De Hollandse winter heeft het maar moeilijk de laatste jaren. Met het nodige kunst- en vliegwerk worden soms leuke en veelbelovende winterse configuraties geboetseerd op de diverse weerkaarten, maar tot significante ‘duurkoude’ komt het vervolgens helaas zelden of nooit. Hoe ziet de komende winterprognose eruit?

Wat de winter ons zal brengen de komende maanden is ook dezer dagen weer een ‘hot item’. De winterspanning wordt steeds verder opgebouwd in deze tijd van het jaar en zeker als de voorgaande seizoenen weinig oplever(d)en qua winterse taferelen, hoopt men nog vuriger op bakken met sneeuw, diepvriestemperaturen en bovenal deftig schaatsijs.

We gaan eens even kijken of Koning Winter daadwerkelijk aan zet komt de komende pakweg twaalf weken. Helaas is het zo dat koudegolven in de Lage Landen minder frequent voorkomen tegenwoordig en ook niet meer zo langdurig zijn als vroeger. Een serieuze koudeperiode duurt zelden langer dan twee weken in het steeds verder ‘opgewarmde’ Nederland van de laatste decennia.    

Op 1 december begint de meteorologische (weerkundige) winter die altijd enkele weken vooruitloopt op de astronomische winter. Het kalendrische winterseizoen begint pas eind december zo we weten. De weerkundige winter duurt welgeteld drie maanden, waarna op 1 maart de balans wordt opgemaakt. Het zogenaamde koude - of Hellmanngetal is daarbij een interessante parameter waarover we het straks nog zullen hebben.

Hoofdweercentra verwachten ronduit zachte winter
Als we de grote weerinstituten moeten geloven zoals het Europese centrum voor de middellange termijn (ECMWF) en UKMET (het Britse KNMI zeg maar) staat ons in West - en Noord-Europa wederom een milde winter te wachten. Sterker zelfs, men prognosticeert unaniem een zachte tot zeer zacht winterseizoen met een gemiddeld temperatuursurplus van zo’n 2-3 graden.

Ondergetekende weigert dat klakkeloos aan te nemen, gaat ietwat contrair en ziet toch meer winter -en schaatskansen de komende maanden in de Benelux.

Opvallende noord(west)component in najaar
Een opvallende indicator (en tevens een ongeschreven weerregel) is bijvoorbeeld het frequent optreden van luchtstromingen met een noord(west)component. Afgelopen weken was dat verrassend vaak het geval. Wanneer de wind in het najaar relatief meer uit die vrij noordelijke hoek waait, is de kans op een gemiddeld (iets) koudere winter groter dan normaal. Die correlatie is al lang geleden aangetoond. Zie ook de afbeelding met de schets voor 9 december aanstaande waarbij de krachtige rug van hoge druk op de Atlantiek in het oog blijft springen. Verzamelingen lagedrukgebieden houden dan huis in onze contreien en ook regelmatig boven het ‘frigide’ Scandinavië. 

Bijschrift: Opvallend de laatste weken was de nogal persistente luchtdrukverdeling met een krachtige rug van hoge druk op de oceaan en lage druk nabij Nederland en/of Scandinavië. Ook voor de periode na Sinterklaas komt het Amerikaanse weermodel weer met deze setting aan. In concreto betekent dit de aanvoer van vrij koude lucht uit het hoge noorden die weliswaar wordt aangewarmd boven het lange traject over vrij mild zeewater. Doordat de bovenluchten vaak erg koud zijn in deze constellatie (-35 graden op 5 kilometer hoogte), gaan de buien die er vallen regelmatig gepaard met stofhagel of (natte) sneeuw. Mochten de depressies nu net wat zuidelijker aan land gaan en de druk tevens wat meer oplopen richting IJsland en Midden-Noorwegen, is er maar weinig voor nodig (vanuit deze uitgangspositie) om de winter binnen te krijgen in de Lage Landen.    

Deze barometrische configuratie (uiteraard met varianten op dit thema) zou voorzichtig wel eens de blauwdruk voor de winter kunnen worden. Het lijdt geen twijfel dat een boterzacht scenario met zo’n ‘setting’ dan nauwelijks opgeld doet. Voortdurende koude ‘luchtinlaat’ uit het oosten lijkt evenmin aan zet in casu.

Snelle toename sneeuwlaag Siberië  
Er zijn nog enkele parameters die vaak uit de kast worden gehaald tegenwoordig om een winterverwachting te beargumenteren. Ik noem de berekende NAO-index (de afwijkingen in luchtdrukpatronen tussen de IJslandregio en de Azoren). In de mode was onlangs ook nog de SAI. Hier gaat het over de toename van het sneeuwdek boven een deel van Siberië inde maand oktober.

