Mist, wit uitgeslagen ijs en flink afzien. De Bloksma 10 kilometer Bokaal in Haarlem was zaterdag geen kattenpis. Ervaren schaatsers als Mats Stoltenborg, Jeroen Janissen en Berend Bervoets beten zich stuk op de 25 rondjes die ze moesten rijden. "Dat ijs was net schuurpapier", zegt Bervoets. "Na zes kilometer verzuurden mijn benen al en telde ik af tot het einde."

Door de zware mist kon het publiek de schaatsers bijna niet meer zien. Als vage schimmen schaatsten de mannen hun vijfentwintig rondjes over de schaatsbaan van Haarlem. "Zo'n tien kilometer race is toch een eenzame strijd", zegt oud-topschaatser Bob de Jong, die de Bloksma 10 kilometer Bokaal organiseert. "Soms heb je een goede tegenstander, maar vaak moet je het alleen doen. Je hoort misschien nog wel de aanmoedigingen van het publiek, maar verder ben je alleen met je verzuurde benen."

Als geen ander weet De Jong hoe het is om een tien kilometer te schaatsen. Vijf keer werd hij wereldkampioen op deze afstand en op de Olympische Spelen in Turijn (2006) bekroonde hij al zijn inspanningen met een gouden plak. Inmiddels schaatst hij zelf niet meer en coacht hij de Zuid-Koreaanse schaatsploeg. Maar tegelijk wil hij zijn geliefde tien kilometer behouden voor de Nederlandse schaatsport en daarom organiseerde hij zaterdag opnieuw de 10 kilometer bokaal. "Voor de junioren is het belangrijk om zo'n lange race te leren rijden", meent hij. "Het is niet alleen fysiek, maar ook mentaal een gevecht. Iedereen gaat de laatste vier rondjes kapot en dan komt het op karakter aan. Dan moet je blijven vechten en je rondetijden proberen laag te houden."

Jonge honden
Jeroen Janissen uit Haarlem was één van die jonge honden die op de tien kilometer de strijd aan ging met zichzelf. Met rondjes van 34 hoog en 35 laag reed hij een vlakke race en pakte achter Mats Stoltenborg de tweede plaats. "Ik laat me graag inspireren door oud-schaatsers als Bob de Jong", zegt hij. "Bob trainde vroeger altijd op de schaatsbaan in Haarlem en soms reed ik stiekem een rondje achter hem aan. Die man beweegt zo soepel en rijdt zo gemakkelijk. Het lijkt alsof hij al zijn energie in zijn benen stopt en verder gewoon ontspannen schaatst. Hij rijdt ook erg efficiënt en maakt zo min mogelijk meters. Zo kan hij met zo min mogelijk energie hard schaatsen."

Ook Esmee Visser was in Haarlem aanwezig. De kersverse olympische kampioene reikte de prijzen uit en moedigde haar oud-teamgenootjes als Janissen aan. "Esmee heeft me verrast", vertelt Janissen. "Met de schaatsclub van Haarlem zijn we naar haar huldiging geweest. Drie jaar geleden trainde ze nog met ons mee en nu is ze gewoon olympisch kampioen. Als zij dat kan, dan kunnen we dat ook. Zij laat zien dat er met hard trainen een hoop mogelijk is."

Voetstuk
Visser lachte een tikkeltje verlegen. Ze was al die aandacht en haar nieuwe status als olympisch kampioene nog niet zo gewend. "De buitenwereld zet me ineens op een voetstuk", zegt ze. "Maar zelf blijf ik gewoon Esmee. Ik ben veel te nuchter om me mee te laten sleuren door dat soort gekte. De afgelopen twee weken ben ik wel erg geleefd en is er een hoop op me afgekomen. Ik voel me nog een beetje grieperig en daarom vond ik het niet verstandig om aan deze wedstrijd mee te doen. Wel jammer, want ik had hier graag geschaatst."

Ze zwaaide vriendelijk om zich heen en voegde zich bij haar vader, die de tijdwaarneming in Haarlem deed. Ze zag jonge schaatsers als Berend Bervoets kapot gaan. "Na vijftien rondes had ik al verzuurde benen en pijn in mijn rug. Puur op karakter ben ik doorgegaan en heb ik er toch een scherpe tijd (15.04,17) uitgesleept. Dat was tien seconden sneller dan ik had verwacht", aldus Bervoets.

Klik hier voor de volledige uitslag.

Door Natasha Smit - Laatste update op 12 apr om 10:32