In 2015 werd hij de eerste wereldkampioen ooit op de massastart. Het onderdeel staat volgend jaar voor het eerst op het programma bij de Olympische Spelen en dus mikt Arjan Stroetinga ook op de eerste olympische titel. “Dat zou heel mooi zijn!”

Voor de 36-jarige Stroetinga staat de massastart komend seizoen dan ook logischerwijs op de eerste plaats. De rijder van Team Clafis gaat er alles aan doen om zijn eerste Olympische Spelen mee te maken op zijn favoriete onderdeel. Maar of hij het als zijn laatste kans ziet? “Daar ben ik helemaal niet mee bezig. Ik voel me nog goed en fit, dan maakt leeftijd niet uit.”

Nuchter
Dat de massastart olympisch is geworden, doet Stroetinga veel deugd. Hij is er naar eigen zeggen ‘aardig voor geschikt’. Als drievoudig Nederlands kampioen en voormalig wereldkampioen maakt hij een goede kans om naar Zuid-Korea te mogen. “Ik ben één van de betere mass-startrijders van Nederland. Ik hoop er wel bij te zijn in februari.”

Ook internationaal gezien heeft Stroetinga meermaals bewezen bij de top van de wereld te behoren. Hij reed twee keer de massastart op de WK afstanden en belandde twee keer op het podium. In 2016 pakte hij het zilver en in 2015, de eerste keer dat het onderdeel op het programma stond, greep hij het goud in Heerenveen. “Dat was hartstikke mooi. In Thialf winnen is sowieso heel speciaal.”

Toch herinnert hij niet zo heel veel meer van die ‘historische’ wedstrijd. Het enige wat hem nog is bijgebleven, is de laatste ronde. “Ik zat achter de Fransman Alexis Contin, die ging op 800 meter aan. Ik ging de laatste bocht binnendoor bij hem en reed vanaf toen zo hard mogelijk naar de streep. Ja, en toen zag ik dat ik had gewonnen, daar doe je het uiteindelijk voor. Of ik emotioneel werd? Ha, dat viel wel mee. Ik ben een vrij nuchtere Fries, dus ik bleef rustig.”

Foto : ANP


Gunstig
Van druk is bij Stroetinga geen sprake, ook niet omdat hij de eerste wereldkampioen ooit is op het onderdeel. Die eerste olympische titel wil hij ook graag, maar hij weet dat een massastart nooit loopt zoals gedacht. “Ik kom alleen voor goud, anders moet je er ook niet naartoe gaan. Het zou supermooi zijn als ik win, maar er kan zoveel gebeuren in zo’n wedstrijd. Het liefst had ik gezien dat de afstand wat langer was, want dan kan je nog iets rechtzetten als iemand wegrijdt. Maarja, zoals het nu is, is het ook prima hoor”, voegt hij er nog gauw aan toe.

Ook op de marathon is Stroetinga een veelwinnaar. Zo won hij won onder meer zes keer de nationale marathontitel op kunstijs, mede omdat hij op een goede eindsprint kan rekenen. Toch liet die sprint hem het afgelopen seizoen een aantal keer in de steek. Hij won dan weliswaar een aantal marathonwedstrijden, maar ‘het ging niet zo heel goed’. Ook bij de mass starts ging het niet altijd even voortvarend. Zo werd Stroetinga afgelopen seizoen op de NK afstanden verslagen door Gary Hekman, die hem in de sprint van de massastart nipt versloeg. “Een sprint is altijd lastig. De ene keer wint hij, de andere keer ik. Het is maar net waar je vandaan komt bij je sprint.”

Het kwam hem duur te staan, want Hekman mocht door die titel ook naar de WK afstanden, waar hij de massastart samen met een ploeggenoot van Stroetinga reed: Jorrit Bergsma. “Natuurlijk had ik er liever zelf gestaan, maar de bondscoach beslist. Ik had Gary er gewoon af moeten rijden tijdens dat NK”, is hij realistisch. Tijdens de WK afstanden in Gangneung had Stroetinga op een goede klassering van zijn teamgenoot gehoopt. “Het kwam alleen niet goed uit de verf, wat wel weer gunstig is voor mij. Voor een massastart moet je twee jongens hebben die goed op elkaar ingespeeld zijn, dus wat dat betreft vond ik het een vrij verrassende keuze.”

Zijn voorkeur gaat dan ook uit naar een samenwerking met iemand die tempo rijdt en die een goede 5 kilometer kan rijden. Zo lijkt onder meer Jorrit Bergsma aan die eisen te voldoen. “Ik rijd graag met Jorrit. Hij is zelf ook goed genoeg om te winnen. Maar uiteindelijk hangt het er ook vanaf wie zich wel en niet voor de Spelen plaatsen.”

Foto : ANP

Scherpte
Dat het afgelopen seizoen niet helemaal vlekkeloos liep, heeft volgens Stroetinga niets met de tactiek te maken, maar met ‘scherpte’. “Ik weet ondertussen wel wat de goede tactiek is voor ons. We maken ons eigen plan en stemmen die nooit af op tegenstanders”, vervolgt de langeafstandsspecialist, die nog altijd het volste vertrouwen heeft in zijn eindsprint. “Ik denk dat ik zeker nog niet versleten ben. Ik zit inmiddels op zo’n niveau dat het doel is om elk jaar hetzelfde niveau te halen. Het komt dan op zulke kleine dingetjes aan.”

Naast de mass starts en de marathons rijdt Stroetinga komend seizoen ook weer de 5 en 10 kilometer. Op die afstanden probeert hij zo goed mogelijk te rijden, maar de massastart is prioriteit nummer één. Bij de marathons gaat hij opnieuw voor de nationale titels, zowel op kunstijs als op natuurijs. En ondanks zijn indrukwekkende palmares blijft elke overwinning bijzonder. “Al is het wel leuker als je in Thialf of in Amsterdam wint dan bijvoorbeeld in Geleen of Eindhoven. Hoe meer publiek hoe mooier.”

Wanneer is zijn carrière nu echt geslaagd? “Als ik zelf tevreden ben en zoveel mogelijk overwinningen heb behaald.” Maar stiekem droomt hij nog altijd van de Elfstedentocht. En mocht die tegelijkertijd zijn met de Olympische Spelen, dan kiest de Fries voor de Tocht der Tochten. “Absoluut, dat vind ik nog net wat specialer dan de Spelen!”

Door Rijcko Treep - Laatste update op 11 aug om 10:13