Met een fluitje, headset, pistool en gele mouw in de aanslag staan ze aan de start van elk schaatsrecord. Haast onzichtbaar schieten ze onze helden van de lijn, tótdat er een tweede valse start wordt gegeven. Dan tovert het schaatspubliek zich soms moeiteloos om tot fluitensemble en stormt er zo nu en dan een gefrustreerde schaatser de catacomben in. En de starters? Die kunnen het gek genoeg wel begrijpen: "Starten wordt pas echt interessant als het misgaat."

André de Vries is al 30 jaar actief als starter, waarvan acht jaar internationaal. Tijdens zijn carrière heeft hij al menig schaatser figuurlijk uit de baan moeten schieten, met alle gevolgen voor titelverdediging en toernooikwalificaties van dien. Herinneren jullie je bijvoorbeeld de 500 meter van Dai Dai N'tab nog op het World Cup Kwalificatietoernooi van 2018, of de 1000 meter van Hein Otterspeer tijdens het KPN NK Sprint van afgelopen winter?

"Mijn hartslag schiet dan meteen omhoog en de adrenaline zit tot hier", gebaart de starter met zijn hand boven zijn hoofd. "Ik ben een schaatsliefhebber en schaats zelf ook, ik weet hoeveel ze ervoor doen. Ik sta er voor de schaatsers, maar als starter moet ik de eerlijkheid in de wedstrijd behouden. Ik moet het doen. Ik moet die beslissing nemen."

Ondanks de protesten die vaak volgen na een diskwalificatie, durft De Vries vrijwel altijd zijn hand in het vuur te steken voor de gemaakte beslissing. "Bij twijfel niet oversteken. Als ik eraan zou twijfelen, zou ik iemand nooit diskwalificeren", luidt de regel voor hem. Toch kijkt hij sinds het bestaan van de VAR regelmatig beelden terug na de wedstrijd: "Ik wil dan gewoon zeker weten dat ik de juiste beslissing heb genomen, al weet ik dat eigenlijk al", zegt De Vries, die zichzelf nog nooit op een cruciale fout heeft kunnen betrappen.

"Ik ga achteraf altijd wel in gesprek met de schaatsers. We zijn volwassen mensen en je hebt een relatie op én naast het ijs. Straks staan ze weer bij me aan de start, je komt elkaar op toernooien toch weer tegen, dus dat vind ik belangrijk."

'Wat een eikel'
Met ontevreden schaatspubliek kan de starter natuurlijk niet individueel in gesprek na een diskwalificatie, maar die begrijpen op dat moment volgens De Vries gewoon eventjes niet wat er gebeurt. "Zij denken: wat een eikel, hij schiet de titelkandidaat eruit! En dat is ook logisch natuurlijk: als je niet weet wat de procedure precies inhoudt en wat er allemaal fout kan gaan, dan is het moeilijk om erover te oordelen."

Maar wat zien wij volgens hem van de zijlijn dan over het hoofd? In een notendop: "'Go to the start' betekent: naar de lijn rijden. Dan kijk ik of ze al hun dingetjes gedaan hebben: brilletje goed, laatste ademteugje. Bij 'ready' moeten ze inzakken en pas als beide schaatsers stilstaan is het daarna nog zo'n 1 tot 1,2 seconden tot het startschot valt: boem! Mensen beginnen vaak al na de ‘ready’ met aftellen en roepen dan: 'ze moesten wel vijf seconden stilstaan', maar dat is natuurlijk niet waar. Zak je als schaatser bijvoorbeeld te langzaam in, waardoor je tegenstander een valse start maakt, dan krijg jij hem. Dat soort dingen worden vaak verkeerd gezien door de toeschouwer."

"Dat geeft ook niets, het is toch heerlijk om af en toe 'boe!' te kunnen roepen? Wij kunnen er wel tegen", voegt Rob Hemmes, oud-starter en secretaris van de starterscommissie van de KNSB, daar lachend aan toe. Hij verzorgt net als De Vries opleidingen voor nieuwe starters. "Als je op tv kijkt denk je: hoe moeilijk kan het zijn? Maar wij weten wel beter."

Foto : Martin de Jong

Klamme handjes
"Je hebt geen idee wat er met je gebeurt als je in een vol Thialf staat", vervolgt De Vries. "Soms komen buitenlandse scheidsrechters naar Heerenveen en die geven je dan een klamme hand bij het voorstellen. Zij komen uit landen waar er geen kip op de tribune zit, waar schaatsen niets betekent. Deze drukte heb je nergens anders ter wereld, dus zij staan strak van de spanning. Dat zie je soms nog weleens misgaan: dat de interval naar 0,6 seconden gaat bijvoorbeeld, terwijl je de sprinters hun tijd moet gunnen."

De vraag blijft dus eigenlijk: kan de startprocedure in het schaatsen eerlijker? Daar is al meer dan eens onderzoek naar gedaan, zoals in 2015 door de universiteiten van Oxford en Utrecht naar aanleiding van het afstudeerproject van oud-schaatser Beorn Nijenhuis. De onderzoekers concludeerden destijds dat de starter, vooral op de sprintafstanden, invloed heeft op de uitslag. Een oplossing voor het probleem zou zijn om de startprocedure door een computer over te laten nemen, zoals bijvoorbeeld in het baanwielrennen al het geval is. Het schot wordt dan na een vaste tijdsperiode gelost, waardoor de omstandigheden voor iedereen gelijk zijn. 

Mens of elektronisch?
"Wij staan altijd open voor ontwikkelingen, want alles verandert. Vroeger ging starten bijvoorbeeld razendsnel: ze vielen er zo in. Nu zou je bijvoorbeeld lasers op de lijn kunnen zetten, maar voor andere aanpassingen zou je het hele reglement moeten aanpassen. Automatiseren zou misschien kunnen, maar je hebt met zoveel dingen rekening te houden; traag inzakken en kleine bewegingen bijvoorbeeld. Ik denk dat als je het de sprinters vraagt: mens of elektronisch? Dan kiezen ze mens. Wij zijn wat flexibeler en denken nog een beetje mee."

Voorlopig staat er dus nog gewoon een mens naast de startlijn en vaker dan vals, wordt er natuurlijk gewoon goed vertrokken. Soms heeft dat een fantastische race of razendsnelle tijd als gevolg. "Daar blijf je altijd mee verbonden. Ik heb op Thialf destijds het baanrecord van Michel Mulder (34,31) weggestart tijdens het olympisch kwalificatietoernooi. Dat weet ik nog heel goed. Net als het baanrecord van Pavel Kulizhnikov. Wij voelen als schaatsliefhebber uiteindelijk precies hetzelfde als de mensen op de tribune: schaatsen is meeleven."

Door Maayke Grootscholten - Laatste update op 29 mei om 08:40