Tickets
Nieuws 29 nov 2021

Jeroen Janissen is de weg naar Beijing al even kwijt, maar daar kan-ie mee leven

‘De lange weg naar Beijing….’ Met de kop boven het artikel op het studentenplatform Delta was niets mis, maar in het geval van Jeroen Janissen kan er onderhand ‘loopt dood’ achter. De Winterspelen van 2022 zijn voor hem wel uit zicht. Des te beter manifesteert de man die intussen heel veel weet van de luchtvaart- en ruimtevaarttechniek, zich als marathonrijder van KPMS Bouw & Techniek in de Topdivisie.

Foto : Neeke Smit

Rammen, kapotgaan, sterven, maar toch nog de benen vinden om er een podiumplaats uit te sleuren. Dat is in een zin samengepakt het verhaal van een langebaanjongen die meer en meer zijn hart verliest aan een andere liefde. “De vraag of ik nog steeds die langebaanschaatser ben, is een lastige om te beantwoorden, sinds ik het marathonschaatsen echt ben gaan ontdekken”, erkent Janissen (24), voor het derde seizoen deel uitmakend van de ploeg die onder leiding staat van Ron Neymann.

Hij draait geweldig. Na een deceptie in de openingsrace – waar hij tijdens de finale onderuit werd gereden en niet finishte – is Janissen met de week korter geëindigd. Zestiende werd dertiende, een week later gevolgd door plek 6, en in de laatste twee wedstrijden leverde zijn sprint twee keer een derde plaats op. “Dit smaakt naar meer”, zegt de atleet wiens schaatswortels ergens onder het ijs van de baan in Haarlem moeten liggen. Daar begon de droom op zijn tiende vorm te krijgen om ooit als lid van TeamNL de Spelen te bereiken.

Daar ging het verhaal dan ook over in de publicatie van de technische Universiteit van Delft, drie jaar geleden. Hij en studiegenoot Tijmen Snel mochten hun zegje doen over de sportieve ambities als schaatsers. ‘De lange weg naar Beijing’ deed al vermoeden wat voor de meeste jonge rijders geldt: je bent niet zomaar een olympiër, en zeker niet als je schaatsen aan je voeten hebt. Janissen kan erom lachen. Al ruim voor de Chinese metropool in zicht kwam, nam hij een afslag. Enigszins noodgedwongen, dat wel.

Jeroen Janissen schuwt het vuile werk niet: hier voert hij het peloton aan in Tilburg. | Foto : Neeke Smit

“Tijmens en mijn situatie waren vergelijkbaar in die periode”, vertelt hij. “We kwamen beiden uit een RTC (Regionaal Trainings Centrum, red.) en ik merkte dat ik die groep schaatsers aan het ontgroeien was. Op mijn favoriete afstanden (1500 meter en 5 km) had ik mannen nodig die lang op hoge snelheid konden blijven doorrijden. Daar lag mijn behoefte, want ik wilde beter worden. Alleen, in Noord-West-Nederland waren dergelijke jongens op. Er waren twee opties: een commercieel team zoeken of een marathonploeg. Ik had al wat geroken aan het marathonwerk, als een soort freelancer bij Port of Amsterdam/Skits. Dat verliep aardig, al deed ik slechts een wedstrijd of zes mee. Die waren voldoende om promotie te maken naar de Topdivisie.”

En in die hoogste afdeling werd Janissen plotseling omringd door gasten die maar gas bleven geven, de hele avond lang. “Precies waarnaar ik zocht. Stukje bij beetje kreeg ik meer schik in deze discipline, al verloor ik de langebaan nog niet uit het oog. Verliefd op de marathon? Misschien is dat wel de juiste omschrijving. Weet je, mensen beschouwen marathons rijden als een bezigheid waarbij je heel lang hard moet kunnen schaatsen. Daar doe je marathonrijders tekort mee. Die zijn eigenlijk heel compleet. Ja, je moet snoeihard rondjes kunnen wegtrappen, tegelijkertijd wordt er ook van je verlangd dat je zo nu en dan een kortere periode verschrikkelijk snelle rondetijden kunt neerzetten. Dat kunnen er heel veel. Kortom, de perfecte omgeving voor me om te verbeteren, zodat ik op de langebaan ook vooruitga.”

De combinatie van de twee disciplines houdt hij inmiddels drie jaar in stand. Janissen is realist genoeg om te erkennen dat op dit moment nog lonken naar een olympisch avontuur volstrekt krankzinnig is. Tijdens de Holland Cup lukte het hem niet zich te plaatsen voor de Daikin NK Afstanden. Oftewel: die sloot bleek al te breed. Des te leuker is het dat hij nu vrij eenvoudig in het spoor kan blijven van de marathontoppers.

Het werpt automatisch de vraag op of hij zijn roots toch niet ziet vervagen. “Ik vind het ontzettend gaaf om in een vol Thialf naar de start te gaan en weg te gaan op het startschot, te racen en tijdens de rit het publiek op de banken te horen gaan staan en dan het beste uit jezelf te halen. Dat is het mooie van langebaanschaatsen. Maar de orkaan van geluid bij de marathon in de laatste vijftien rondjes is ook onbeschrijflijk. Rijd je in Leeuwarden of op mijn thuisbaan Haarlem, dan gaat die golf van gejuich en geschreeuw helemaal met je mee.”

Jeroen Janissen: 'De orkaan van geluid tijdens de laatste vijftien rondjes van een marathon is ook onbeschrijflijk'. | Foto : Neeke Smit

De uitstekende resultaten leiden tot extra twijfels. Janissen blijkt bovendien op het natuurijs verbazingwekkend soepel te kunnen rijden. “In mijn eerste seizoen bij Bouw &Techniek brak ik mijn kuitbeen tijdens de training. Ik herstelde goed, maar kon pas op 1 januari mijn eerste wedstrijd rijden. Daarna haalde ik in alle buitenlandse marathons de streep. Plus: ik kon zelfs het nodige werk verrichten voor de ploeg. Sindsdien gaat het lekker.”

En is Beijing nog steeds even ver weg. Janissen zal er niet rouwig om zijn. Wie op het podium heeft staan dansen, kan net zo goed het sprongetje maken naar de hotspot met nummer 1. De Trachitol Trophy is in elk geval een prima gelegenheid om frank en vrij te koersen. “Dat klopt. De eerste ereprijzen hebben we nu op zak. Dat geeft een bevrijdend gevoel.”


Deel dit artikel op
Ben jij een echte schaatsfan? inschrijven als schaatsfan