Wie Rob Hadders (41) tegenwoordig ziet, herkent hem niet direct als de schaatser die hij ooit was. Zijn gezicht is bekender van de televisie dan van het ijs. Toch klinkt zijn verleden als topsporter nog steeds door in zijn werk als journalist en presentator bij EenVandaag: discipline, focus en presteren onder druk zijn kwaliteiten die hij dagelijks benut.
Dat de man van de lange adem uit de Noordoostpolder ooit in de media zou belanden, was allerminst vanzelfsprekend. Hadders: “Ik deed een master Internationale Betrekkingen, journalistiek lag ver van me af.” De stap kwam toevallig: via het schaatsen kende hij Johan Boef, die werkte bij EenVandaag. Toen Hadders vertelde over zijn onderzoek naar de massale opkoop van melkpoeder door Chinezen, zag Boef er een nieuwsitem in. Een stageplek bij de webredactie volgde, en een jaar later een screentest. “Zo ben ik erin gerold.”
Op de dag dat hij een kop koffie kwam drinken om over zijn latere stage te praten, viel samen met de nasleep van de MH17-ramp: hectisch, druk en snel. “Die energie voelde vertrouwd. Het was net als de kriebel voor een wedstrijd.”
Journalistiek bleek een andere discipline dan topsport. “In de sport trainde ik twee keer per dag en rustte tussendoor. Nu is het constant doorwerken, verhalen uitpluizen, deadlines halen. Daar heb ik veel respect voor gekregen.” Toch past de cadans van korte, intensieve projecten hem goed. “Ik ben nooit sterk geweest in het doen van langlopende projecten”, al klinkt dit gek voor een marathonschaatser, maar hij licht verder toe: “hier begin je ’s ochtends en moet het ’s avonds af zijn.”
In het begin beleefde hij elke uitzending als een finale, totdat hij leerde zijn fanatisme te temperen. De zwaarste periode was de coronapandemie. De redactie draaide overuren, het aantal uitzendingen nam toe, en de druk om geen fouten te maken was immens. “Ik moest termen als reproductiegetal, exponentiële groei en social distancing proberen begrijpelijk uit te leggen, terwijl niemand er ooit van had gehoord. Ondertussen circuleerden er gemanipuleerde beelden die we moesten checken. Je voelde dat iedereen naar je keek. Alsof je maandenlang vier finales per week reed. Dat vrat energie.”
Om dit vol te houden ontwikkelde hij een intervalritme, geïnspireerd op zijn schaatservaring: korte, intense werkblokken afgewisseld met rustmomenten. “Tijdens wandelen komen vaak de beste ideeën.” Het toewerken naar één moment blijft daarbij herkenbaar. “Je kunt je de hele dag druk maken, maar uiteindelijk gaat het om dat moment waarop het rode lampje aangaat in de studio. Dan moet het goed zijn.” Zijn eigen oordeel komt niet altijd overeen met dat van de kijker. “Soms denk ik: dit item sloeg nergens op. En dan krijg ik appjes van mensen die het geweldig vonden. Op andere momenten denk ik een meesterwerk te hebben gemaakt en dan is er niemand die erover begint. Dat relativeert. Je leert een zesje ook te accepteren.”
Hadders staat bekend om zijn minutieuze voorbereiding. “Er kijken een miljoen mensen, het programma wordt betaald met publiek geld, dan kan ik geen half werk leveren.” Ook bij zijn deelname aan De Slimste Mens in 2019, die hij won, ging hij systematisch te werk. “Ik wist: ik ben niet de slimste, maar de voorbereiding had ik in de hand. Dat is echt een sportding.”
Naarmate Hadders groeide in het tv-vak, leerde hij ook fouten te accepteren. “Ik zei tijdens een live-uitzending eens vulkaan in plaats van orkaan. Gênant, maar collega Pieter Jan Hagens zei: 'Als je geen fouten maakt, ben je niet menselijk. De kijker waardeert juist dat je af en toe struikelt'. Sindsdien durft hij meer te improviseren, ook al is dat niet altijd populair bij het team achter de schermen.
Na blessureleed en een operatie stond Hadders in 2015 voor een keuze: terugkeren naar het schaatsen of een maatschappelijke carrière. Tijdens zijn stage bij EenVandaag viel het kwartje. “Het was zo leuk, ik dacht: waarom teruggaan naar het schaatsen? Hier lag een kans.” Zijn contract in het marathonschaatsen liep af en de overstap was snel gemaakt, al was de overgang pittig.
Belangrijk was voor hem om zijn nieuwe loopbaan los te koppelen van zijn sportverleden. “Ik wilde bewijzen dat ik meer was dan ‘Rob de sporter’.” Hij waarschuwt daarom andere sporters: “Geloof niet dat een topsportcarrière overal deuren opent. Dat is gewoon niet waar.” Zelf solliciteerde hij maanden zonder uitgenodigd te worden. Voorbereiding en realisme bleken cruciaal. Toch raadt hij werkgevers aan topsporters uit te nodigen. “Zij brengen wel degelijk iets extra's.”
Na zijn schaatscarrière besloot hij geen grote doelen meer te stellen. “Het constant najagen van nieuwe dromen kweekt ontevredenheid. In de sport win je steeds meer, maar denk je steeds: wat nu? Ik leg mezelf geen druk meer op waar ik over tien jaar moet zijn.” Zijn sportachtergrond bood hem vooral de tools om onder druk kalm te blijven. “Ik ben nooit de allerbeste geweest, maar ben ver gekomen door hard te werken en nooit de makkelijkste weg te kiezen. Wat je als topsporter hebt, is dat je weet wat het is om diep te gaan. Dat is je vak.”
Of hij nog iets mist aan zijn schaatstijd? “Topsport is (meestal) heel eerlijk. Je presteert of je presteert niet, de uitslag is de uitslag en op basis daarvan vormt je toekomst in de sport zich. In de mediawereld spelen heel veel andere factoren mee die het vak best onzeker maken. Kwalitatief goed presteren is leuk, maar niet doorslaggevend.”
Hadders kijkt met blijdschap terug op zijn loopbaanwending. “Deze carrièremove had ik nooit zien aankomen. Maar het past. Mijn achtergrond als schaatser heeft me hierop voorbereid.” Waar vroeger het startschot klonk, brandt nu het rode studiolampje – maar de essentie is hetzelfde: scherp zijn op het juiste moment. “Of ik dit zonder mijn schaatsachtergrond had gekund? Nee. Sport heeft me gevormd. Die lessen gebruik ik nog elke dag.”
Lees hier deel 1: Diane Valkenburg: van topschaatser tot trainer en inspanningsfysioloog
Lees hier deel 2: Van schaatsen naar yogamat: hoe Yvonne Nauta rust vond in Yin yoga