Nederland staat als schaatsland aan de wereldtop, niet alleen op de langebaan maar sinds kort ook bij shorttrack. Om dat succes te continueren krijgt talentontwikkeling nu een stevige impuls. En de Regionale Talentencentra (RTC’s) heten voortaan KNSB Talent Teams. "Alles staat op de juiste plek", zegt Remy de Wit, technisch directeur van de KNSB.

Het is eventjes schakelen om middenin coronatijd, met een zomer die ontluikt, over de toekomst van de schaatssport te praten. Toch is dat wat technisch directeur Remy de Wit dagelijks doet. Samen met veel professionals én vrijwilligers zet hij de lijnen uit, zodat 'we' ook bij de Winterspelen van Turijn 2026 weer succesvol kunnen zijn.

Talenten tijdig herkennen en ze verstandig klaarstomen voor de wereldtop. Dat is waar het bij talentontwikkeling om draait. De afgelopen maanden zijn vele gesprekken gevoerd om met de RTC’s een stevige kwaliteitsslag te maken. "We zetten nu geweldige stappen om toekomstige toppers op te leiden voor Turijn 2026", zegt De Wit.

Naamsverandering
Die kwaliteitsslag gaat gepaard met een naamsverandering. De RTC’s heten voortaan KNSB Talent Teams. Daarvan komen er vijf in heel Nederland: KNSB Talent Team Noord, Midden-oost, Noordwest, Zuidwest en Zuid. Samen leiden ze gemiddeld tachtig langebaan- en vijftig shorttracktalenten op. Voor hen staan dagelijks tien fulltime hoofdcoaches klaar, die worden bijgestaan door assistent-coaches, fysiotherapeuten, krachttrainers, mentale begeleiders, voedingsadviseurs en sportartsen.

De vijf KNSB Talent Teams sluiten aan op de Centra voor Topsport en Onderwijs, die NOC*NSF voor alle olympische takken van sport heeft opgericht. Talentvolle atleten, in dit geval schaatsers, kunnen dichtbij huis topsport combineren met school. "De infrastructuur is van hoge kwaliteit en dankzij NOC*NSF gewaarborgd voor de lange termijn."

De Wit prijst zich gelukkig dat achter elk KNSB Talent Team een bestuur staat, waarin ervaren vrijwilligers hun kennis van de sport, de sporters én de regio bundelen. "Die besturen zitten vol kwaliteit, met mensen die ook weten welke kansen er in de regio liggen." Hij doelt daarbij onder meer op regionale subsidiestromen, waar de sport van kan profiteren. "Hoe meer centjes we kunnen stoppen in de ontwikkeling van onze talenten, hoe beter. Uiteindelijk draait het maar om één ding: het optimaal ondersteunen van onze atleten."

De coaches van de KNSB Talent Teams krijgen extra ondersteuning, zodat ook zij en de programma's kwalitatief beter worden. Jetske Wiersma is hiervoor als hoofdcoach talentontwikkeling verantwoordelijk. Zij zal de coachplatforms, waarin de trainers reeds veel van elkaar leren, verder uitbouwen. Er komen seminars, workshops en andere bijeenkomsten, waarin coaches van elkaar en anderen leren, met als doel: talenten nog beter begeleiden en kunnen afleveren aan de Topteams.

Rabo Talentdagen
De Rabo Talentdagen worden ook verder uitgebouwd. Die dagen zijn vorig jaar, met steun van Rabobank, geïntroduceerd om de ontwikkeling van talenten strakker te monitoren én om talenten beter te herkennen. Alle data slaat de KNSB op in Smartabase. "Van alle talenten hebben we zo een prestatieprofiel", vertelt De Wit. "Daarin houden we niet alleen fysieke gegevens bij, maar ook hoe het mentaal met talenten gaat, hoe ze het op school doen, wat hun thuissituatie is, et cetera. Zo brengen we alle ontwikkelingen in kaart en bovenal kunnen we onze talenten nog gerichter trainen, steunen en helpen om die beoogde top te bereiken."

