Aan de vooravond van het nieuwe seizoen blijft het voor Sven Kramer gissen hoe hij komende winter voor de dag zal komen. Na een seizoen met veel fysieke ongemakken zijn de voortekenen alvast goed. Bij een trainingswedstrijd in Inzell verbeterde de 32-jarige Fries afgelopen weekend zijn eigen baanrecord op de 5000 meter. "Als ik deze lijn door kan trekken, kan het een mooie winter worden."

Kramer oogt op het terras van het Chiemgauer Hotel in het zonnige Inzell scherp en ontspannen. Zijn eerste twee trainingswedstrijden – het NK Clubs in Heerenveen en de trainingswedstrijd in Inzell – zijn hem goed af gegaan. Ja, het verbaast hem zelf ook wel dat hij nu al tot zoiets in staat is. Maar wat hem vooral tevreden stemt, is de groei die hij in een 'relatief kort tijdsbestek' heeft doorgemaakt. In een half jaar tijd is Kramer gestegen naar het niveau dat hij nu heeft. 

Na een zwaar en intensief seizoen besluit de olympisch kampioen op de 5000 meter wat meer rust voor zichzelf in te lassen, iets wat volgens hem normaal is na een olympisch seizoen. "Zeker op mijn leeftijd is het na veel jaren topsport echt niet erg om wat meer rust te nemen", beweert Kramer, die de rustperiode vooral heeft benut om zijn lijf hersteltijd te kunnen geven. Met 'lijf' bedoelt Kramer met name zijn rug, die hem al jaren problemen bezorgt.

Ook het afgelopen seizoen speelt de rug hem flink parten. Op de olympische tien kilometer en op het WK Allround is hij dan ook niet in staat om te excelleren. "Maar dat is ook topsport", vervolgt Kramer realistisch. "Je moet fit blijven en niet over de grens heengaan. Een ongeluk zit in een klein hoekje en ik ben helaas te vaak gevallen vorig jaar. Het gaat nu langzaamaan steeds beter, maar de problemen zullen nooit helemaal weggaan."

Foto : Sander Chamid

Azijnzeikers
Kramer is inmiddels alweer aan zijn vierde naolympische seizoen begonnen. Hoewel het niet compleet anders is dan andere seizoenen, voelt het wel iets relaxter voor hem. Hij bekijkt per seizoen of hij doorgaat, maar sluit een vijfde Olympische Spelen niet uit. Een belangrijke graadmeter daarvoor is zijn fysieke gesteldheid, het plezier en het gevoel van schaatsen. Met winnen is hij vooralsnog niet zozeer bezig. "Uiteindelijk is dat natuurlijk wel de doelstelling, maar op dit moment is dat niet het meest urgent", stelt Kramer.

"Ik wil weer pijnvrij en efficiënt kunnen schaatsen. Pas als ik dat kan, heb ik de basis om weer aan snelle tijden en overwinningen te denken. Het is niet andersom. Natuurlijk weet ik dat ik hard kan schaatsen, daar hoef ik echt niet aan te twijfelen. Alleen moeten de basisvoorwaarden goed zijn. En als die goed zijn, komt de rest meestal vanzelf."

De nieuwsberichten die na zijn optredens in Gangneung en Amsterdam de revue passeren, zijn voor Kramer niet nieuw. Het interesseert hem weinig; de tijd dat hij alles leest en serieus neemt, is wel voorbij. "Ik ben het gewend. Het is inherent aan mijn persoon binnen het schaatsen en de Nederlandse sport", aldus Kramer, die onder meer vier olympische titels en negentien wereldtitels op zijn palmares heeft staan.

Of dit soort dingen hem triggeren om komend seizoen het tegendeel te bewijzen? "Nee, ik hoef niet meer te bewijzen dat ik hard kan schaatsen. Ik zou het heel fijn vinden als ik zonder pijn en zorgen kan schaatsen. Ik sport omdat ik er heel veel plezier aan beleef om met die gasten te trainen en het oprecht heel leuk vind. Natuurlijk zijn er altijd mindere dagen, maar vooralsnog haal ik er 90 procent van de tijd veel plezier uit en dat is waarom ik nog schaats. Ik doe het niet om mij te bewijzen tegen azijnzeikers."

