Op de lijst met marathonploegen van komend seizoen staat een opvallende naam: Team Vangnet. Het is een collectief van marathonschaatsers die na afgelopen winter zonder ploeg zijn komen te zitten. Het team is een initiatief van de KNSB en verzekert drie rijders van een startplek in de Topdivisie. Erwin Mesu en Timo Verkaaik maken de overstap van het gestopte De Haan Westerhoff, Bart Mol komt over van AB Vakwerk.

De KNSB, bij monde van competitieleider Willem Hut, is tevreden over de opzet van de ploeg, al bestond het idee voor een opvangploeg al langer. "Na vorig jaar zijn we weer in gesprek gegaan met de ploegen. Zij gaven toen aan: 'Mocht de behoefte er zijn, pak dan alsjeblieft door'. Dat hebben we nu gedaan."

De opvangploeg bestaat komend jaar slechts uit drie namen, maar dat hadden er ook zomaar zeven of acht kunnen zijn. "Daar zaten ook rijders tussen die twijfelden of ze wel door wilden gaan", vertelt Hut. "Op een gegeven moment kunnen ploegen daar ook niet meer op wachten. Het alternatief zou zijn dat die rijders een eigen ploeg oprichten, maar dat doe je ook niet zomaar. Dan is Team Vangnet een goede oplossing."

Mesu, Verkaaik en Mol zullen het komend seizoen dus met zijn drieën moeten doen. Peter van de Pol, die in eerste instantie ook onderdeel zou uitmaken van Team Vangnet, vond op het laatste moment nog aansluiting bij Team BraGeld, dat dit jaar voor het eerst uitkomt in de Topdivisie. Andere kandidaten kozen voor een sabbatical of hingen de schaatsen definitief aan de wilgen.

Zelf regelen
De faciliteiten vanuit de KNSB beperken zich tot een minimum: een pak en een beennummer, meer niet. Verdere omkadering moeten de mannen zelf regelen. Gelukkig kunnen ze rekenen op privésponsors die voor de nodige faciliteiten zorgen. Zo zit Mol momenteel in Inzell met onder meer Koen Verweij en sloot Verkaaik aan bij het trainingskamp van het team van Groenehartsport.nl in Erfurt. Ook bieden de regels binnen het marathonschaatsen ruimte voor een eigen sponsorlogo op het pak.

Dit bericht bekijken op Instagram

Black sheep first race done Photo @jordanmcmillen95

Een bericht gedeeld door Bart Mol (@bartmol55) op

"Natuurlijk had ik het liefste bij een ploeg gereden", zegt Verkaaik. "Maar onder de omstandigheden ga ik zeker proberen om er het beste van te maken. Je moet een beetje creatief zijn en dingen combineren." Ook voor Mol is het er niet makkelijker op geworden: "Er komt nu wel meer bij kijken. Normaal regelt de ploeg heel veel dingen voor je en nu moet ik bijvoorbeeld zelf een trainingskamp regelen in Inzell, ijs huren, dat soort dingen."

Voor eigen kans
Team Vangnet mag dan wel uit slechts drie rijders bestaan, toch zijn het niet de minste namen die in een nieuw blauw pak het ijs zullen betreden. Zo onderscheidden Mesu en Mol zich in het verleden al met prestaties op natuurijs en is ook Verkaaik regelmatig in de koers van voren te zien.

Daarbij is een kleine ploeg zeker niet altijd een nadeel. Voor Mol, vorig jaar veelvuldig in dienst rijdend van Gary Hekman, biedt het mogelijkheden om meer voor eigen kans te rijden. "Bij AB Vakwerk offerde ik me vaak op. Nu heb ik ervoor gekozen om weer meer te gaan werken en voor mezelf te trainen. Ik ben nu 31 en wil graag nog een marathon winnen."

Tekst gaat door onder de afbeelding

Het nieuwe pak van Team Vangnet, met persoonlijke sponsor van Erwin Mesu

Ook Verkaaik ziet kansen voor zichzelf in de nieuwe opzet: "Ik wil zo hard mogelijk schaatsen. Aanvallend rijden, kopgroepen meepakken en rondjes pakken. Ik wil gewoon lekker koersen en voorin eindigen, dat is uiteindelijk toch de essentie van marathonschaatsen."

Toekomstperspectief
Het huidige Team Vangnet zal in principe slechts voor één seizoen bestaan. "In deze constructie kunnen deze rijders alleen dit jaar werken. Volgend jaar zullen ze een ploeg gevonden moeten hebben of anders als individuele rijder moeten overstappen naar de Beloftendivisie", aldus Hut.

"Met bijna 350 schaatsers bij de dames en de heren is er sprake van marktwerking. Dan kan het gebeuren dat een paar rijders buiten de boot vallen. Gelukkig kunnen we ze op deze manier ondersteunen en wie weet kunnen ze volgend jaar weer de aansluiting maken bij de bestaande ploegen", klinkt het hoopvol.

Ook Mol ziet dat er vorderingen worden gemaakt. "Het is al goed dat er opleidingsploegen zijn met jonge jongens en dat er ook doorstroomwedstrijden zijn. Dat heb je wel nodig, anders bloedt het een keer dood. Dat is nu ook zo met de opvangploeg. Vorig jaar werd ik nog tweede op de Weissensee, dan zou het wel zonde zijn als ik moet stoppen omdat ik geen ploeg vind."

Door Sjors Leek - Laatste update op 22 okt om 13:50