Volgens Sven Kramer is het onbegrijpelijk dat de langebaanschaatsers over dik een maand naar Inzell moeten om hun trainingen op het ijs af te leggen. De viervoudig olympisch kampioen vindt het zorgwekkend dat een schaatsland als Nederland het niet voor elkaar krijgt om zomerijs neer te leggen. "Dit is echt zonde."

In Inzell gaat, als alles volgens plan verloopt, de ijsbaan rond 1 juli open. In Thialf kunnen de schaatsers, als alles meezit, pas vanaf 1 augustus op het ijs terecht. "En dat heeft niets met het coronavirus te maken, maar met de financiële perikelen van Thialf", sprak een getergde Kramer woensdagmiddag tijdens een persmoment van Team Jumbo-Visma. "Ik vind het armoedig dat we in juli naar Inzell moeten en niet in eigen land terecht kunnen. Dat is heel jammer voor het Nederlandse schaatsen."

Volgens Kramer moeten sportkoepel NOC*NSF, de KNSB, Thialf en de provincie Friesland de krachten snel bundelen. "Als we nu in faciliteiten achteruit gaan, gaan we ook in prestaties achteruit", vervolgde de 34-jarige Fries. "Onze sport lijdt onder de financiële perikelen van Thialf en dat kan nooit de bedoeling zijn van een topsportlocatie. Alles in Nederland moet rendabel zijn, maar wat olympisch goud mag kosten, daar wordt niet naar gekeken. Wij worden op deze manier het kind van de rekening."