Om de beurt schaatsen en af en toe eens duwen. Het rijden van de relay bij het shorttrack kan zonder problemen omschreven worden met een paar eenvoudige woorden. Maar zo simpel als het klinkt, is het niet. Een goede aflossing kan het verschil maken tussen winst of verlies. Jorien ter Mors geeft tips.

"Als je kunt starten, is het schaatsen van anderhalve ronde geen probleem", zegt Ter Mors. "Maar het lastigste tijdens het schaatsen van de relay is de aflossing zelf." Het duwen en geduwd worden dus. De wisseling tussen twee schaatsers. 

Daarbij draait alles om een juiste timing, weet Ter Mors. Het moment dat de nieuwe schaatser de wedstrijdbaan in rijdt en een positie voor de andere schaatser inneemt, dat moment is allesbepalend. "Want er is direct contact en een snelheidsverschil." 

Bij een aflossingswedstrijd rijdt één schaatser in de wedstrijdbaan, terwijl de rijder die als volgende aan de beurt is alvast aan de andere kant van de blokken rustig meerijdt. Deze schaatser legt minder meters af, waardoor de snelheid tijdens het meerijden ook lager kan zijn. Het is de bedoeling dat deze schaatser in de inrijbaan de ander continu in de gaten houdt en voor het wisselen bij het eind van de bocht de wedstrijdbaan in schaatst. 

Duw
Vervolgens is het belangrijk dat de twee schaatsers zo snel mogelijk afwisselen door middel van een duw. "Je hebt tot voor de volgende bocht om te wisselen, maar hoe meer tijd je neemt, des te meer tijd je verliest", zegt Ter Mors. 

Een goede wissel is niet mogelijk zonder goed te kijken. "Je moet weten waar je de baan in moet komen en op welke plek je exact moet wisselen. Dat vraagt veel ervaring. En het is belangrijk om te weten welke snelheid de schaatser heeft die wordt afgelost."

Buikspieren
Zodra Ter Mors de baan in komt, zit ze klaar in de schaatshouding waarin ze wil wegrijden. Ze zorgt dat ze stevig op haar ijzers staat en spant haar buikspieren goed aan. "Anders vlieg ik alle kanten op als ik een duw krijg." 

En ook al zit ze al klaar om afgeduwd te worden, ze blijft met een schuin oog naar achteren kijken en houdt het contact met haar ploeggenoot. "Zo voorkom je dat iemand halverwege de bocht misschien wel gevallen is en je zelf maar blijft wachten." 

En zelfs hard duwen vraagt om een goede techniek. "Het is niet zo dat je een duw geeft en het is klaar. Ook bij ons in het team is dat nog weleens lastig." Een goede duw gaat met heel veel kracht. Harder dan veel mensen verwachten. Een geoefende shorttrackschaatser stopt in een goede duw het eigen lichaamsgewicht. "Niet dat je jezelf naar achter duwt, maar de andere schaatser naar voren."

Meer tips lezen? Je vindt ze op schaatsen.nl/tips.