Na een paar jaar experimenteren wordt voor het eerst een WK-titel verdeeld op de teamsprint. Drie rondjes op topsnelheid, waarbij van de oorspronkelijke drie rijders elk rondje de voorste afvalt. De Nederlandse sprinttrein bestaat dit keer uit Ronald Mulder, Kai Verbij en Kjeld Nuis. Verbij, die de tweede ronde voor zijn rekening neemt, ziet kansen voor de Nederlandse ploeg.

"Of het op het ijs ook werkt, is nog maar afwachten", tempert Verbij alvast de verwachtingen. In de voorbereiding op de WK trainden de mannen al eens met elkaar. "We hebben al een keer met zijn drieën gestart, maar dat ging niet zo goed", legt Verbij uit. "Ronald en ik hadden een sprinttraining en Kjeld had duurtraining gedaan. Dat matchte niet zo goed. De andere landen kunnen daar veel meer uithalen."

Ook al heeft hij niet altijd het idee dat het buitenland het nieuwe onderdeel even serieus neemt, legt Verbij met die opmerking wel de vinger op de zere plek. Waar de Nederlanders op papier soms met gemak naar de zege moeten rijden, is de realiteit vaak anders. "Voor de buitenlanders is het makkelijker om een medaille te halen, want wij Nederlanders kunnen niet echt met elkaar trainen. Zij wel."

"Kijk bijvoorbeeld naar de Japanse dames op de ploegenachtervolging", legt hij uit. "Zij hebben ook niet de sterkste opstelling, maar ze winnen normaal gesproken wel van de Nederlandse dames. Op de teamsprint is dat net zo. In het verleden heb ik heel vaak van de Canadese mannen verloren, omdat zij als team zoveel beter waren. Zij trainen elke dag met elkaar samen en dat stralen ze ook uit. Ze konden ook in elkaars slag rijden."

Samen trainen
De buitenlandse concurrentie is inderdaad groot. Rusland, Noorwegen, Japan en wereldrecordhouder Canada hebben een sterke opstelling en hebben daarbij ook nog het teamvoordeel. Bij de Nederlanders daarentegen blijkt het keer op keer lastig om een passend trainingsmoment te vinden. De schema's van de verschillende ploegen liggen nou eenmaal niet altijd met elkaar op een lijn.

Ter voorbereiding van de WK hebben de drie sprinters die het donderdag moeten doen eerder in de week de koppen al bij elkaar gestoken. Samen met bondscoach Jan Coopmans werd een plan opgesteld dat moet gaan leiden tot een medaille. "Als je puur naar de namen kijkt, zouden we moeten winnen, maar in de praktijk is het vaak lastiger. Ik heb er nu twee met Kjeld gereden. In Obihiro ging het goed, maar in Tomakomai niet."

Wat is dan het geheim van een goede teamsprint? Jezelf aanpassen aan de slotrijder, aldus Verbij. Als Mulder en hijzelf Nuis goed kunnen afzetten, kan hij in de slotronde zomaar een seconde goedmaken op de concurrentie. "Dat we dan misschien wat achterliggen na 800 meter, is niet zo erg. Ik moet in ieder geval niet voor mezelf gaan rijden en Kjeld gaan lossen met het idee om even te laten zien hoe goed ik wel niet ben. Hij moet alle drie de rondjes rijden, dus Ronald en ik hebben als taak om hem zo goed mogelijk af te zetten."

Verbij schikt zich dus in een dienende rol, net als Mulder. Alles wordt gezet op een spectaculaire slotronde van Nuis. En, geeft Verbij aan, het blijft sprinten. Een klein foutje kan fataal zijn. "We moeten alle drie ons koppie erbij houden. Als één iemand met het koppie er niet bij zit, is het vanaf het begin verpest. Alleen als we vanaf het begin alles goed uitvoeren en geen fouten maken, win je. Het luistert heel nauw."

Europees kampioen Verbij wordt gehuldigd | Foto : Soenar Chamid

Trots
De tweevoudig Europees kampioen sprint kijkt in ieder geval met vertrouwen uit naar het vierdaagse toernooi in Inzell. "Ik rijd een goede 1000 meter en ook de 500 meter gaat goed op een of andere manier." Nu de obsessie van de Olympische Spelen is weggevallen zit de 24-jarige sprinter weer lekker in zijn vel. Met name de prolongatie van zijn EK-titel opende zijn ogen.

"Mijn kijk op toernooien is wel veranderd, merk ik. Vorige keer wilde ik het EK wel winnen, maar niet écht graag. Nu kon ik meer genieten, was ik achteraf echt blij. Voorheen was ik alleen maar met de Spelen bezig en genoot ik niet van titels. Nu weet ik hoe lastig het is om überhaupt iets te winnen. Ik ben wel trotser op mezelf dan voorheen en ik denk dat ik daardoor lekkerder in mijn vel zit."

Na een goede generale repetitie in Hamar afgelopen week heeft de Japanse Nederlander zin in het toernooi. Voor iemand die al een poosje meedraait met de top, draait het nu om het presteren. "Elk jaar dat erbij komt doet extra pijn", grapt hij met serieuze ondertoon. "Bij de junioren kwam alles vanzelf en kreeg ik het een beetje cadeau. Nu is het alleen al lastig om je te plaatsen voor een toernooi en als je er eenmaal bent, wil je ook nog eens presteren. Het is telkens spanning op spanning op spanning."

Die spanning zou zaterdag zomaar eens tot ontlading kunnen leiden. Een gouden medaille op de 1000 meter zal zeker gevierd worden. Ik zal het niet te laat maken, daar is het WK Sprint te belangrijk voor, zeker omdat het in Thialf is. Een avondje gezelligheid met ploeggenoten en andere collega's zit er wel in, maar zuipen tot de max ga ik zeker niet doen."

Door Sjors Leek - Laatste update op 07 feb om 00:16