Het jaar 2018 was voor Elma de Vries een jaar van verandering. Na een carrière van meer dan vijftien jaar ging ze afgelopen september definitief met schaatspensioen. Door haar val op de Weissensee is ze nu vooral bekend als marathonschaatsster, maar ooit reed ze wereldrecords op de langebaan. De schaatsster met haar roots in het Friese Haule trok kasten en lades nog eens open om samen met schaatsen.nl herinneringen op te halen aan haar imposante carrière.

"Mijn tijd bij Jong Oranje was een fantastische periode", trapt ze af. "We hadden een heel hechte groep, met Tom Prinsen, Simon Kuipers, Remco olde Heuvel, Bjorn Nijenhuis. Frédérique Ankoné het jaar ervoor. We hadden een succesvol WK achter de rug en reisden af naar Calgary voor de finalewedstrijden. We gingen er echt heen om records te rijden.

Drie wereldrecords reed ik dat weekend. De 1500 meter (1.58,93), de 3000 meter (4.09,66) en de vierkamp. Voor elk record kreeg ik een zilveren ring met daarin de datum en het record gegraveerd. Ik heb er altijd wel eentje om. Ik was toen zo zelfverzekerd dat je weet dat je zó goed bent dat je geen reden kan bedenken waarom ze jou zouden verslaan, waarom ik niet zou kunnen winnen. Dat is een heel fijn gevoel, dat je niet heel vaak hebt.

In de finale op de 1000 meter op het EK inlineskaten in 2007 heb ik dat ook gevoeld. Het was een tijd waarin negen van de tien keer het Italiaanse volkslied klonk bij de huldiging. Naast mijzelf stonden er drie Italianen in de finale. Om een of andere reden werd de start tien minuten uitgesteld. Toen riep ik naar de Nederlandse scheidsrechter: 'Hoe lang laten ze me nou nog op mijn eerste titel wachten?' En het gekke was dat ik nog won ook. Met tweeënhalve ronde te gaan ben ik op kop gaan rijden en ze kwamen er niet meer overheen.

Foto : Martin de Jong


Het jaar na mijn wereldrecords plaatste ik me niet voor de World Cups. Normaal heb ik altijd last van een dipje na een toernooi, maar toen trainden we hard door richting de NK Afstanden. Dat had ik niet moeten doen, ik raakte overtraind en verloor het plezier in het schaatsen. Op advies van mijn trainer bij Jong Oranje ben ik toen marathons gaan rijden.

De marathon was in mijn ogen vooral bedoeld voor de mensen voor wie de langebaancarrière wel over was, maar dat veranderde snel toen ik mijn eerste marathon eenmaal had gereden. Ik heb zestig rondjes aan het elastiek gehangen en dat kon ik maar moeilijk verteren. Toen kreeg ik wel respect voor de marathon en ook de motivatie om daar mijn doel van te maken. Ik werd er met mijn neus op de feiten gedrukt."

Waardering
"In het marathonschaatsen vond ik het plezier weer terug. Aan het einde van het seizoen zat ik al in de buurt van het podium en twee jaar later deed ik mee om de overwinning. Een van de mooiste zeges was misschien wel in de Greenery Six (marathon zesdaagse, red.). Voor de winst kreeg je natuurlijk het spruitjespak en ik kreeg ook een krans met echte spruitjes. Mijn moeder heeft ze er allemaal afgeplukt en we hebben er een week van gegeten.

Het spruitjespak is echt iconisch. Iedereen heeft het er nog steeds over en nu is er met de Trachitol Trophy weer zo'n pak. Een superlelijk ding om te hebben, maar iedereen wil hem aan. Ik heb pakken in alle kleuren, ik heb van alles één pak bewaard. Ze zitten allemaal in een grote sporttas onderin de kast. Je doet er eigenlijk niets mee, maar soms haal je hem even tevoorschijn om te kijken wat er ook alweer in zat. Daarna vouw je alles weer op, want weggooien doe je niet.

De Essent Cup is ook zo'n mooie prijs. Die is namelijk exact hetzelfde als de bekers die ze toen in de World Cup weggaven. Ik vond dat heel grappig, omdat dat eigenlijk de enige uiting was die gelijk was aan waardering ten opzichte van de langebaan. Want als je kijkt naar zendtijd, inkomsten en überhaupt waardering van mensen blijft de marathon ver achter.

Op de Weissensee krijgen de mannen een samenvatting van twintig minuten, maar bij de vrouwen zie je alleen tien seconden van de eindsprint. Mijn val in de Alternatieve Elfstedentocht zette het wel wat meer op de kaart. Die tien seconden van de val zijn zo vaak herhaald, mensen wisten niet eens dat de vrouwen ook 200 kilometer reden. Ik kreeg reacties uit Hongarije, Canada, Frankrijk, echt van over de hele wereld."

