Willy de Beer was de eerste Nederlandse schaatsster die op de Winterspelen in actie kwam. Nadat de KNSB in 1960, toen de schaatsvrouwen voor het eerst aan de Olympische Spelen mee mochten doen, nog geen schaatsster wilde uitzenden, mocht de Noord-Hollandse vier jaar later naar Innsbruck.

In Oostenrijk speelde De Beer echter een figurantenrol. Maar op de Nederlandse ijsbanen vervulde ze met haar drang tot vernieuwen de rol van pionier. Zij maakte begin jaren zestig deuren open die heel lang gesloten bleven voor vrouwen.           

De Beer reed in de tijd dat het water eerst moest bevriezen voor er wedstrijden konden worden gehouden, als dertienjarig meisje haar eerste wedstrijdjes. ”Ik ben op de kortebaan begonnen, op Friese doorlopers, houtjes dus. Wij woonden in Medemblik aan het water, dus als het vroor schaatste ik veel.”

Na haar eerste wedstrijd in 1956 wilde Willy een paar noren. Uiteindelijk schafte pa De Beer een stel nieuwe schaatsen aan. ”Maar vervolgens vroor het drie jaar amper. Van 1956 tot 1959 was er geen ijs”, weet Willy de Beer nog.

In 1959 stond ze weer op het ijs. De Beer: ”Je moet je voorstellen dat er in die tijd geen tijd was voor trainingen. Dus als er ijs was, waren er gelijk wedstrijden. Stond ik tegenover Rie Meyer, de beste Nederlandse rijdster in die tijd. Ik weet het nog goed, het was in Krommenie. Ik keek ontzettend tegen haar op. Bij het startschot bleef ik van schrik staan.”

Op het NK in Gorredijk kwamen haar talenten aan de oppervlakte. ”Maar ik mocht eigenlijk helemaal niet meedoen. Ik moest, hoewel het zaterdag was, werken. Toen heeft iemand van de schaatsbond mijn baas gebeld, waarna ik toch toestemming kreeg. Helaas haalde ik het eindklassement niet.”

Desondanks mocht De Beer mee naar Noorwegen, vier weken op trainingskamp. Op uitnodiging van de NVBHS, de Nederlandse Vereniging ter Bevordering van het Hardrijden op de Schaats. ”Dat was heel wat. Ik als doodgewoon meisje vier weken van huis. Ik ging voor het eerst van mijn leven de grens over. Al mijn spaarcenten besteedde ik aan die trip.”

In 1963, op haar eerste wereldkampioenschap in het Japanse Karuizawa, legde Willy de Beer de basis voor haar deelname aan de Winterspelen van Innsbruck. In het eindklassement werd ze veertiende, maar op grond van haar zevende plaats op de 1500 meter dwong ze een Olympische nominatie af. En dat terwijl ze aanvankelijk helemaal niet naar Japan zou gaan. ”Maar omdat de vrouw van de teamarts niet meeging, was er plaats voor mij. Anders had ik thuis kunnen blijven.”

De Spelen in 1964 liepen uit op een enorme teleurstelling. De Beer eindigde op de 1500 meter als zestiende, deed het op de kilometer met een zeventiende plaats bijna net zo goed, maar zakte op de 3 kilometer vervolgens door het ’zachte’ ijs: voorlaatste van de 28 deelneemsters. Ze bewaart zelf ook weinig fijne herinneringen aan de Winterspelen in Innsbruck: ”Ik moest het in Innsbruck allemaal in mijn eentje doen. Nou, dat werd dus helemaal niks. Ik heb menig traantje gelaten.”

Misschien raakte De Beer geïmponeerd door de aanblik van de vijf Olympische ringen. Ze was in ieder geval erg onder de indruk van Lidia Skoblikova. De Sovjet schaatsster won in Innsbruck alle vier de afstanden. ”Maar ik was eigenlijk nog meer onder de indruk van Inga Voronina. Die deed de warming-up in een bontjas, was zelfs opgemaakt. Een hele aparte vrouw. Ik keek erg tegen haar op. Later is ze vermoord (door haar man, red.).”

Door Huub Snoep - Laatste update op 17 feb om 11:22