Hij heeft al een rijk sportleven achter zich. Die leverde een kast vol prijzen op. Maar een echte titel, nee, die had Arjan Elferink nog niet. Juist daarom was de man uit Veenhuizen zo uitzinnig nadat hij bij de Masters het Nederlands kampioenschap op kunstijs had gewonnen. Als eerste uit de kopgroep van drie kwam hij in Kardinge solo over de streep.

De erehaag die de overige rijders van de Masters zo ongeveer vormden voor hun collega’s die het podium bevolkten, was een mooi gebaar. Applaudisserend stonden ze allemaal langs de kant op het laatste rechte stuk.

En de mannen om wie het ging hadden alle gelegenheid om ervan te genieten. Arjan Elferink voorop, al durfde de nieuwe kampioen nog niet echt te juichen voor de streep. Arnold Gaasenbeek wel. Hij had de strijd met Elferink op dat moment al opgegeven en was blij met zilver. Daarachter nam ook Kurt van de Nes alle tijd. Hij pakte het brons.

Dat waren de drie rijders die kleur gaven aan de strijd van de Masters. Zij niet alleen, dat moet gezegd, want de oude cracks maakten er vanaf het begin een levendige strijd van met veel vluchtpogingen. Maar uiteindelijk waren het slechts deze drie die zich daadwerkelijk aan de greep van het peloton konden ontworstelen.

Jonkie

Van dat trio was Elferink de sterkste. Dat was hij ook wel een beetje aan zijn stand verplicht. Of beter gezegd: aan zijn leeftijd. ’’Ik ben precies veertig jaar, rijd pas twee maanden bij de Masters’’, bekende hij.

En eigenlijk is in die categorie een omgekeerd proces werkzaam, vervolgde hij. ’’Als je jong bent, word je elk jaar sterker. Nu wordt het in principe elk jaar minder en kun je alleen maar proberen zo lang mogelijk vast te houden wat je hebt. Dat lukt mij nu nog iets makkelijker dan veel anderen.’’

Waarmee hij niet wilde zeggen dat het in Kardinge een eenvoudige titelstrijd was. Zeker niet zelfs. Want ook zijn medevluchters voelden dat het ‘jonkie uit Veenhuizen’ best nog wel fit was.

’’Ik heb ze vervloekt’’, vertelde Elferink met een lach. ’’Ze lieten mij al het kopwerk doen, vertikten het over te nemen. Zere benen, zeiden ze. Ja, die had ik ook. Op een gegeven moment heb ik er een snok aan gegeven, heel hard overgenomen en toen brak het. Maar dat waren wel zware momenten. Ik was ook blij dat Edwin Mellema zich liet afzakken.’’

Gaasenbeek

Zo effende Elferink de weg naar de titel, al moest hij nog wel afrekenen met Arnold Gaasenbeek. "Ik wist dat hij gretig was en dat hij goed was. Dat had ik in eerdere wedstrijden al gezien. Nadat we een rondje pakten, bleef hij ook heel dicht bij me. Hij was nooit meer dan twintig centimeter weg van mijn billen."

"Richting finale heb ik me links en rechts door het peloton geslingerd en uiteindelijk voelde ik dat hij me even kwijt was. Ik heb gelijk afgesprint met het peloton en pakte daardoor zo’n twintig meter. Die marge heb ik kunnen verdedigen. Ik begreep later dat Gaasenbeek het in de laatste ronde opgaf, maar ik durfde niet om te kijken voor ik over de streep was.’’

Even werpt hij een trotse blik op de krans om zijn nek. ’’Ik schaats al vanaf mijn zestiende. Werd ooit nog Nederlands kampioen bij de studenten. Daarna heb ik nog best goed gereden als sprinter en uiteindelijk koos ik voor wielrennen. Daar heb ik ook nog vier klassiekers gewonnen. Maar dit, dit is mijn eerste echte titel. Zo voelt het absoluut. Daarom ben ik er ook ontzettend blij mee.’’

Lees alles over het KPN NK Marathon op onze speciale pagina.

Door Eric Korver - Laatste update op 06 jul 2017 om 13:41