In kenmerkende paars-oranje pakken reed Team Trachitol vrijdag de Alternatieve Elfstedentoertocht op de Weissensee. Negen schaatsers hadden in november via de Trachitol Trials een startbewijs gewonnen voor de tocht over 200 kilometer. Twee maanden later brak het moment van de waarheid aan.

De toerrijders schaatsen de tocht over een parcours van 12,5 kilometer die in meerdere lussen over het bergmeer slingert. Bij een temperatuur van -18 graden begonnen de deelnemers vrijdag om zeven uur 's ochtends aan hun eerste ronde van in totaal zestien. De dansende lichtjes in het donker zorgen altijd voor een mooi schouwspel. De zon scheen vervolgens de hele dag uitbundig aan een strakblauwe hemel en het was vrijwel windstil. Het team van negen mocht ook iemand meenemen, voor morele steun langs de kant of om samen mee te rijden.

12.18 uur
Het negental kende slechts twee uitvallers door fysieke ongemakken. Rond het middaguur zit Krijn van Muiswinkel op een bankje voor de verzorgingstent van Trachitol met een ingetapete linkerhand. "Ik ben gevallen", verklaart hij. "Ze waren de baan aan het vegen. Ik haalde een groepje in via een niet geveegd deel, zag een scheur niet en dan lig je plat op je snufferd." Als Van Muiswinkel even later weer onderuit gaat en op zijn hand landt, besluit hij dat het genoeg is. "Die ronde wilde ik wel afmaken en het was nog twee kilometer. Ik ben gefinisht op 100 kilometer, een mooi rond getal. Het zat er vandaag gewoon niet in."

"Nu zit ik dus te supporteren. Heerlijk in het zonnetje", klinkt het tevreden. "We hebben gisteren gekeken bij de Aart Koopmans Memorial. Dat is het leuke hiervan: je kunt zelf schaatsen en de toppers aan het werk zien en je verbazen over hoe hard zij over die scheuren rijden." Van Muiswinkel is voor de vijfde maal op de Weissensee, maar zijn laatste bezoek is alweer zes jaar geleden. "Het werd wel weer eens tijd om hier te zijn. Ik wil graag een keer met mijn zoon schaatsen, hij is nu 13 jaar oud. Dit was een mooie generale repetitie voor volgend jaar."

Foto : Ben Mobach

15.20 uur
Na acht uur en 17 minuten komt Ilja Loonstijn als eerste van het team over de eindstreep en wordt onthaald door Van Muiswinkel. "Ik had echt niet verwacht dat ik de eerste zou zijn. Ongelooflijk. Het moment dat je over de finish komt, is wel heel vet hoor!", grijnst Loonstijn. "Het mooiste van de tocht? Kijk dit uitzicht joh. De laatste ronde heb ik rustig aan gedaan en er eigenlijk voor het eerst van genoten. Daarvoor was het letten op scheuren, valpartijen van anderen of mensen die van links naar rechts gaan. Het is wel pittig en intensief."

Loonstijn heeft zich goed voorbereid op deze krachtsinspanning, het klinkt haast professioneel in de oren. "Normaal gesproken schaats ik een keer per week. Dat ben ik nu wat vaker gaan doen. Twee keer naar Flevonice geweest. Begin januari heb ik de zon opgezocht en een weekje gefietst op Lanzarote. Dat was een mazzeltje, maar het helpt natuurlijk wel met conditie opbouwen", vertelt hij.

15.30 uur
Terwijl Loonstijn naar de grote tent vertrekt om z'n medaille op te halen, komt Marc Kampinga binnen. "Hoe voelt 200 kilometer schaatsen? Pijnlijk, maar het ging op zich wel goed. In het donker was even wennen. Op den duur kom je op 100 kilometer en kan je gaan aftellen. Rond de 140 kilometer was het wel zwaar en afzien. Pijn in de voeten, paar keer gevallen. Maar je teamgenoten trekken je er doorheen. Als je dan over de streep komt en je dochtertje van twee jaar oud zegt 'pappa is de beste', dan krijg je wel even een brok in je keel", vertelt Kampinga terwijl hij een warme jas aantrekt.

