Ze was bijna vergeten hoe het voelde, maar een kleine twee jaar na haar knieoperatie durft Jorien ter Mors (30) zich eindelijk weer topsporter te noemen. De drievoudig olympisch kampioene is grotendeels verlost van haar knieproblemen en kan zich naar eigen zeggen weer maximaal belasten tijdens de trainingen. "Ik kan eindelijk weer genieten van het werk dat ik doe."

Het zonnetje schijnt op het terras van Hotel Restaurant Lunia in Oldeberkoop. Het kwik heeft deze middag de dertig graden gepasseerd en het voelt benauwd aan. Reden genoeg voor Ter Mors om een plekje in de schaduw te zoeken en een ijskoffie te bestellen. "Hoe het met me gaat? Nou, eigenlijk best wel goed", zegt ze met een lichte verbazing in haar stem. Het lijkt alsof ze bijna niet kan geloven dat ze de afgelopen twee weken weer pijnvrij op het zomerijs in Thialf heeft gestaan. "Het voelt zo fijn om te zeggen dat de knie bijna verleden tijd is. De pijn zal waarschijnlijk nooit helemaal weggaan, maar het is absoluut niet meer bepalend voor wat ik wel en niet kan doen in de trainingen."

Ze voelt zich bevrijd nu ze eindelijk weer haar trainingsschema's kan volgen zoals ze bedoeld zijn. Ze hoeft haar energie niet meer te stoppen in de pijn en de bijbehorende frustraties, maar in de intensiteit van de training. "Door de rust die ik nu in m'n hoofd heb, hou ik veel meer vechtlust over die ik in de training kan stoppen", geeft de rijdster van Team IKO aan. "Het mooie aan het topsportleven is dat je jezelf continu wil verbeteren en dat is wat ik nu weer kan doen. Voorheen was ik letterlijk aan het overleven en probeerde ik zoveel mogelijk mijn knie te ontlasten. Dat ik me daar nu niet meer mee bezig hoef te houden, geeft me mentaal heel veel rust."

Frustraties
Terwijl ze nog een slok van haar ijskoffie drinkt, dringt het tot haar door dat ze bijna twee jaar heeft moeten wachten voordat ze zich weer topsporter voelde. De operatie die ze in oktober 2018 onderging moest ervoor zorgen dat ze zo snel mogelijk zonder pijn zou kunnen schaatsen, maar dat duurde uiteindelijk langer dan gehoopt. "De artsen zeiden dat ik binnen een jaar weer kon schaatsen, maar dat was niet per se op topsportniveau, al ging ik daar stiekem wel een beetje vanuit. Ik heb mezelf dus behoorlijk voor de gek gehouden en dat leidde tot grote frustraties", vertelt de voormalig wereldkampioene sprint eerlijk. "Als ik van tevoren had geweten dat het twee jaar zou duren, had ik misschien gezegd: ik stop ermee."

De gedachten om te stoppen gingen de afgelopen winter zelfs regelmatig door haar heen. Omdat de pijn tijdens de trainingen een terugkerende factor was, riep ze wel 'honderd keer' tegen haar trainers (Martin en Erwin ten Hove, red.) dat ze er klaar mee was. Toch bleef ze, mede dankzij de steun van de mensen om haar heen en haar eigen wilskracht, op de been. "Je vraagt je op een gegeven moment af hoelang het nog gaat duren voordat de ergste pijn weg is. Daarnaast is het de vraag of je het mentaal kunt opbrengen om bij de stap te komen waar ik nu ben. Achteraf ben ik blij dat ik de keuze heb gemaakt om door te gaan, maar dat had ik in m'n eentje echt niet kunnen bolwerken."

Ineens komt er een glimlach op haar gezicht tevoorschijn. Ze vertelt dat er nog een andere reden is waarom ze momenteel zo goed in haar vel zit: "Ik heb een nieuwe vriend", glimlacht ze. "Het is weliswaar nog vrij pril, maar we hebben het erg gezellig samen. Ik lach me kapot met hem en ik kan tegelijkertijd m'n ei bij hem kwijt als ik ergens mee zit. Een nieuwe relatie is altijd spannend, maar ik merk dat het mij veel positiviteit brengt", aldus Ter Mors, die niet kan wachten om de komende winter weer als vanouds te gaan schaatsen. "M'n trainers zien mij nu voor het eerst in volle potentie en ik merk dat er veel enthousiasme en stimulans uit voortkomt. Dat motiveert mij enorm."

