Het afgelopen seizoen was voor Jorien ter Mors alweer voorbij voordat het goed en wel was begonnen. Eind oktober kondigde ze aan een knieoperatie te ondergaan waardoor er een streep door het seizoen kon worden gezet. Na acht maanden stond de drievoudig olympisch kampioene deze zomer weer op het ijs. "Ik heb geen referentiekaders."

Het was een ingreep die er al langere tijd aan zat te komen, maar nu eindelijk kon plaatsvinden. "Ik was zo lang allemaal revalidatie-oefeningen aan het doen en die rechterknie werd niet beter. Dan weet je vrij zeker dat je het zelf niet kunt oplossen, maar het probleem moest wel gevonden worden", vertelt Ter Mors. Ze liet opnieuw een MRI maken van haar knie en hoopte daarna het verlossende antwoord te krijgen. Maar volgens de arts was er niets te zien. "Er knapte echt iets in mij. Dit kon niet. Ik zei: ik ga stoppen met schaatsen, zo hoeft het van mij niet."

Drie uur later werd Ter Mors gebeld: een specialist had ernaar gekeken en die dacht toch dat er iets zichtbaars was. De volgende dag moest de 29-jarige Twentse terug naar het ziekenhuis voor een CT-scan. "Op die scan was overduidelijk te zien dat er extra botgroei onder de knieschijf zat. Het was zo'n opluchting! Dat klinkt stom, want je hebt iets wat helemaal niet goed is. Maar ik kreeg eindelijk de bevestiging dat ik echt niet gek was. Het lag niet aan mij dat het niet ging en niet lukte. Als er niks te vinden is, zeggen artsen ook dat er niks met je aan de hand is. Op een gegeven moment ga je denken: misschien doe ik iets niet goed of zit het in mijn hoofd."

Met deze nieuwe informatie stond Ter Mors voor een lastige keuze: meteen opereren en het seizoen vaarwel zeggen of aankijken of het toch nog een winter lukt. Ze had immers wel de hele zomer getraind en was in feite wedstrijdfit. Een trainingswedstrijd in Inzell moest de doorslag geven. "Een uur na die wedstrijd had ik zoveel pijn in mijn knie dat ik zei: dit ga ik niet nog een heel seizoen doen. We hadden van tevoren voor de zekerheid al een operatie ingepland. Mocht ik doorgaan, dan kon ik die cancelen. Maar nog geen week later ben ik geopereerd."

Je kampte sinds 2017 met die knieblessure, maar hebt er ook op topniveau mee geschaatst.
"Ik heb veel opgevangen met andere manieren van bewegen. Ik probeer die patronen nu te doorbreken om weer symmetrisch te worden. Dan merk je pas hoe ingeslepen alles is. Het is ook in mijn techniek gaan zitten, anders had ik nooit zo hard kunnen schaatsen. Onbewust doe ik zoveel met mijn linkerbeen. Omdat je die pijn wilt ontlasten, heb ik dat jaren gedaan. Als die knie weer goed is, ga je automatisch dat rechterbeen ook weer gebruiken. Maar je hebt toch een soort overhand gecreëerd en dat is een tweede natuur geworden."

Zo'n operatie komt nooit goed uit, maar als het dan in een na-olympisch seizoen moet gebeuren…
"Normaal gesproken voel je je na de Olympische Spelen heel sterk en wil je doorgroeien. Ik ben vier jaar geleden na de Spelen overtraind geraakt en heb toen een soortgelijk traject gehad van terugkomen op niveau. Ik zat er echt niet op te wachten om dat nog een keer te doen. Je voelt je on top of the game en vervolgens sta je weer onderaan de ladder. Dat heb ik nu twee keer gehad, en vooral mentaal is dat pittig."

Eind februari verscheen een filmpje op de sociale media: Ter Mors schaatsend achter een oranje plastic pinguïn op Thialf. Ze schiet in de lach als ze eraan denkt. "Ik was de hele tijd in m'n eentje aan het fietsen, dat was het enige wat ik kon. Je probeert betrokken te blijven bij het team, maar dat is moeilijk. Die dag dacht ik: ik ga gewoon een beetje mee schaatsen met de trainers en een praatje maken. Toen hebben we dat filmpje gemaakt, haha. Dat is ook het enige wat ik heb gedaan, achter die pinguïn gereden en een paar rondjes rechtop om erbij te zijn. Iedereen dacht: oh, ze is er weer! Ik kreeg berichten van mensen of ik eind maart nog een wedstrijd ging rijden. Nee, ik 'kan' eigenlijk niet eens schaatsen. Daar kreeg je gelijk weer veel praat van, wel leuk."

Het zou het eerste seizoen worden in de kleuren van Team IKO. Nadat AfterPay als sponsor stopte, moest Ter Mors in het na-olympische seizoen op zoek naar een nieuwe ploeg. Vorig jaar juni kwam ze uit bij het team van de gebroeders Erwin en Martin ten Hove en tekende een contract van één jaar. Twee maanden nadat ze onder het mes was gegaan, werd haar overeenkomst met een jaar verlengd. "De operatie was een zware dobber, zowel voor de coaches en sponsoren als voor mezelf. Maar ze hebben meteen gezegd: we gaan met je door en het hele traject aan. Daar ben ik ze heel dankbaar voor. Op zo'n moment heb je geen behoefte aan het wegvallen van een bepaalde zekerheid. We gaan goed samen en daar ben ik blij mee."

