ook te winnen.”

Foto : Glenn Wassenbergh

Dat deed hij, al werd het finaleduel over goed tien seconden met ‘vreemde eend in de bijt’ Stefan Westenbroek geen appeltje-eitje. Nijenhuis steekt er momenteel in Nederland redelijk bovenuit als het gaat om de kortste afstand in skeelerland. Als hij aan de startlijn verschijnt, weet de concurrentie zich meestal al verjaagd naar andere ereplaatsen. Dat gold woensdagavond niet voor de onbevangen Stefan Westenbroek die van mening was dat hij ‘toch niets had te verliezen’. De 20-jarige langebaanschaatser van Team Reggeborgh dook in het Veluwedorp op om eens te zien of er in dat gespierde lijf en de afgetrainde benen nog wat van zijn vroegere skeelerskills terug te vinden waren. In de ochtenduren had hij thuis op een rustige weg een proefstartje gemaakt.  “Dat liep voor geen meter", klonk het lachend enkele uren voordat de Vierdaagse van start ging met het sprintprogramma. "Ik heb al zes, zeven jaar geen wedstrijden meer gereden op die dingen. Het lijkt me leuk, wanneer het schema van de ploeg dat toelaat, de oude discipline weer op te pakken. Geen idee hoe dat zal gaan”, sprak hij.

Wat Westenbroek, ijsspecialist op de 500 en 1000 meter, liet zien was meer dan behoorlijk. In het veld van dertien senioren knalde hij naar de tweede tijd (10,385), amper achthonderdsten achter die van Nijenhuis. Dat bracht hem meteen in de finale van het minitoernooi (dat pas zaterdag op de slotavond van de Vierdaagse wordt hervat). Nijenhuis maakte een foutje in de eindstrijd, zette eigenlijk ook iets te vroeg aan voor de jump naar de finishlijn, maar wist Ommenaar Westenbroek wel af te troeven. Het verschil was minimaal: 10,182 om 10,202 seconden. Rens Nieuwenhuis legde beslag op de derde plaats, zonder dat hij een tegenstander in de baan trof. Rémon Kwant had zich kort voor de eindstrijd afgemeld met een lichte beenblessure.

De grimas op Nijenhuis' gezicht verried dat de spagaat niet goed was bevallen. “Die honderd meter is echt een kloteafstand, omdat het een enorme aanslag betekent op de liezen. Het liefst rijd ik het nummer niet te vaak. Vorig seizoen deed ik er drie, nu zit ik al op zeven of acht. En deze kwam heel kort op het weekend in Madeira dat lood- en loodzwaar was qua programma. De hele dagen racen, laat klaar, weinig nachtrust en bovendien ontbrak het me aan een fysio die me tussendoor wat had kunnen oplappen. Dat moet nu hoognodig gebeuren, wil ik zaterdag in Staphorst ook nog meedoen aan de tweede wedstrijd. Als mijn liezen nog zo stijf zijn als vanavond, laat ik die race schieten. Want ik wil mijn kansen voor de NK van volgende week in het Vondelpark niet vergooien.”

Stefen Westenbroek kon meteen goed mee in het sprintgeweld. | Foto : Glenn Wassenbergh

In het beroemde Amsterdamse stukje groen, waar op zondag 26 juni ’s middags de nationale titels op de sprint worden verdeeld, zal ook Westenbroek van de partij zijn. “Ja, ik vind het ontzettend leuk, al is het enorm wennen. Bij Reggeborgh skeeleren we wel veel, maar dat gebeurt op de schaatsmanier, een enorm verschil met wat inlineskaten op het hoogste niveau inhoudt. De eerste honderd meter schaatsen wijkt ook erg af van deze sprint. Het is eigenlijk keihard rechtdoor rennen.”

Bij de vrouwen zegevierde de rappe Fleur Huls. Ze bleef in de finale Lataesha Narain net voor (11,438 tegen 11,443), terwijl Angel Daleman tamelijk eenvoudig Alise Smit de baas bleef: 11,526 tegen 11,944


Deel dit artikel op
Ben jij een echte schaatsfan? inschrijven als schaatsfan