Tickets
Nieuws 27 okt 2021

Strijdbare Blokhuijsen: 'Die tijden heb ik eerder ook gereden'

Als er iemand is die weet hoe je in een olympisch seizoen moet pieken, is het Jan Blokhuijsen wel. De 32-jarige allrounder, onlangs vader geworden van een tweede, nam al drie keer deel aan de Olympische Spelen en hoopt er ook volgend jaar in Beijing 'gewoon' weer bij te zijn. "Ik weet dat ik het kan, dat heb ik al vaker laten zien."

Foto : Neeke Smit

Aan de vooravond van zijn veertiende NK Afstanden, die van vrijdag tot en met zondag in Heerenveen worden verreden, durft Blokhuijsen wel te zeggen dat hij er goed voor staat. Zijn 6.15,54 op de 5 kilometer, gereden tijdens een trainingswedstrijd in Inzell, is daar volgens hem een mooi bewijs van. "De conditie is goed, de benen doen wat ze moeten doen", stelt Blokhuijsen, die daaraan toevoegt dat hij nog altijd aan het revalideren is. Aan het begin van de zomer – eind mei – was de rijder van Team IKO namelijk betrokken bij een auto-ongeluk, waar hij een whiplash aan overhield. "Dat was wel even schrikken", vertelt hij.

"Bij het verlaten van een rotonde klapte iemand met 40 kilometer per uur tegen de achterkant van mijn auto aan en reed zijn auto total loss. Tja, dan denk je wel: wat nou als iemand in de file met 100 kilometer per uur tegen je aan knalt?" Blokhuijsen spreekt van geluk dat het 'slechts' bij een whiplash is gebleven. "Voor mij was een whiplash altijd iets vaags, maar nu weet ik wat het is. Hoewel ik sommige dingen nog steeds niet kan doen vanwege pijn in m'n nek, heb ik zo goed als het ging alle trainingen afgewerkt. Het schema hebben we uiteraard wel een beetje aangepast."

Met de Daikin NK Afstanden voor de boeg mikt een gebrande Blokhuijsen in eerste instantie op plaatsing voor de World Cups, waar hij naast de individuele afstanden ook op de team pursuit en mass start hoopt uit te komen. Met name op die laatste twee onderdelen ziet de Noord-Hollander kansen. "Ik denk dat iedereen wel weet wat 'ie aan me heeft op de ploegenachtervolging, daar hoef ik me niet meer voor te bewijzen. Daarnaast heb ik laten zien dat ik mass starts kan winnen, dus hopelijk mag ik in de World Cups laten zien wat ik waard ben."

Blokhuijsen, die in 2018 Europees kampioen werd op de mass start, beseft echter dat hij niet de enige rijder is met olympische mass start-ambities. "Het is een mooie afstand, dus ik snap dat meerdere mensen hem willen rijden", gaat hij verder. "Ik denk dat het belangrijk is dat je multi-inzetbaar bent en dat je op de Spelen een team neerzet dat daadwerkelijk kan winnen. Een Nederlandse competitiewedstrijd of een World Cup is niet te vergelijken met een olympische mass start. Dat zag je in Zuid-Korea, waar niemand wegkwam en het een harde koers werd. Je moet eigenlijk gewoon de hele tijd 25'ers kunnen rijden."

Hoewel het volgens hem nog een beetje voorbarig is, kijkt Blokhuijsen stiekem toch al 'heel erg uit' naar de Olympische Spelen van Beijing. Mocht hij zich via het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) van een startbewijs verzekeren, worden het alweer zijn vierde Spelen. "Het is gewoon supervet als je op de Olympische Spelen mag uitkomen voor je land en om de medailles kunt strijden", aldus Blokhuijsen, die tijdens de Spelen van Sotsji in 2014 zijn 'mooiste resultaat' haalde door zilver te pakken op de 5 kilometer. Daar hoefde hij alleen Sven Kramer voor zich te dulden.

Hoe groot schat je kans in dat je in Beijing tot zo'n zelfde prestatie kunt komen?
"Eigenlijk net zo groot als de vorige keer. Ik weet dat ik het kan, want ik heb het eerder gedaan. Natuurlijk is de concurrentie groot en komt er elk jaar weer talent vanuit de jeugd doorstromen, maar de tijden die nu gereden worden, schrikken me niet af. Die tijden heb ik eerder ook gereden."

Met Nils van der Poel, Ted-Jan Bloemen, Patrick Roest en Sven Kramer lijkt de concurrentie op de 5 kilometer sterker dan ooit..
"Er zijn nooit Olympische Spelen geweest zonder concurrentie. Het moeilijkste is om je te plaatsen en als dat eenmaal gelukt is, ben je normaal gesproken in zulke goede doen dat je ook om de medailles kunt strijden. Ja, er zijn harde tijden gereden in het voorseizoen, maar daar koop je in februari niks voor. Uiteindelijk worden de Spelen op een laaglandbaan in China gehouden en daar heeft nog niemand gereden."

In 2018 laste je een tussenjaar in en in 2019 keerde je terug met het idee om nog één keer aan de Spelen mee te doen. Hoe kijk je daar nu naar?
"Ik denk niet dat dit mijn laatste kunstje wordt hoor, ik vind het nog veel te mooi! Ik heb het bij IKO supergoed naar m'n zin en ik zou daar graag nog een paar jaar mijn steentje aan willen bijdragen. We zitten op een mooie lijn met de ploeg en de rek is er nog lang niet uit. En bovendien: zolang ik over een hoog niveau beschik, vind ik schaatsen het mooiste wat er is."

Jullie hebben op 6 september jullie tweede kindje, Scotti Jonah, mogen verwelkomen. Wordt het niet steeds moeilijker om vaak op pad te zijn?
"Mijn vrouw vangt dat heel mooi op voor mij. Het is hartstikke fijn dat ik topsporter kan zijn en dat zij het huishouden voor haar rekening neemt de komende maanden. Het was wel gek om twee dagen na zijn geboorte op trainingskamp te gaan. Hij zal vast even geschrokken zijn toen hij zijn papa twee weken later weer zag, haha."


Deel dit artikel op
Ben jij een echte schaatsfan? inschrijven als schaatsfan