De eerste passen op het ijs heeft de Belgische inlineskaters geen windeieren gelegd. Na een succesvolle trainingswedstrijd in Inzell maakte de Belgische schaatsbond vandaag bekend dat Stien Vanhoutte, Sandrine Tas en Anke Vos volgend jaar bij de wereldbekerwedstrijden in actie zullen komen.

Naast de plaatsing op de ploegenachtervolging dwong Vanhoutte met een persoonlijk record op de 1000 meter ook een individuele startplaats af voor de World Cups van volgend jaar. Samen met Tas voldeed ze ook al aan de limiettijd (2.10 op de 1500 meter) die recht geeft op deelname aan de mass start. Vos bleef net boven die limiet.

Om toch zekerheid te hebben, deed de Belgische bond navraag bij de Internationale Schaatsunie. Die bevestigden dat de drie Belgen volgend jaar in actie mogen komen op de World Cups ploegenachtervolging. Daarmee wordt een eerste stap gezet in de realisatie van de olympische droom: een medaille tijdens de Spelen van Peking in 2022. 

Ferre Spruyt, de coach die de inlineskaters bij de overstap naar het ijs begeleidt, is uiteraard erg blij met de behaalde resultaten. "We hebben het project aangevangen met de gedachte 'we zien wel', maar al snel had iedereen het gevoel dat ze ermee wilden doorgaan", geeft hij aan op de website van de KBSF. "Het zijn stuk voor stuk atleten die al internationaal gepresteerd hebben en ze starten zo'n project niet om slechts 'opvulling van de hoop' te zijn. Deelname aan de wereldbekers was het eerste doel, nu moeten we ons voorbereiden op het volgende seizoen en de doelen verleggen."

Na het stoppen van Jelena Peeters aan het eind van vorig seizoen waren er dit jaar geen Belgische vrouwen in internationaal verband actief. Enkel Vanhoutte kwam bij de World Cups voor neo-senioren in actie. Volgend jaar komt daar dus verandering in. Bij de mannen komt de Belgische inbreng van olympiërs Bart Swings en Mathias Vosté, al is ook inlineskater Jason Suttels bezig aan een opmars op het ijs.