Het verlangen naar een nieuwe omgeving was groot voor Ter Mors. "Ik was echt klaar met wat ik altijd al had gedaan en toe aan een nieuwe prikkel. Ik weet zeker dat als ik hetzelfde nog had gedaan, dan was ik gestopt met topsport. Ik kon het niet meer opbrengen dat ik al wist welke trainingen er kwamen, of hoe de weken eruit zouden zien. Ik moest uit die sleur. Dat vind ik nu nog steeds heerlijk. Het is weer een soort gevoel van onbevangenheid."

De handvatten die Ter Mors van bepaalde trainingen had, heeft ze op dit moment niet meer. Nu ze zich volledig richt op de langebaan zijn ook de referentiekaders bij het shorttrack verdwenen. "Alleen krachttraining geeft een soort bevestiging van hoe fit ik ben. Niet weten hoe je ervoor staat, maakt ook nieuwsgierig. Nu heb ik zoveel nieuwe trainingssoorten dat ik niet kan denken: toen fietste ik zo hard met die sprinttraining. Het geeft ook mentaal een wat opener insteek en maakt het luchtiger. Als topsporter meet je toch altijd al in wat je had en wat je hebt."

Dit bericht bekijken op Instagram

Bike sprints today 👌🏻 #movingforward #fast

Een bericht gedeeld door Jorien ter Mors (@jorientermors) op

De revalidatie gaat met diepe dalen en hoge pieken. De zomertrainingen beginnen met aanpassingen. Een looptraining moet soms nog worden ingeruild voor een fietstraining. Eind juni is de eerste echte schaatstraining in Heerenveen een feit. "Voor mij is het schaatsen nog steeds een momentopname. De ene week gaat het niet, dan sta ik op het ijs en kan ik er twee minuten later weer af. Op een andere dag gaat het wel goed en rijd ik de hele training. Ik kan niet elke dag hetzelfde, maar dat is niet anders. Ik wil weer vrijuit kunnen schaatsen zonder belemmeringen. Die belemmering zit er nog wel en dat vind ik nog steeds frustrerend."

Wat verwacht je van komend seizoen?
"Dat vind ik moeilijk en ik kan er nog weinig over zeggen. Na de operatie dacht ik gelijk: nu heb ik een héél jaar en sta ik er volgend seizoen twee keer zo sterk. Maar gaandeweg gebeuren er veel dingen en moest ik de doelstelling een beetje bijstellen. Ik heb nog steeds moeite met sprong- en startoefeningen, dus ik heb geen idee hoe mijn start gaat lopen. Naar aanleiding van de eerste wedstrijden zullen we bepalen hoe ik ervoor sta en welke richting ik op ga. Voor hetzelfde geld heb ik slechte week tijdens de kwalificaties en wil het allemaal niet, of het gaat juist heel goed. Ik probeer niet teveel vast te pinnen. Dat heb ik aan het begin van de zomer wel gedaan, maar dan wil je te graag en ga je ook voorbij je grenzen lopen. Daar bereik je uiteindelijk niets mee. Ik moet mijn weg volgen en niet kijken naar wat andere mensen aan het doen zijn."

Staan jouw allround-ambities voorlopig in de koelkast?
"Ik weet überhaupt niet wat haalbaar is. Vier jaar geleden begon ik ook alleen met de 500 en 1000 meter, omdat ik overtraind was en niet teveel wilde doen. Het kan best zijn dat ik straks redelijk hard kan rijden, maar dat het teveel belasting is om vier afstanden in een weekend te doen. Dan moet ik keuzes maken en valt een allroundtoernooi uiteindelijk af, omdat je daar veel moet rijden. Maar stel het gaat goed op de start na, dan ga ik misschien wel allrounden want dan hoef je minder te starten. Ik houd alle deuren open om te kijken waar ik heen kan. Dat is het voordeel van een breed scala hebben om uit te kiezen en in te kunnen ontwikkelen. Mijn focus blijft liggen op de 1000 en 1500 meter. Daar wil ik op heersen, weer wereldkampioen worden en het liefst een wereldrecord rijden. Maar of dat allemaal dit seizoen in m'n mars zit, weet ik niet. Wellicht in de komende jaren."

Hoe heb je het afgelopen seizoen beleefd vanaf de zijlijn?
"Heel dubbel natuurlijk. Ik heb wereldwijd veel mooie prestaties gezien. Zeker in Thialf waren de omstandigheden afgelopen winter zó goed. Dan jeukte mijn handen en dacht ik: waarom kan ik nu niet schaatsen?! De frustratie zit niet eens in hoe hard een ander rijdt, maar onder zulke omstandigheden wil je gewoon schaatsen. Die tijden heb ik nog nooit gereden in Heerenveen, omdat het simpelweg niet haalbaar was. Dat waren de momenten dat ik dacht: nu zit ik hier met mijn knie en een kruk... Op de laatste World Cup in Salt Lake City wist je dat er wereldrecords zouden sneuvelen. Dat is geweldig om te zien, maar tegelijkertijd vraag je je af wat je zelf had gekund. Dat is een tweestrijd waar je zo'n heel seizoen inzit."

Door Anjuli Veltman - Laatste update op 18 sep om 10:21