Live
Shop
Nieuws 02 feb 2021

Mirjam Steunebrink: 'Bijzonder om onderdeel te zijn van zoiets unieks'

De ISU Competition Bubble in Heerenveen is alweer over de helft. Het hotel en de ijsbaan zijn haast de enige plekken waar de schaatsers, trainers en begeleiding mogen zijn en contact met de buitenwereld is vrijwel uitgesloten. Bondsarts Mirjam Steunebrink verblijft ook vijf weken in de schaatsbubbel. Zij is het afgelopen jaar naast sportarts tevens corona-expert geworden.

Foto : Martin de Jong

Hoe ziet een normaal schaatsseizoen eruit voor jou als bondsarts?
"Ik ben normaliter voornamelijk actief op de buitenlandse toernooien: EK's, WK's en World Cups. Als bondarts ben ik veel met de voorbereidingen bezig voor vertrek naar het buitenland. Samen met mijn collega Rik van der Kolk verdelen wij de wedstrijden gedurende het seizoen. Ik kom in actie als er iets mis is, bijvoorbeeld als iemand ziek is of niet lekker. Daarnaast ben ik aanwezig bij dopingcontroles om te kijken of de medische procedures goed lopen. Maar ik geef ook mentale ondersteuning aan de schaatsers en fysieke begeleiding. Op de NK's vervult een bondsarts normaal gesproken geen actieve rol, behalve dat we adviserend zijn vanuit de bond. Dat is dit seizoen heel anders geworden. Nu zijn wij ook veel meer betrokken als 'corona-dokter'."

Wat maakt jouw werk anders in deze schaatsbubbel?
"In aanloop naar de NK's ben ik al bezig geweest om mee te denken over coronaproof kunnen schaatsen op Thialf. We hebben protocollen ontwikkeld waarbij je met alle RIVM-regels te maken krijgt. Hoe zorg je dat alle rijders op tijd getest worden? Wanneer moet je testen en wat doe je bij welke klachten? Naast het feit dat je veel kennis moet hebben van het coronavirus en wat te doen bij een positieve test, komt er ook veel organisatie bij kijken om te zorgen dat alles goed en verantwoord gaat. Met het opstellen van die protocollen loop je tegen praktische dingen aan waar je normaal niet zo bij stilstaat. Zoals het scheiden van wegen en dat veel mensen met elkaar in aanraking kunnen komen waarbij je elke keer weer moeten nadenken over veiligheid en afstand.

Daarnaast ben ik in deze periode ook betrokken bij het organiseren van de trainingen voor de schaatsers buiten de bubbel. Die rijders doen wekelijks een sneltest en als die in orde is, mogen ze die week gebruik maken van de faciliteiten in Thialf. Die testen doen we om controle te houden en het stimuleert mensen ook om nog beter op te letten. Uiteindelijk zijn de sociale maatregelen het belangrijkste om coronabesmettingen te voorkomen, zeker in de privésetting."

Foto : Martin de Jong

Een jaar geleden werd er op de World Cup in Calgary voor het eerst een temperatuurcheck gedaan. Toen werd er nog lacherig over het coronavirus gedaan.
"Ik was daar samen met teammanager Yvonne van Gennip en wij hoorden wat onrust over iets wat in China aan de hand was. Het mooie is dat ik vanuit NOC*NSF, met het oog op de Olympische Spelen in 2022, net bezig was om een infectieprotocol te introduceren in het langebaanschaatsen. Ik had pakketjes samengesteld met een informatiesheet, desinfecterende handgel en een mondkapje. Het advies was om die mondkapjes te dragen in het vliegtuig. Daar werd behoorlijk ongemakkelijk over gedaan: je gaat toch niet met een mondkapje op in het vliegtuig zitten? We waren er amper mee begonnen toen het coronavirus steeds meer aandacht kreeg. Dat infectieprotocol werd meteen onwijs belangrijk, omdat het een coronagerelateerd onderwerp werd. Ik had al veel voorwerk gedaan en het bleek geweldig mooi in elkaar te passen. Dat was bijzonder."

Onder de Nederlandse schaatsers zijn ook coronagevallen geweest. Wat is dan jouw rol?
"Ik doe, samen met de artsen van de betreffende commerciële teams, het bron- en contactonderzoek. Dat is extra lastig, omdat de schaatsers in een trainingsetting zitten. Wij kijken niet alleen met wie er contact is geweest, maar ook hoe we een training moeten bestempelen. Welk deel daarvan is nauw contact geweest? Daar moet je goed onderzoek naar doen. Vervolgens gaan wij de richtlijnen opstellen voor quarantaine en die zijn wat strenger dan vanuit de GGD. Daarnaast doen wij ook aan nazorg. Een deel van de atleten die positief is geweest, heeft toch moeite om weer op gang te komen. Het is belangrijk om een inspanningstest te doen om te kijken of er wellicht hart- of luchtwegschade is. Vervolgens kan je ook beter advies geven over hoe iemand zijn trainingen weer gericht kan opbouwen."