Als de sneeuwaanwas sneller dan normaal gaat aldaar (de afgelopen twee jaar het geval) zou er een koudere winter volgen in West-Europa. In 2015 en 2016 was er geen sprake van een uitgesproken koude winter in het overgrote deel van West-Europa. Vervolgens zou een equatoriale (oosten)wind op grote hoogte -in combinatie met een vorm van La Niña- de kans op geblokkeerde luchtdrukpatronen (met kans op kou) op onze breedten doen toenemen.

Snelle stratosferische opwarming
Al met al blijft het wachten op een zogenaamde SSW (een snelle stratosferische verwarming). Eerst dan kan de polaire vortex (krachtige bijna permanente windbundel hogerop in de lucht sterk gerelateerd met diepe depressies bij IJsland/Schotland met zacht, regenachtig weer en veel wind bij ons) worden doorkliefd.

Als die vortex gesplitst is, kan zich tussen de uiteinden van de windbundel als het ware een krachtig hogedrukgebied formeren. Dat hoog kan via het poolgebied richting Scandinavië koersen en een portie kou genereren die aansluitend zuidwaarts uitstroomt.     

Minder zonnevlekken
Een mijns inziens iets meer waterdichte, interessante parameter is de zonneactiviteit welke opnieuw een dalende trend vertoont sedert 2014. Zeer opvallend is dat er een nagenoeg aantoonbare correlatie bestaat tussen een zonnevlekminimum en beduidend koude(re) winters. De opvallend koude en sneeuwrijke winters van 2009 en 2010 bijvoorbeeld vielen vrijwel samen met een ‘tussenminimum’ van zonneactiviteit. De huidige dalende tendens zou wellicht voorzichtig pleiten voor de afwezigheid van een hypermilde winter deze keer.

Enkele signalen pro winter
Al met al zijn er enkele signalen die kunnen wijzen op een seizoen met winterse aspiraties. Waarschijnlijk zullen de majestueuze hogedrukgebieden boven Scandinavië wederom gaan ontbreken. Het is een raadsel waarom het in zo'n gebied nooit langer dan vijf dagen volhoudt. De kans op een elfstedenwinter als die van 1997 acht ik derhalve erg klein.

Wij moeten het meer gaan hebben van koude noordelijke - en soms noordoostelijke - stromingen die zo nu en dan continentaal polaire lucht meenemen. Er kan dan ook sneeuw (van betekenis) vallen en zo’n koudere fase duurt dan enkele dagen tot een week waarna de onvermijdelijke oceanische bemoeienissen de wind weer in de milde westhoek doen uitkomen.

De straalstroomhoogte (krachtige windbundel op 9-12 kilometer) zal relatief zuidelijker gedirigeerd zijn dan tijdens de afgelopen winters. Op die manier kan de koude vastelandslucht wat langduriger worden ingevangen, daar depressies een zuidelijker traject volgen, bijvoorbeeld over België en Noord-Frankrijk. Het windbeeld boven Nederland wordt dan minder snel aanlandig en dus mild.

Hellmann(koude)getal niet boven de 100
Het Hellmanngetal is een optelsom van alle negatieve etmaalgemiddelden wat de temperatuur betreft. Als het min 3 graden wordt gemiddeld op een bepaalde dag, worden drie punten toegevoegd aan het koudegetal. Officieel begint een koude winter bij 100 punten, zeer koud vanaf 160 voor en streng moet je tenminste 300 punten hebben.

De kans op een score van 100 Hellmannen gedurende een winter anno nu is bijzonder klein geworden. Kortdurende koudegolven en de afnemende intensiteit van de kou zijn hier debet aan. Voor dit seizoen kom ik toch nog uit op een mogelijke score van c.a 80-85 punten noordoosten de lijn Haaksbergen-Heerenveen. Voor het referentiepunt en hoofdstation De Bilt zouden er wel eens 50 punten in het verschiet kunnen liggen.

Daar ik tamelijk grote weers- en temperatuurverschillen verwacht tussen het noordoosten en zuidwesten van Nederland, komt Hellevoetsluis waarschijnlijk maar tot 20 of hooguit 25 winterpunten.  

Met andere woorden. De komende winter gaat waarschijnlijk meer kou opleveren dan de reeks voorgaande seizoenen. De gemiddelde temperatuur (De Bilt) zal zo’n 0,5 tot 0,7 graden beneden de normaal uit gaan komen.

Meer weer volgt in de tweede decemberhelft en tevens in de aanloop naar Kerst.

Door Marc E. Putto - Laatste update op 05 dec om 16:54