Tickets
Nieuws 03 dec 2021

Johan de Wit: 'We beschouwen de World Cup niet als hoogtepunt'

Tijdens de World Cups in Tomaszów Mazowiecki en Stavanger heeft geen enkel land zoveel medailles veroverd als Japan. De Nederlandse hoofdcoach Johan de Wit zegt het aantal niet bij te houden, maar vindt wel dat zijn schaatsers met zeventien plakken hebben gedaan wat er is afgesproken. ‘Ze moesten meteen laten zien dat ze er na bijna twee jaar van afwezigheid (door de reisbeperkingen opgelegd door de Japanse overheid) weer zijn.’ Eens kijken of dat in Salt Lake City opnieuw het geval is.

Foto : Soenar Chamid

Zeventien plakken, om te beginnen. Je kunt niet anders dan tevreden zijn over zo’n oogst.
“Zijn het zeventien plakken? Dat wist ik niet eens, met zulke statistieken ben ik niet bezig. Dat is niet arrogant bedoeld hoor, maar door de jaren heen is er zoveel eremetaal behaald dat ik er niet meer bij stilsta. Ik ben zeker tevreden, maar het was ook het doel dat ik heb besproken met de rijders. We keren terug in de internationale competitie, laten we direct tonen dat we goed zijn. Dat was de boodschap.”

Waarom wilde je dat?
“Dat is een mentaal dingetje. Als je begint met de gedachte dat je er twee jaar bent uit geweest, of de vraag of je wel goed genoeg bent, is dat niet de juiste insteek. Dat wilde ik niet. Vandaar dat ze zich onmiddellijk moesten laten gelden. Zo van: we zijn er weer.”

Dus een beetje het tegenovergestelde van de Nederlanders die na de tegenvallers roepen dat het nu nog allemaal niet zo belangrijk is.
“Ik vind dat moeilijk te vergelijken. In onze ploeg kunnen de schaatsers nu al plaatsen verdienen voor de Olympische Spelen. Degenen die extreem goed presteren, mogen naar China. Dat wil zeggen: top-3 rijden. Tatsuya Shinhama bijvoorbeeld rijdt acht 500 meters in de World Cup. Als hij vijf keer bij de beste drie eindigt, kan hij naar de Spelen. Hij komt al aardig in de buurt van die eis, net als Nao Kodaira. Wie geen podium rijdt, moet naar de trials in Japan. In Nederland is sowieso iedereen aangewezen op het OKT. Dus kan ik me voorstellen dat ze andere prioriteiten hebben en daardoor voor een andere opbouw kiezen. Het is niet aan mij om daar verder wat over te zeggen.”

In theorie zouden na de World Cups alle olympische schaatsers voor Japan bekend kunnen zijn.
“Dat kan. Maar met Shinhama en Kodaira heb je pas twee startplekken. Wij mogen met acht rijders en rijdsters naar Beijing, oftewel: er zijn er nog zeven nodig. Het gaat lekker en dat heeft een reden. We willen onze beste rijders op de Spelen presenteren. Door corona weet je tegenwoordig niet meer of de volgende race wel doorgaat. We zitten nu opnieuw met de verscherpte maatregelen in Japan. De schaatsers hadden een voorkeurspositie gekregen die ons in staat stelde in Nagano te rijden (in een soort quarantaine), maar het is niet bekend of dat straks nog mag nu de regels strenger zijn geworden. Misschien moeten we wel twee weken in quarantaine na terugkeer in Japan, dan zijn we te laat voor ons OKT. Dit soort kwesties zit in ons achterhoofd. Wat is wijsheid als het gaat om plaatsing voor de Spelen?”

Als je dat niet weet, moet je dus een hele planning maken waarin je beste rijders nu al goed moeten zijn, maar ook tijdens de OKT.
“We zijn hier in de VS ook op trainingskamp, maken veel uren op de fiets. Het is niet zo dat we de World Cups als hoogtepunten hebben benoemd. We zijn heel goed en rijden heel hard, maar het is niet zo dat we hier aan het pieken zijn. Dat moet eind december gebeuren, dan moet iedereen heel goed zijn, ongeacht of ze al geplaatst zijn voor Beijing.”

Bart Veldkamp spreekt in de podcast IJzige Tongen zijn waardering uit voor de Japanse ploeg. Hij vindt vooral dat het team in de breedte zo sterk is geworden. Is dat te vergelijken met de Nederlandse situatie?
“Dat hangt af van de afstand. Bij onze vrouwen zijn er niet zoveel smaken, we hebben maar vier of vijf heel goede rijdsters, daar houdt het mee op. We halen de acht startplaatsen wel, maar ik vraag me af wie die twee extra vrouwen dan zijn. De anderen moeten voor de medailles zorgen. Bij de mannen is het anders: op de 1500 meter zijn er wel twaalf die onder de 1.47 rijden. En op de 500 duiken er misschien tien, vijftien jongens onder de 35. Dat wordt een gevecht hoor….”
“In Nederland krijg je op de langere afstanden een enorme strijd, terwijl wij weinig mannen en vrouwen hebben voor de drie, vijf en tien kilometer." 


Deel dit artikel op
Ben jij een echte schaatsfan? inschrijven als schaatsfan