Je zit zelf vijf weken in de schaatsbubbel. Irene Schouten vertelde dat ze meer medelijden heeft met de begeleiding, omdat die geen wedstrijden heeft. Hoe kom jij de tijd door?
Lacht. "Normaal ga je vier of vijf weken naar het buitenland, dus dat is ook lang. Maar het is nu een heel andere mindset. Het idee dat je in een bubbel zit en bepaalde dingen niet mag, geeft een stukje stress. Terwijl als ik bedenk wat 'gewone' mensen niet mogen door alle maatregelen, hebben wij het nog luxe. In het hotel kunnen we met iedereen een gezellig praatje maken, weliswaar met mondkapje op en op afstand. Thuis mag je maar één persoon per dag over de vloer hebben. We worden goed verzorgd en hebben ons natje en droogje. Verder ben ik bezig met allerlei werkzaamheden, eigen sportprojectjes maken en ik probeer ook te trainen om fit te blijven. De dagen gaan heel snel voorbij, we zijn al over de helft van de bubbel. Het is bijzonder om onderdeel te zijn van zoiets unieks, dit maak je vast niet vaak mee in je leven. Ik ben heel trots dat we deze bubbel met z'n allen voor elkaar hebben gekregen in Heerenveen."

Foto : Martin de Jong

Wat voor werk doe je hiernaast?
"Ik werk het merendeel als sportarts bij het Martini Ziekenhuis in Groningen. Naast de gebruikelijke consulten en testen, doen we nu ook inspanningstesten bij mensen die corona gehad hebben en weer fit willen worden. Tijdens de eerste golf is onze afdeling twee maanden dicht geweest en zijn we ingezet op de afdeling Cardiologie. Wij hebben die afdeling ondersteund zodat de cardiologen naar de intensive care konden om daar bij te springen. Voor de rest van mijn tijd ben ik zelfstandig ondernemer en doe ik werkzaamheden voor onder andere de KNSB. Het KNSB-gedeelte is nu groot aanwezig, maar normaal gesproken door het jaar heen ook een periode veel minder. Ik draai wekelijks iets meer uren in het ziekenhuis zodat ik ook meerdere weken per jaar weg kan zijn voor toernooibegeleiding. In Groningen werk ik met vijf collega's, wat mij voldoende ruimte hiervoor geeft. Onder het mom van thuiswerken doen wij als dokters tegenwoordig eveneens veel consulten telefonisch. In de schaatsbubbel gaat dat gewoon door en doe ik op niet-wedstrijddagen één of twee uur per dag deze zogeheten bel-poli. Zo houd ik tevens contact met de werkvloer en kunnen de lopende consulten ondertussen mooi doorgaan."

Wordt jouw functie als bondsarts straks weer als vanouds?
"Het infectieprotocol blijft belangrijk, zeker richting de Spelen in Beijing. Ook is er door de jaren heen een professionele slag gemaakt bij de KNSB. De huidige bondsartsen hebben een onafhankelijke positie, dat is heel transparant en rijders kunnen naar ons toe komen zonder zich bedreigd te voelen. Bij het langebaanschaatsen heb je natuurlijk te maken met commerciële teams en dat maakt het ingewikkelder dan wanneer er slechts één nationale ploeg is. Er is een medische structuur gekomen waarbij we nu ook vaker online overleggen met de collega-artsen van de commerciële teams om de neuzen dezelfde kant op te krijgen en protocollen af te stemmen. Het medische deel heeft meer draagvlak gekregen. De bondsartsen ondersteunen het kunstrijden ook meer en ik denk dat in de toekomst hetzelfde gaat gelden voor het marathonschaatsen en inlineskaten."

Komen de sporters ook eerder naar je toe?
"Ja, doordat je door de jaren heen vaker meegaat, leren mensen je steeds beter kennen. Aan de ene kant moet je niet te veel op de voorgrond treden, maar mensen moeten je wel weten te vinden en waar nodig aanspreken. Ondertussen houd je iedereen in de gaten om te kijken of ze lekker in hun vel zitten of dat er rare dingen gebeuren. Het is een hoop werk achter de schermen. Je hebt daarbij natuurlijk je beroepsgeheim. Heeft iemand ergens last van, dan moet je wellicht een keer bloed afnemen of een röntgenfoto laten maken. Dat soort dingen is wat lastiger in de bubbel, maar je kan een hoop organiseren. Ondertussen deel je dat met niemand, want een ander gaat dat niets aan. Als buitenstaanders mij iets vragen, zeg ik altijd dat ik er niets over kwijt kan. Vraag maar aan de sporter. Zoals met Jutta Leerdam, ik zeg daar dan niets over, haha."

Alles lezen over de schaatsbubbel? Klik hier!


Deel dit artikel op
Ben jij een echte schaatsfan? inschrijven als schaatsfan