Slechts eenmaal stond Håvard Lorentzen vorige winter op de hoogste trede van het podium. Enkel bij de eerste wereldbekerwedstrijd in Minsk was hij de snelste op de 500 meter. Hoewel de rest van zijn winter absoluut geen mislukking mag heten, steekt het toch schril af bij zijn olympische campagne van het jaar daarvoor. Tijd dus voor verandering.

"Toen was ik veel stabieler", vertelt Lorentzen aan het Noorse Sunnmørsposten over zijn olympische jaar. "Bijna elk weekend stond ik wel op het podium." En dat klopt. Met olympisch goud en zilver, een wereldtitel sprint en vier wereldbekerzeges was Lorentzen twee jaar terug de koning van de sprint. 

In het naolympisch jaar wist de wereldkampioen sprint zijn titel niet te prolongeren. Na een uitstekende openingsdag stond hij vrijwel gelijk met de latere kampioen Pavel Kulizhnikov, maar op de tweede dag viel hij alsnog buiten de prijzen. "Dat resultaat is een goede samenvatting van het seizoen. De ene dag kan het goed zijn, de dag erna ineens niet meer", blikt de Noor terug. 

De reden van zijn mindere jaar zoekt Lorentzen in de veranderde trainingsaanpak. Na het succes van het seizoen 2017/2018 gooide de Noorse sprintploeg het trainingsschema om. "We hebben veel meer en langer gefietst, waren minder samen op het ijs en hadden meer technische sessies met starts en snelheid", legt hij uit. Die aanpak heeft vorig jaar niet het gewenste resultaat opgeleverd. Lorentzen denkt zelfs dat zijn techniek verslechterd is. 

Om die reden keert de ploeg terug naar de 'olympische formule'. De zware trainingen zullen vaker op het ijs worden gedaan in plaats van de fiets, maar niet alles keert terug bij het oude. "Om ontwikkeling te stimuleren, moet je iets nieuws doen. Als je gewoon hetzelfde blijft doen, blijf je stilstaan in je ontwikkeling."

De 26-jarige Noor hoopt zich met de vertrouwde aanpak optimaal voor te kunnen bereiden op het WK Sprint in eigen land. Zonder enige twijfel heeft hij dat toernooi tot het hoofddoel van zijn seizoen gebombardeerd. In het Vikingskipet hoopt Lorentzen te schitteren voor het thuispubliek. Mocht hij de titel pakken, wordt hij de eerste Noor die in eigen land wereldkampioen sprint wordt.