De flow vasthouden, dat is het motto voor Lotte van Beek de komende tijd. De 26-jarige Zwolse draaide afgelopen seizoen na jaren van tegenslag weer mee op het hoogste niveau en wil die lijn bij haar nieuwe ploeg graag doortrekken. "Ik kan er eindelijk weer vol voor strijden."

Hoe groot kan het verschil zijn. In februari van 2017 reed Lotte van Beek bij een 1500 meterwedstrijd in Tilburg nog geen deuk in een pakje boter. Ze was zo vermoeid dat ze de startlijn amper voorbij kwam. Een klein jaar later pakte Van Beek de eerste Europese titel ooit door in Kolomna de 1500 meter op haar naam te schrijven. "Tijdens die race werd ik gewoon niet moe. Ja, dat contrast met een jaar ervoor is extreem."

Het mooiste waar Van Beek op terugkijkt, is de stap die ze in een jaar tijd heeft gemaakt. Na één seizoen LottoNL-Jumbo, waarin ze te maken kreeg met de ziekte van Pfeiffer, begon Van Beek bij het Gewest Fryslân onder leiding van Henk Hospes weer vanaf nul. Geen salaris, geen trainingskampen en daarbij moest ze alles zelf regelen. "Als zulke normaal lijkende dingen wegvallen, ga je het meer waarderen", aldus Van Beek, die op de belangrijke momenten alle randzaken eenvoudig naast zich neer kon leggen.

Foto : Soenar Chamid

"Ik kwam uit een klote jaar, ik was dan ook heel blij om een ploeg om me heen te hebben waar de sfeer en dynamiek heel goed was en waar het leuk was om te trainen. Bovendien hielp het ook mee dat Sanne (van der Schaar, red.), Mayon (Kuipers, red.) en Aron (Romeijn, red.) wereldbekers mochten rijden. Als het team begint te lopen, neem je die sfeer en vibe mee naar je eigen races. Ik durf te zeggen dat ik zonder de ploeg van vorig jaar niet had kunnen rijden wat ik afgelopen jaar heb gedaan."

Gemotiveerd
Aan het begin van het olympische seizoen was Van Beek zich ervan bewust dat ze één jaar alles op alles moest zetten om haar oude vorm weer te halen. Ze reed plaatsingswedstrijd na plaatsingswedstrijd om zich uiteindelijk te kwalificeren voor de NK Afstanden in oktober. Daar toonde Van Beek al voorzichtig haar herstel; ze plaatste zich voor de World Cups op de 1000 en 1500 meter.

Bij de eerste World Cups in Heerenveen en Stavanger verraste Van Beek meteen met brons op de 1500 meter. Het was een teken aan de rest van het internationale veld dat ze nog niet afgeschreven moest worden. Hoewel de World Cups die daarna volgden (Calgary en Salt Lake City) vanwege een voedselvergiftiging wat stroever verliepen, was ze op het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) weer ouderwets in vorm. Op de 1500 meter hoefde ze alleen Ireen Wüst voor zich te dulden, waardoor Van Beek voor de tweede keer in haar carrière een ticket voor de Olympische Spelen bemachtigde.

Foto : Soenar Chamid

De ontlading was groot. De Spelen, die door allerlei oorzaken jarenlang heel ver weg voelden, waren bereikt. En dat in het jaar dat het er echt om ging. "Misschien dwing je dat toch ergens mee af", aldus Van Beek met een knipoog. "Je bent vooral heel blij dat je fit bent en denkt: ik kan het nog! Al die jaren was ik mijn timing en het gevoel niet kwijtgeraakt. Dan weet je bij jezelf: als ik fit ben, moet ik het gewoon kunnen. Dat gevoel heeft ervoor gezorgd dat ik gemotiveerd en gefocust bleef."

Rust
Waar veel schaatsers ten onder gingen aan de druk en de zenuwen, bleef Van Beek bij een belangrijk toernooi opvallend rustig in haar hoofd. Dit 'geheime wapen' had ze er van jongs af aan al inzitten. "Je moet niet omdat het een belangrijke wedstrijd is iets anders doen dan waar je op vertrouwt. Het is nog steeds een 1500 meter; je schaatst gewoon op een 400-meterbaan en je slaat nog steeds na 100 meter linksaf. Daar verandert niks in. Ik denk dat die rust een groot verschil maakt, ook omdat ik weet dat het wel goed komt."

Ook tijdens de EK Afstanden in Kolomna, een week na het OKT, ging Van Beek met veel vertrouwen van start. Net als tijdens het OKT was het verval in haar slotronde minimaal en kon ze tot op de streep 'rake klappen' blijven maken. "Het eerste wat ik dacht, was: dat is weinig verval, dan heb ik in de tussenronde niet hard genoeg doorgereden." Vervolgens zag ze dat iedereen zich stukbeet op haar tijd, waardoor Van Beek de eerste Europees kampioene werd op deze afstand. "Het liep heel makkelijk, ik werd niet moe. Bij de laatste wissel kon ik er zelfs nog een versnelling bij doen. Het was een heel goede race."

Na een tweede gouden medaille op de ploegenachtervolging ging het vizier op de Olympische Spelen. In Sotsji won ze brons op de 1500 meter en goud op de ploegenachtervolging. Dat kunstje hoopte ze in PyeongChang te herhalen. Van Beek reed echter niet haar beste race van het seizoen en moest genoegen nemen met de vierde plek op de 1500 meter. Het verschil met de nummer drie Marrit Leenstra was slechts één honderdste van een seconde. "Ik had vrij laat door dat het verschil zo klein was. Ja, dan baal je als een stekker."

Of ze nog lang wakker lag van die honderdste? "Tijdens de Spelen wilde ik er niet te lang bij stilstaan, omdat ik de ploegenachtervolging nog moest rijden (de Nederlandse ploeg won zilver, red.). Ik denk dat je er na het seizoen meer over nadenkt. Nee, dan denk ik niet aan waar ik het heb laten liggen. Als je daar aan gaat beginnen... Door het seizoen en wetende waar ik vandaan kom, kan ik het makkelijker relativeren. Met die gedachte kan ik mezelf wat rust toebrengen. Ik ben blij dat ik die rust weer heb."

Professional
Ondanks het kleine smetje op een verder mooi seizoen kon Van Beek met een lekker gevoel de zomer in. Eindelijk hoefde ze niet met een achterstand te beginnen, ze had zelfs een fysieke voorsprong. De eerste zomermaanden trainde ze samen met Ireen Wüst. Er was nog geen sponsor, maar er ontstond wel een team. Na een lange periode van onzekerheid stapte investeringsmaatschappij Infestos in en kon de ploeg zonder zorgen verder gaan. "Nu kan ik m'n sport net wat meer als een echte professional beoefenen."

De klik met haar nieuwe en jonge teamgenoten was er meteen, ondanks dat ze nog nooit eerder bij iemand van hen in de ploeg zat. Vorig jaar trainde ze veelal met sprinters, nu kan ze haar duurrondjes met onder meer Wüst en Esmee Visser doen. Van Beek heeft zin in de winter en is dolblij dat ze er weer vol voor kan strijden. "Op het moment dat je fit bent en weer hard schaatst, ben je blij met elke wedstrijd die je mag rijden."

Voor komend seizoen staan de WK Afstanden met hoofdletters in haar agenda. Na haar Europese titel op de 1500 meter is de wereldtitel het nieuwe doel. "Ik ben nog nooit wereldkampioen geworden, dus daar wil ik honderd procent voor gaan."

Door Rijcko Treep - Laatste update op 22 okt om 13:49