Daniëlle Bekkering (40) is met 63 kunstijsoverwinningen (FlevOnice meegeteld) de meest succesvolle marathonschaatsster aller tijden. Ze staat aan de vooravond van haar twintigste schaatsseizoen, dat op 21 oktober op de Jaap Edenbaan in Amsterdam begint.

Tien dagen lang liep ze als een oud besje rond, haar knieën en rug tot op het bot verzuurd. Het was de winter van 1997 en de jonge Bekkering had het in haar hoofd gehaald om zonder voorbereiding de Noorder Rondritten te schaatsen, een Groningse klassieker over 150 kilometer. "Echt vreselijk. Starten in het donker, klunen en tegen de wind in terugrijden vanuit Zoutkamp", herinnert ze zich.

De Elfstedentocht was net verreden en de marathonschaatsers konden zich dagelijks de vernieling in rijden op Nederlandse natuurijsklassiekers. Shorttrackster Bekkering stond reserve voor het EK en was in voorbereiding op de Olympische Spelen van Nagano. "Niet verstandig riepen ze. Ik had het nou eenmaal in mijn hoofd. Mijn vader had hem al drie keer geschaatst en zei: 'Als jij dat gaat doen dan zorg ik voor verzorging.'" De Groningse haalde de eindstreep. Als derde, achter Neeke Smit en Hiltje Venema. Een nieuwe passie was ontstaan.

Keulen-Deelstra
Nu, op de vooravond van haar twintigste marathonseizoen, is er geen enkele marathonschaatsster meer in het peloton die rondreed voordat Bekkering begon. Met haar 62e overwinning in Thialf in 2012 verbrak ze het record van Atje Keulen-Deelstra, decennialang de meest succesvolle marathonschaatsster. "Werd tijd", reageerde Keulen-Deelstra toen. Bekkering: "Een journalist zei toen iets over mijn leeftijd. Toen antwoordde Atje, 'Dat maakt niet uit, toen ik één-en-veertig was, werd ik nog Nederlands Kampioene. Als ze goed op zichzelf past kan ze nog jaren mee.' Heel mooi dat ze daar toen nog op gereageerd heeft." Keulen-Deelstra overleed twee maanden later op 74-jarige leeftijd.

Haar eerste overwinning kan Bekkering nog goed herinneren. "Dat was bij de finalewedstrijd van de Greenery Six in 2000. Als ik dat zeg klink ik wel heel oud!" lacht ze. "Ik reed achter Jenita Hulzebosch, die ging met twee ronden te gaan op kop. Ik dacht: als ik haar kan volgen dan gaat het goed. Bij de laatste bocht dacht ik: waarom gaat het niet harder? Dus ik ging er omheen. Kom je als eerste over de finish. Heel bijzonder." Vooral in het begin haalde Bekkering veel overwinningen dankzij haar snelle eindsprint. "Ik had altijd veel snelheid. Maar ik probeerde meer te zijn dan sprinter. Veel in de aanval gaan. En natuurijs lag mij wel. Maar dat eindschot was natuurlijk een mooi wapen." 

Wie is de volgende Daniëlle Bekkering? "Dat is een hele goede vraag. Nou, misschien je ploeggenootje wel een beetje, Emma (Engbers). Maar die moet er nog wel een paar meer winnen", zegt ze lachend. "Ze durft in de aanval en heeft ook wel een sprint." Ook oud-ploeggenote Sharon Hendriks wordt genoemd. "Daarvan had ik echt het idee dat ze mij kon opvolgen. Ze was pittig snel in de sprint en kon doorbeuken. Maar ze heeft veel blessureleed gekend."

Het damespeloton is in de loop der jaren volwassen geworden, vindt Bekkering. "In de beginjaren was het regelmatig zo dat we met veertig dames in de rondte reden, dat is nu nooit meer zo. Afgelopen jaar hoorde je fanatieke volgers zeggen dat de dameswedstrijd leuker was om te zien dan de herenwedstrijd. Dat werd vijftien jaar geleden niet gezegd. Het is ook leuk om te zien dat meiden echt jong voor de marathon kiezen en niet pas als een ander traject is mislukt." Ze ziet wel dat dames soms te bang zijn om 'lekker in de aanval te gaan' en ook het handen en voetenwerk is toegenomen, vindt Bekkering. "Het is agressiever geworden. Als ik zie dat het rondebord op zesenveertig staat, ik ergens tussen wil en dan word weggeduwd dan denk ik wel: nou."  