Rouw
Hoe voorspoedig het sportief en privé allemaal lijkt te gaan, het tragische nieuws rondom Lara van Ruijven bracht Ter Mors de afgelopen maand in diepe rouw. Van Ruijven (27) overleed ruim een maand geleden in het Franse Perpignan aan de gevolgen van een auto-immuunziekte nadat ze meerdere dagen in een kunstmatige coma werd gehouden. Voor Ter Mors, die jarenlang met Van Ruijven samentrainde bij de Nationale Trainingsselectie Shorttrack (NTS), kwam de dood van haar oud-trainingsmaatje hard aan. "Het is nog altijd heel onwerkelijk dat ze er niet meer is", treurt de voormalig shorttrackster.

Vanaf het moment dat Van Ruijven in het ziekenhuis werd opgenomen, wist Ter Mors al dat het foute boel was. "Je wordt natuurlijk niet zomaar in coma gehouden, maar toch houd je tegen beter weten in hoop op een goede afloop." Het laatste beetje hoop vervloog echter toen ze van Jeroen Otter, bondscoach van de shorttrackploeg, te horen kreeg dat de familie afscheid van haar ging nemen. "Toen Jeroen mij belde om te vertellen dat Lara er niet meer was, kwam het eerst helemaal niet binnen. Na tien minuten barstte ik ineens in tranen uit en hoorde ik Jeroen ook emotioneel worden."

Ter Mors, die sinds de Olympische Spelen van Pyeongchang niet meer zo nauw betrokken is bij de shorttrackploeg, voelde zich op dat moment weer even teamgenoot. In de jaren dat ze nog actief shorttrackster was, trok ze veel op met Van Ruijven en de rest van de groep. Vanwege allerlei gebeurtenissen die ze met elkaar hadden meegemaakt, was er een enorm hechte band ontstaan, vertelt ze. "In het jaar van de Spelen van Sotsji kwamen mijn vader en de moeder van Lara te overlijden. De nauwheid die het team toen uitstraalde, zal ik nooit vergeten. Ik denk dat ik nooit meer een team zal gaan vinden die dat kan evenaren."

Foto : Soenar Chamid

Kippenvel
Een andere gebeurtenis die de band tussen de shorttrackdames flink deed versterken, was de bronzen relaymedaille op de Olympische Spelen. Het bijzondere aan deze prestatie was de manier waarop die tot stand kwam. De relayploeg plaatste zich in de halve finale niet voor de A-finale, maar moest genoegen nemen met een plekje in de B-finale. Een medaille was alleen nog mogelijk als Nederland de B-finale zou winnen én er penalty's in de A-finale werden uitgedeeld. Tijdens de B-finale, de allerlaatste shorttrackrace uit de carrière van Ter Mors, reden Suzanne Schulting, Yara van Kerkhof, Van Ruijven en Ter Mors de snelste tijd én een wereldrecord. Vervolgens zagen ze China en Canada een penalty krijgen en kon het feest beginnen.

"Dat was echt een bizar moment", herinnert Ter Mors zich. "De extase, hectiek en de mega blijdschap die eruitkwam toen we brons wonnen, vergeet ik nooit weer." Wat ze ook niet snel zal vergeten, is de historische wereldtitel die Van Ruijven vorig jaar in Sofia behaalde op de 500 meter. Als eerste Nederlander ooit ging er een shorttracker met een wereldtitel vandoor. "Als ik daar nu aan terugdenk, krijg ik weer kippenvel, zeker als je beseft dat het haar laatste grote prestatie is geweest. Lara had misschien niet het allermeeste talent, maar ze was echt een vechtertje: ze heeft er keihard voor gewerkt om uiteindelijk wereldkampioen te worden."

Ja, het gemis is groot, erkent Ter Mors. Nog steeds zitten er dagen tussen dat ze veel aan 'Laartje' denkt en moeite heeft om haar gedachten te verzetten. Als ze de shorttrackers op het ijs ziet trainen, wordt ze meteen weer met de neus op de feiten gedrukt. "Dan mis je toch iemand", beweert Ter Mors, die Van Ruijven zal herinneren als een vrolijke, slimme en positieve meid die altijd voor een ander klaar stond. "Naast m'n vader zal ik Laartje altijd bij me in mijn gedachten houden. Wat wij hebben meegemaakt, is voor altijd."

Door Rijcko Treep