Groepen die samen een Alternatieve Elfstedentoertocht rijden, zijn vaak bekenden van elkaar. Dat gold niet voor Team Trachitol. "Op vier plekken in Nederland kon je meedoen met die Trials en zo is deze groep gevormd. In het begin zijn het allemaal vreemden, maar je hebt zo snel een band omdat iedereen dezelfde hobby en interesses heeft. We hebben het supergezellig met elkaar. In het begin had ik met een paar afgesproken om samen te rijden, maar je merkt al gauw dat dat moeilijk is. Zeker in het donker. Dan raak je elkaar kwijt, maar het is een rondje dus je komt iedereen ook weer tegen en dan praat je bij. Dit was voor mij de eerste keer, maar zeker niet de laatste."

Foto : Ben Mobach

15.50 uur
Jet van Mensvoort is druk bezig met haar schaatsen uit te trekken na de voltooiing van de 200 kilometers. "Het is de eerste keer dat ik hier ben en dat ik zo ver schaats. Ons hele gezin schaatst heel veel. Ik ben ook lid van de Elfstedenvereniging dus ik zeg altijd: daar train ik voor. Als 'ie komt, rijd ik 'm ook."

"Of ik het zwaar heb gehad? Nee, het viel eigenlijk wel mee. De eerste 100 kilometer heb ik met m'n man en dochter gereden. Beetje rustig aan gedaan. Daarna ging ik met wat andere groepjes mee. De voorlaatste ronde heb ik m'n dochter weer op sleeptouw genomen, want zij moest nog drie rondjes. In de laatste ronde had ik over dus dat ging eigenlijk prima", lacht Van Mensvoort.

Met klappers en spandoeken worden rijders aangemoedigd langs de baan. Krijg je daar eigenlijk wel wat van mee? "Een aantal bekenden stond hier aan de kant dus daar zwaaide ik elke keer naar. M'n teamgenoten kon ik herkennen aan onze mooie pakken, ook elke keer weer zwaaien. Een eindje verderop had ik een post van kennissen die met de thermoskan lauw water bijvulden. Elke twee ronden stopte ik daar even voor wat eten en drinken."

16.26 uur
Moe, maar voldaan valt Lisbeth Kampschreur na de finish in de armen van haar ouders. Na knuffels en felicitaties ploft ze een paar minuten later neer op het bankje bij de verzorgingstent. Terwijl Kampschreur haar muziekje uitzet, maakt haar man daar een korte stop om te eten. "M'n man zou 100 kilometer doen, maar hoeft nu nog maar twee rondjes en dan heeft hij ook 200 kilometer geschaatst! Held hè", klinkt het trots.

"Dat m'n ouders hier zijn, is de grootste verrassing want dat wist ik niet. In de laatste ronde stonden ze mij op te wachten en toen zat ik helemaal stuk. De bananen waren op, maar die had ik niet meer nodig toen ik m'n moeder en vader zag. Bovendien als je weet dat het de laatste ronde is, denk je ook hier kom ik niet meer terug, deze scheuren hebben we nu gehad. Hoppa!"

Kampschreur ging heel hard van start en dacht zelfs even aan een eindtijd van acht uur. Maar op een gegeven moment besloot ze toch rustiger aan te doen. "Ik zag zulke heftige valpartijen voor m'n neus en toen dacht ik: dat is het me niet waard, gas los en lekker genieten. Het moet wel leuk blijven. Ik ben niet gevallen, nul keer! Vorig jaar was ik in de eerste ronde al zes keer onderuit gegaan. Ik heb 'm twee keer gereden, precies binnen de tien uur, en nu haal ik dik een half uur van m'n beste tijd af. Hoe lang heb ik er precies over gedaan? 9 uur en 23 minuten? Ha, dat is een minuut sneller dan twee maatjes van ons skeelerclubje. Dat was m'n doel", lacht Kampschreur. Op naar het blarenbal in de feesttent.

Klik hier voor de uitslagen van alle toertochten.

Door Anjuli Veltman - Laatste update op 10 feb om 09:30