"Niet opnieuw met twee honderdsten verliezen." Zo beschreef Gerard van Velde zijn drang om op de 1000 meter bij de Olympische Spelen van Salt Lake City op 16 februari 2002 alles uit de kast te halen voor een medaille.

Eerder had de 'eeuwige vierde', zoals hij wel eens weinig liefkozend werd genoemd, die bijnaam eer aan gedaan op de 500 meter in Salt Lake. Over twee omlopen eindigde hij als vierde achter Casey FitzRandolph, Hiroyasu Shimizu en Kip Carpenter. Het verschil met nummer drie Carpenter bedroeg slechts 0,02 seconde in het nadeel van Van Velde.

Het was niet de eerste teleurstelling in de carrière van de sprinter. Van Velde was een aantal jaar eerder, in 1998, eigenlijk al gestopt met schaatsen. Hij kon maar niet overweg met de revolutionaire klapschaats en kondigde aan zijn carrière als langebaanschaatser te beëindigen. Ook zijn entree in het marathonschaatsen was in 1998 geen succes. Al na twee maanden hield Van Velde het daar voor gezien.

In die periode hield hij het geen enkele wedstrijd vol tot de eindstreep in het marathonpeloton. Een jaar later kwam Van Velde echter terug op zijn beslissing om te stoppen als langebaanschaatser. Rintje Ritsma haalde de huidige trainer van beslist.nl over om de ijzers weer onder te binden. "Ik wilde nog een keer laten zien dat ik het ook op klapschaatsen kon", zei hij daarover. 

Motivatie

De vierde plek op de 500 meter en wellicht ook de frustraties over de klapschaats en het kortstondige marathonavontuur in 1998 zette de dan dertigjarige geboren Wapenvelder om in motivatie op de kilometer. Op het ijs van Salt Lake steeg Van Velde boven zichzelf uit. Zijn tegenstander, de Rus Sergey Klevchenya, was niet opgewassen tegen de ontketende Nederlander.

"Alles in mij wilde die kant op. Het was méér dan gewoon een duizend meter rijden. De tweede bocht was helemaal niet goed, maar daarna reed ik het beste rechte stuk dat ik ooit gereden heb", keek hij in 2010 terug op zijn gouden race. Hij zette tot ieders verbazing met 1.07,18 een wereldrecord op de klokken.

"Het eerste wat ik dacht was dat de tijdwaarneming niet klopte. Ik was al een keer vierde geworden en werd ooit in Calgary gediskwalificeerd terwijl ik een wereldrecord reed. Ik zag de tijd van 1.07,18 en dacht: het zal wel weer niet kloppen."

Tarzan

Van Velde was één van de eersten die aan de start verscheen en moest dus nog lang wachten op de rest van het deelnemersveld. De ene na de andere rijder beet zich echter stuk op de tijd van 'Tarzan', zoals zijn bijnaam luidde nadat hij na zijn race met ontbloot bovenlijf over het middenterrein liep. Onder meer landgenoten Jan Bos (die uiteindelijk tweede werd) en Erben Wennemars (vijfde) redden het niet.

Uiteindelijk kwam niemand meer aan de tijd van Van Velde, die zich zodoende verzekerde van het goud. "Ik heb voor lul gestaan met de marathon, ik heb voor lul gestaan met de klapschaats: daar heb ik allemaal korte metten mee gemaakt. Uitgerekend op de snelste baan ter wereld reed ik het allersnelste rondje ooit, een wereldrecord en een olympisch record."

Video

Bekijk hier de gouden race van Van Velde:

Ongeldige gegevens (NotSupported)

Aftellend naar de Olympische Winterspelen in Sotsji belicht schaatsen.nl elke dag een olympisch moment.