Hij droomt ervan om als eerste Nederlander de grens van 34 seconden te beslechten, maar het is nog maar de vraag of Ronald Mulder (34) deze winter een kans krijgt om die magische barrière te doorbreken. Na de afgelasting van de World Cups in Salt Lake City en Calgary beseft de sprinter van Team Reggeborgh dat hij wederom een jaar moet wachten om zijn droom te kunnen najagen. "Ik had deze winter graag een poging willen wagen."

Toen de ISU eind april de kalender voor het nieuwe schaatsseizoen bekendmaakte, maakte zijn hart een klein sprongetje. Natuurlijk was het onder voorbehoud, maar de derde en vierde World Cup van het pre-olympische seizoen zouden dit jaar plaatsvinden op de hooglandbanen in Noord-Amerika, doorgaans de ideale plek voor schaatsers om hun persoonlijke record aan te vallen. Ook Mulder had zich er enorm op verheugd om tijdens deze World Cups (mits hij zich zou plaatsen) een gooi te doen naar een snelle tijd op de 500 meter. "Ik zou heel graag de eerste Nederlander willen zijn die een 33'er rijdt", stelt Mulder. "Maar ik denk met mij vele anderen."

Mulder is nog altijd de Nederlands recordhouder op de kortste afstand. Tijdens het WK Sprint van 2017 in Calgary scherpte de Zwollenaar zijn eigen Nederlandse record aan naar 34,08 en die race gaf hem het gevoel dat er meer in het vat zit. "Zonder dat ik het doorhad, reed ik al bijna een 33'er", herinnert Mulder zich nog van die rit. "Als je zo dichtbij bent, is het logisch om te zeggen dat ik van een 33'er droom." Tot zijn grote teleurstelling zette de ISU afgelopen maandag echter een streep door de eerste vier World Cups (Tomaszów Mazowiecki, Stavanger, Calgary en Salt Lake City) omdat het coronavirus de wereld nog altijd in zijn greep houdt. 

Foto : Neeke Smit

"Super jammer", reageert Mulder. "Van wedstrijden in Azië of in het Oostblok ben ik eerlijk gezegd niet zo'n fan, maar een trip naar Calgary en Salt Lake City vind ik altijd geweldig. Het is jammer dat die wedstrijden dit jaar niet door kunnen gaan." De ISU onderzoekt nu de mogelijkheid om een 'coronavrije schaatsbubbel' te creëren, zoals dat ook bij de Formule 1 en de NBA gebeurt. Volgens de internationale schaatsbond is Nederland één van de mogelijke locaties waar de wedstrijden zouden kunnen worden afgewerkt. Mulder ziet zo'n alternatief wel zitten. "Het maakt mij niet eens zoveel uit waar het is, als we maar kunnen schaatsen", stelt de 500 meter-specialist.

"Ik vind het sowieso belangrijk dat we zoveel mogelijk continuïteit houden en zoveel mogelijk wedstrijden met internationale tegenstand kunnen rijden", geeft hij aan. "En als de keerzijde is dat het zonder publiek moet, is dat niet anders, al kan ik me bijna niet voorstellen dat we het helemaal zonder publiek gaan doen. Ik zie tegenwoordig vrij veel sportevenementen waar, weliswaar op anderhalve meter, een klein groepje toeschouwers aanwezig is. Het heeft altijd twee kanten: ik vind dat we niet het braafste jongetje van de klas moeten willen zijn, maar anderzijds snap ik ook heel goed dat de volksgezondheid voorop staat."

Competitief
Hoe het seizoen er ook uit komt te zien, Mulder omschrijft het komende seizoen als een 'best belangrijke'. Niet alleen omdat de Olympische Spelen van Peking eraan zitten te komen, maar ook omdat hij niet heel veel jaar meer op de ijzers staat. "Ik heb er een hekel aan om te zeggen dat ik 'oud' ben, maar het worden wel mijn laatste jaren. Ik wil sowieso doorgaan tot de Spelen en daarna zien we wel weer verder", aldus de 34-jarige sprinter, die zichzelf wel één voorwaarde stelt. "Als ik niet meer competitief ben, is het tijd voor iets anders, maar vooralsnog voel ik me goed en wil ik daar nog niet over nadenken."