Foto : Martin de Jong

Frustratie
"Ik had zoveel plezier in de marathon dat ik eigenlijk niet meer terug wilde naar de langebaan. Een paar jaar later heb ik het toch weer geprobeerd en plaatste ik me voor de World Cups. Toen zat ik er weer volle bak in. Ik plaatste me zelfs voor de Olympische Spelen op de vijf kilometer en ik zat in het team voor de ploegenachtervolging. Soms reed ik vier van de zes rondjes op kop.

Voor de ploegenachtervolging moet je natuurlijk gezamenlijk trainen, dus ik vroeg vaak aan de bondscoach wanneer we dat zouden gaan doen. Telkens weer was het lastig en kon het allemaal niet. Op de Spelen hoorde ik ook via via dat ze gingen trainen. Ik pakte mijn tas en ging ook maar naar de ijsbaan, maar toen ik daar kwam werd me verteld dat ik niet zou rijden. Dat konden ze me blijkbaar niet in het olympisch dorp te vertellen.

De 5000 meter reed ik dan wel, maar het ging niet heel goed (11e). Ik was gewend om elk weekend een wedstrijd te rijden en de vijf kilometer was op de voorlaatste dag. Vanaf het begin zat ik daar, zonder mijn eigen coach, want ik was een individuele rijdster. Ik had het gevoel dat ik nergens kon aansluiten en heb drie weken in mijn eentje in het dorp gezeten. Toen er een trainingswedstrijdje was, wilde ik die dus heel graag rijden. Het was niet nodig en het mocht niet, want alleen reserves zouden starten, zeiden ze.

Sinds de Spelen van Vancouver heb ik altijd het idee gehad dat ik nog wel zo goed kon zijn, maar dat het vanwege invloeden van buitenaf alsnog mis kon gaan. Als je niet in één van de grote ploegen zit, maak je bijna geen kans. En het is niet alsof het alleen mij is overkomen. Het is daarvoor en daarna vaak genoeg weer fout gegaan.

Van de Olympische Spelen heb ik nog altijd het kledingpakket. De sokken waren het meest bruikbare stuk uit het kledingpakket en die heb ik nog heel vaak aan. Ze zitten goed strak en hebben precies de goede hoogte. Op het randje staat Vancouver 2010. Ze doen het nog steeds, zonder gaten. Een setje ging wel een beetje kapot bij de tenen, maar die heb ik toch stiekem even bij elkaar genaaid."

Foto : Martin de Jong

Spijt
"Ik hield altijd een lijstje bij van wedstrijden die ik nog wilde winnen. Daar stond eigenlijk nog één grote wedstrijd op: het NK op natuurijs. In 2009 had ik die misschien ook kunnen winnen. Het was dat jaar voor het eerst sinds jaren dat het NK verreden werd. Het viel alleen net voor het EK Allround, waar ik zou rijden, en ik koos voor het EK.

Op de dag van het NK trainde ik hier in Thialf en zonden ze het uit op de grote schermen. Ik kon wel door de grond zakken toen ik hier de wedstrijd zat te kijken. Ik dacht bij mezelf: wat doe ik hier? Het EK is ten slotte elk jaar. Wie weet wanneer er weer een NK op natuurijs komt? Ik was er vrij zeker van dat ik dat jaar had kunnen winnen, maar ik koos anders en daar heb ik achteraf nog steeds spijt van.

Wat dat betreft is het wel jammer dat er tien jaar terug nog geen ploeg was zoals het team van Jillert Anema, die zowel langebaan als marathon doen. Dan had ik misschien minder moeite gehad om alles met elkaar te combineren. Ik hoefde helemaal niet mijn eigen weg te zoeken, zocht juist een ploeg waarin de trainer precies zegt wat je moet doen. Ik ging wel telkens door, maar dan deed ik het wel op de manier waarop ik het leuk bleef vinden. Eigenlijk bekeek ik het per jaar en nu had ik echt het gevoel dat het klaar was.

Inmiddels ben ik begonnen met meerdere cursussen, ik geef training en tussendoor probeer ik nog een beetje geld te verdienen. Ik werk twee dagen in de week op de vliegschool en heb een bijbaantje als chauffeur. Het is best druk dus. Schaatsen doe ik eigenlijk nauwelijks meer. Zo nu en dan ga ik mee fietsen of hardlopen, meer niet. Het is ook niet lastig verder, ook niet tijdens de wedstrijden. Het is goed zo."

Door Sjors Leek - Laatste update op 09 jan om 15:01