Dat is en blijft het hoofddoel achter deze aanpak: talentvolle schaatsers zo goed mogelijk klaarstomen voor de top. Bij de vrouwen lukt dat ook de laatste jaren nog steeds prima. Kijk naar Jutta Leerdam en Femke Kok. Bij de mannen is dit een lastiger verhaal, want wie zijn er opgestaan na Patrick Roest en Kai Verbij?

"Schaatsen is bij uitstek een late blooming sport", zegt De Wit. "Je ziet ook dat schaatsers, mede dankzij de geweldige begeleiding bij topteams, tot op latere leeftijd doorgaan op topniveau. Sven en Ireen zijn daarvan de beste voorbeelden. Maar de prestatiecurves laten ook zien dat het tijd kost om aan de top te komen. Zeker bij de mannen is de prestatiedichtheid enorm hoog en dus kost het meer effort en tijd om bij de besten in de buurt te komen. De taak van de KNSB Talent Teams is simpel: rijders optimaal afleveren voor de volgende stap. Dat kan meteen een topteam zijn, maar ook eerst een developmentteam."

Gezamenlijke kampen
Om de overstap van de KNSB Talent Teams naar de topteams soepeler te laten verlopen, is afgelopen seizoen al gestart met centrale trainingen voor de grootste mannelijke talenten. Als de ‘excellente talenten’ met elkaar trainen maken ze elkaar sterker, is de gedachte. Gebeurde dat vorig jaar drie keer, in Thialf, komend seizoen wordt het aantal sessies uitgebreid. "Dat gaan we verruimen en verdiepen."

Deze trainingen komen bovenop de twee gezamenlijke kampen die de KNSB Talent Teams sowieso jaarlijks houden in Thialf. Het is de bedoeling dat, meer nog dan reeds het geval was, ook coaches, fysio’s en andere begeleiders van de topteams hierbij aansluiten om via workshops of lezingen hun kennis te delen. Daar worden niet alleen de talenten beter van, maar ook hun eigen coaches. De Wit: "We doen er op alle fronten een schepje bovenop, alles om de kwaliteit te verbeteren."

Foto : Sander Chamid

Elk KNSB Talent Team heeft een eigen identiteit, alleen al vanwege de regio waarin het actief is. Samen hebben de KNSB Talent Teams een positie die ook voor sponsors interessant is: hier schaatsen immers de grootste talenten van Nederland. Wanneer ze samen deelnemen aan internationale wedstrijden zal die selectie voortaan KNSB Talent TeamNL heten. Bondscoach daarvan wordt Peter Kolder, zoals woensdag bekend werd.

Gouden missies
De vijf KNSB Talent Teams leiden vooralsnog, via een multidisciplinaire aanpak, alleen langebaners en shorttrackers op. Het is de bedoeling om de komende twee jaar ook inlineskaters en kunstrijders bij de KNSB Talent Teams onder te brengen. De Wit: "Dat doen we in samenspraak met de afzonderlijke besturen, zodat dit goed ingebed wordt. Op enkele plekken is dit overigens al het geval."

Terug naar het begin van dit verhaal: waar is dit allemaal om te doen? Om medailles te blijven scoren, liefst gouden, op EK's, WK's en natuurlijk de Olympische Spelen. Sotsji en PyeongChang bleken 20- tot 24-karaats gouden missies. "Wat Nederland daar heeft gepresteerd, was echt uitzonderlijk, maar de lijn van dat succes willen we vasthouden", zegt De Wit.

"Ons doel is om het huidige prestatieklimaat nog verder te versterken", besluit hij. "Daarvoor zetten we nu bij de talentontwikkeling een stevige basis neer, een model dat helpt om bij te sturen als dat nodig is. Alles staat nu op de juiste plek om als schaatsland ook op de lange termijn succesvol te zijn. Alleen moeten we het nog wel even gaan doen met zijn allen. Op het ijs moet het gebeuren."