Foto : Neeke Smit

Mariska Huisman
Bekkering wist ook andere dames enthousiast te maken voor de marathon, waaronder Mariska Huisman. "Mariska was een hele talentvolle schaatsster, ze won bij de junioren heel veel", herinnert Bekkering zich. "Toen was ze het plezier een beetje kwijtgeraakt. Ik vond dat jammer om te zien, wist dat zij een hartstikke goede schaatser was. Dus ik zei: 'Je moet gewoon marathons schaatsen en het plezier terugvinden, wie weet waar dat toe leidt.' Nou dat hebben we allemaal gezien. Mariska was echt een mooi mens om in het peloton te hebben, als persoon maar ook als rijdster." 

De West-Friezin was zelfs even haar ploeggenote bij DSB. "Dat was goed geregeld allemaal, Dirk Scheringa was een heel grote sportliefhebber. Of het toen professioneler was? Er ging toen wel meer geld om in de sport, maar professionaliteit hangt ook samen met je instelling. Er zijn nu heel veel meiden die heel professioneel met de sport omgaan maar er niet van kunnen leven."

Voor Bekkering is de focus inmiddels wel verlegd. "Toen stond de sport op één. Het is wel een luxe dat je kunt zeggen, met vijftien uurtjes werken redden we het ermee. Nu werk ik veertig uur in de week." Naast haar werk bemoeit Bekkering zich ook actief met de ontwikkeling van het dames marathonschaatsen. Als onderdeel van het damesplatform probeert ze de sport zo goed mogelijk onder de aandacht te brengen bij de KNSB. "We proberen een beetje te voelen wat er in het peloton leeft." Zo is er een wisselrijdster systeem opgezet en adviseert het damesplatform de KNSB over het promotie en degradatiebeleid. 

Olympische Spelen
Met de komst van de mass start staat de deur naar olympische glorie ineens ook op een kier voor marathonschaatsers. Vindt ze het jammer dat de mass start niet acht jaar eerder olympisch werd? "Aan de ene kant wel", zegt Bekkering na een korte stilte. "Zeker in het begin van mijn carrière werd erover gesproken maar was er niks concreets. Het is zoals het is. Ik heb hele mooie dingen mogen meemaken."

Zowel Carien Kleibeuker als Janneke Ensing waren al eens ploeggenoten van Bekkering. Wie zou het beste team vormen voor Nederland? "Ik ben blij dat ik dat niet hoef te beslissen", antwoordt ze lachend. "Het is best lastig. Je moet je eerst individueel plaatsen, dus je moet twee meiden hebben die snelheid genoeg hebben en die vervolgens wel heel goed kunnen samenwerken. Ik denk dat de combinatie tussen Irene (Schouten) en Janneke wel succesvol is." Maar ook de shorttrackmeiden zouden het kunnen volgens haar (Suzanne Schulting won al eens een mass start wedstrijd in Heerenveen). 

Leven op orde
Bekkering heeft alles 'mooi op orde', zegt ze. "Vorig jaar heb ik een moeilijk jaar gehad." Ze scheidde na vijf jaar, verhuisde terug naar Groningen en vond een nieuwe baan. Veel veranderingen, maar die gaven haar ook weer veel energie. "Ik ben druk met werk, maar het is leuk werk en ik vind het schaatsen nog steeds hartstikke mooi." Met Janneke Ensing, Loes Adegeest en Vera Otten heeft Bekkering een compleet nieuwe ploeg om haar heen. "Janneke heeft bewezen dat ze het spelletje snapt en dat ze snelheid heeft. En Loes en Vera zijn allebei jonger en heel leergierig. We willen mee in aanvallen en ons laten zien. Hopelijk leidt dat ook af en toe tot een mooie uitslag", blikt ze vooruit. Het enige wat ontbreekt is nog een sponsor. "De tijd begint te dringen, we willen niet in een zwart pak starten. Maar ik hoop dat ik dat eind deze week een beetje rond heb."

Het Bekkering-tijdperk is nog niet voorbij, hoewel ze zich tegenwoordig vaker in een andere rol schikt. "Het is niet heel realistisch om te zeggen: 'Ik ga voor zoveel podiumplekken'", vertelt de Groningse. "Maar dat betekent niet dat als ik zelf de gelegenheid krijg ik er niet voor ga. Je wil niet alleen maar meehobbelen. Dan kan ik beter wat anders gaan doen."

Door Jessica Merkens - Laatste update op 18 sep 2017 om 20:01