Mulder hoopt de komende jaren zoveel mogelijk titeltoernooien mee te pakken en te kunnen strijden om de prijzen. Hoewel de Olympische Spelen het grootste toernooi zijn, beseft hij als geen ander dat het geen zin heeft om je vier jaar lang op één toernooi te richten. Vlak voor de Spelen van Pyeongchang kreeg hij namelijk te maken met een virusinfectie. "En dan wordt het in één keer heel lastig om goed te presteren", vervolgt hij. "Natuurlijk zal ik er alles aan doen om de Spelen van Peking te halen, maar het is te makkelijk om te zeggen dat de rest dan niet telt. Een wereldtitel op de 500 meter staat ook heel hoog op mijn verlanglijstje."

Foto : Sander Chamid

Om op deze toernooien te komen, zal hij zich in de eerste plaats moeten kwalificeren. Iets wat hem het afgelopen seizoen tot zijn grote frustratie niet lukte. Materiaalpech bij de NK Afstanden en een valpartij op het NK Sprint zorgden ervoor dat Mulder overal naast greep. "Ik heb nog niet vaak zo'n pechseizoen gehad", zegt Mulder enigszins beteuterd. "Bij de NK Afstanden ging de brug van mijn rechterschaats kapot. Tja, zulke dingen kunnen natuurlijk gebeuren, maar het was wel een ontzettend zuur moment. Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar best wel wat nachten van wakker heb gelegen."

Hij wist zich uiteindelijk te herpakken en liet bij het NK Sprint zien dat er met zijn vorm niets mis was. Na de eerste dag voerde hij het klassement aan, waarna hij op de tweede 500 meter uitdager Kjeld Nuis de genadeklap wilde uitdelen. "Mijn doel was om zoveel mogelijk tijd te pakken op Kjeld, zodat het voor hem onmogelijk werd om het gat op de 1000 meter te dichten. Ik nam alleen te veel risico waardoor ik in de laatste bocht onderuit ging. Ja, ook dat was heel zuur, want als ik de titel had gegrepen, had ik in ieder geval nog naar het WK Sprint gemogen. Nu had ik helemaal niks."

Prikkels
Of Mulder zich na het tegenvallende seizoen extra wil bewijzen? "Ik ben er altijd wel eentje die een soort bewijsdrang heeft, maar dat heeft niks met vorig seizoen te maken", zegt Mulder, die deze zomer in de persoon van Kjeld Nuis een nieuwe trainingspartner kreeg. De 30-jarige Leidenaar maakte na elf seizoenen bij Jac Orie te hebben getraind in april de overstap naar de ploeg van Gerard van Velde. "Ik heb drie jaar bij hem in de ploeg gezeten en kon altijd goed met hem trainen", geeft Mulder aan. "Kjeld schaatst zó makkelijk, dat is heel mooi om te zien. We verschillen weliswaar van slag, maar we kunnen allebei veel van elkaar leren."

Foto : Sander Chamid

Tegenover de komst van Nuis stond het vertrek van Dai Dai N'tab en Kai Verbij, die de omgekeerde weg van Nuis bewandelden. "In het begin baalde ik daar echt wel van, dat hoef ik niet te ontkennen. We hadden een hartstikke goede ploeg vorig jaar en dan is het jammer als dat zo uiteenvalt", aldus Mulder, die beide jongens nog sprak voordat ze de knoop doorhakten. "Ik heb ze gezegd dat ze de keuze helemaal zelf moeten maken, maar dat ik hoopte dat ze zouden blijven. Dai Dai en ik konden heel goed samen trainen, aangezien hij vrijwel dezelfde slag heeft als ik. We zullen elkaar allebei gaan missen, al hoop ik dat hij mij net iets meer gaat missen dan ik hem."

Om het vertrek van Verbij en N'tab op te vangen, versterkte Team Reggeborgh zich met Gijs Esders en maakte het werk van de komst van Havard Lorentzen. De Noor liep een week 'stage' met het team en leek een verhuizing naar Nederland aanvankelijk wel te zien zitten. Toch zag hij op het laatste moment van de aanbieding af. "Dat vond ik wel jammer, want Havard is een ontzettend leuke kerel die ook nog eens heel goed kan schaatsen. Toch snapte ik hem ook wel weer. Het is niet niks om van Noorwegen naar Nederland te komen. Het was een mooie extra geweest voor het team, maar het is niet zo dat het team nu niet staat. We hebben een heel mooi team en ik merk dat ik heel veel nieuwe prikkels krijg. Ik heb absoluut zin om dit jaar te knallen!"

Door Rijcko Treep