Tickets
Nieuws 05 dec 2021

Tjerk de Boer is niet langer het pispaaltje in de ploeg van Anema

‘Nou, we gaan eens zien hoe Tjerk het zal verkloten bij de B’s…’ Dat waren de weinig inspirerende woorden van Jillert Anema voor de 21-jarige Tjerk de Boer, aan de vooravond van de Trachitol Trophy. Zie er dan nog maar iets leuks van te maken. ‘Ach’, reageerde de Friese langebaanrijder met vooral ambities op de sprintnummers, ‘dat is nou eenmaal de manier van Jillert om je te motiveren.’

Foto : Glenn Wassenbergh

Hij heeft zich er niets van aangetrokken, dat moge duidelijk zijn na de dubbelklapper in de voor de beloften uitgeklede versie van de vierdaagse die vanwege de coronabeperkingen moest worden teruggebracht tot twee wedstrijddagen. De Boer won op vrijdagmiddag de openingsrit in Den Haag en doet dat zondagmiddag op dezelfde overtuigende manier: van ver aangaan en zó hard dat er niemand meer in de slipstream mee kan. De eerste achtervolgers die de streep passeren, heten Joram Verkerk en Ruud Slagter. Die twee zijn eveneens de tweede en derde in de eindafrekening.

Het ziet er op het ijs van De Meent in Alkmaar aan het slot soepeler uit dan het in werkelijkheid is geweest. “Een zware race, man, dit voelde ik wel. We gingen rond, maar dat duurde relatief lang voor zo’n grote kopgroep (vijftien man, red.). Op een gegeven moment kwam ik in een modus waarin ik niets meer voelde en alleen aan winnen kon denken”, vertelt De Boer, vanzelfsprekend ook de winnaar van het algemeen klassement. “Ik heb een heel grote pijl aan het einde, een die ik slechts een keer kan afschieten. Dus moet ik heel efficiënt omspringen met mijn energie. Dat is vandaag heel goed gegaan”, constateert hij zichtbaar tevreden. Het is niet voor niets dat hij dat karakteristieke pijlenpak van Trachitol draagt.

 

Slim en zuinig gereden, is het stickertje dat op de zege van De Boer kan worden geplakt. Als eenling van Royal A-ware/ZiuZ in een omvangrijk peloton heeft hij attent moeten meekoersen. Niet steeds op alles reageren, soms ook een gokje wagen. Gerjan Woelders, gelegenheidsploegleider van Reggeborgh dat ook slechts een schaatser heeft rondrijden (zijn zoon Lars), vindt het niets. “De hele rit zitten plakken, daar houd ik niet van. Dicht zelf ook eens de gaten onderweg. Sorry”, moppert hij in eerste instantie. “Maar wel een ontzettend mooie rijder”, moet hij ook erkennen wanneer de nummer 1 op het podium klimt voor de huldiging.

“Het doet me goed dat ik win”, geeft De Boer naderhand toe. “Ik zit wel in een team waarin iedereen steeds met de hoofdprijs aan de haal gaat. Dat zorgt ervoor dat er druk op je schouders komt te liggen.” Refererend aan de marathon van Heerenveen, die hij aan Christian Haasjes heeft moeten laten: “Tweede worden was klote, want die dag won Irene Schouten bij de vrouwen en Jorrit Bergsma pakte de winst in de Topdivisie. Ik redde het niet en daarom werd ik het pispaaltje binnen de ploeg. Je moet winnen, anders tel je niet mee”, vertelt hij lachend. “Ik denk dat het na vandaag wel even zal meevallen.”

Vrijdag was het zijn eerste overwinning in een marathon. De tweede heeft niet lang op zich laten wachten. “Jillert en Arjan Samplonius (assistent-coach van Team Zaanlander, red.) vinden dat ik te weinig ervaring heb. Dat is de reden dat ik marathons rijd in de beloftendivisie. Daar leer ik koersen te winnen. Natuurlijk, ik ben pas 21, zoveel ervaring kun je nog niet hebben. Winnen is een soort gewoonte. Dat heb ik de Noorse hordenloper Karsten Warholm (uitgeroepen tot de Atleet van het Jaar, red.) horen zeggen. Als je dat vaak doet, steek je er veel van op. Ik geloof daar wel in”, aldus de zoon van Piet de Boer, ooit marathonkampioen bij de B’s.

Een paar meter verderop staat een jonge kerel in het tenue van Bouwpartners nog na te gloeien van de inspanningen. Hielke de Boer, amper achttien, heeft tot aan de slotronde van de wedstrijd de longen uit zijn lijf getrapt voor broer. Officieel zijn dergelijke hand- en spandiensten niet toegestaan, maar bewijs maar eens dat er van samenspannen sprake is geweest. “We hebben in de auto naar Alkmaar afgesproken dat we niet tegen elkaar zouden rijden, zoals de broers Bob en Bart de Vries weleens deden. Ik moet zeggen: best bijzonder om met mijn grote broer in de kopgroep te rijden. Als je dan tegen het einde ziet dat er iemand wegrijdt en geen van de anderen reageert, dan moet je toch even in actie komen. Vind ik. En wanneer je broer dan de ronde erna weg is en wint, kan ik daar wel van genieten. Ik hoop alleen dat hij het prijzengeld wel zal delen met mij…”

Dat lijkt geen probleem. “Hielke is mijn broer, maar ook mijn beste vriend. Dat komt wel in orde”, reageert Tjerk, die vooralsnog niet van plan is zijn vizier op het marathonrijden te richten. “Nee, het is een prima manier om inhoud te kweken voor het langebaanschaatsen. Als je diep moet gaan in deze races, doe je hardheid op die me van pas komt bij de 1000 en 1500 meters, mijn specialiteit. En zonder dat mijn snelheid er onder lijdt.”


Deel dit artikel op
Ben jij een echte schaatsfan? inschrijven als schaatsfan