Allrounden
Als Kramer zijn oog laat vallen op het wedstrijdschema van komend seizoen, vallen hem een paar dingen op. De WK Afstanden, die komend seizoen in Inzell worden verreden, zijn al in februari en het WK Allround in Calgary volgt in maart. Dat heeft alles te maken met het feit dat de Olympische Spelen net voorbij zijn. "De allroundtoernooien worden weer belangrijker in zo'n seizoen. Daardoor valt de urgentie van de WK Afstanden voor mij persoonlijk wat weg", erkent Kramer.

"Ik vind allrounden al van jongs af aan al één van de mooiste dingen om te doen. Het wordt voor mij wel steeds moeilijker, maar dat neemt niet weg dat er veel uitdaging in zit." Het EK Allround is in januari in Collalbo. Op deze buitenbaan in Noord-Italië is sinds 2011 geen groot toernooi meer geschaatst. Kramer vindt het hartstikke mooi dat er wedstrijden in de open lucht worden gehouden en wat hem betreft mag dat wel vaker. "Dan kun je wel een keer een andere uitslag krijgen, maar als ik er iets breder naar kijk dan heel egoïstisch, is het misschien ook wel goed voor de sport."

Tijdens het WK Allround in Amsterdam afgelopen maart zit het Olympisch Stadion elke dag nagenoeg vol en geniet het publiek van bijzondere en spectaculaire ritten. Voor Kramer valt het toernooi tegen (hij wordt vierde, red.), maar hij weet op dat moment dat zijn rug de oorzaak hiervan is. "Ik wist natuurlijk wel dat ik niet op mijn best was en dan is topsport gewoon heel hard. Dat is ook de charme van topsport en bewijst maar weer dat ook een Sven Kramer geen steekje kan laten vallen."

Minder titeltoernooien
Kramer staat inmiddels op negen Europese allroundtitels en negen wereldtitels allround. Dat hij komend seizoen voor de dubbele cijfers kan gaan, zegt hem niet zoveel. "Een getal is ook maar een perceptie", reageert hij. Toch zal hij er over een paar jaar wellicht anders naar kijken. Met ingang van het seizoen 2020-2021 zullen er niet elk jaar, maar om het jaar wereldkampioenschappen worden gehouden. Volgens de ISU zijn er te veel titeltoernooien en weet men niet meer wie nou welk toernooi heeft gewonnen.

"Als je zegt: we willen de kampioenen die er zijn beter etaleren, dan snap ik dat nog, maar dit is niet de echte reden", legt Kramer uit. "De reden waarom deze besluitvorming is gemaakt, is dat heel veel bonden weinig geld hebben en het te duur vinden om iedereen overal naartoe te sturen. Dat is kwalijk. Of er een oplossing voor is? Alleen met financiële injecties of door keuzes te maken binnen een bond. Maar daar ga ik gelukkig niet over."

Foto : Soenar Chamid

Bij de WK Afstanden heeft Kramer inmiddels al negentien wereldtitels bij elkaar geschaatst. Op de Olympische Spelen in Zuid-Korea schrijft Kramer geschiedenis door drie keer op rij de olympische titel op de 5000 meter te winnen. Op de 10.000 meter komt hij er door fysieke problemen niet aan te pas en wordt hij uiteindelijk zesde. Of hij in Inzell wil laten zien dat hij de langste afstand nog kan winnen? "Nee, daar gaat het mij niet om. Het is gewoon een WK Afstanden, geen Olympische Spelen. Je gaat je gram niet halen op een WK Afstanden. M'n kans is verkeken, ik ben niet goed genoeg geweest, punt."

In de herfst van zijn carrière is Kramer dus vooral bezig met lekker schaatsen. Doelstellingen als de Adelskalender aanvoeren (de wereldranglijst aller tijden voor het allroundschaatsen; Kramer staat nu tweede achter Shani Davis) of een wereldrecord rijden zijn voor hem geen prioriteit. Sterker nog, de Adelskalender zegt hem relatief weinig. "Als mij dat echt boeide, had ik allang een 500 meter in Calgary of Salt Lake City gereden. Als dat toevallig gebeurt, vind ik het leuk. Dat geldt ook voor een wereldrecord. Dat kun je niet plannen, dat overkomt je. Het belangrijkste is om dit jaar weer lekker te schaatsen zonder fysieke beperkingen. Als dat lukt, ben ik tevreden."

Door Rijcko Treep - Laatste update op 22 okt om 13:57