Komend weekend staat alweer het tweede grote schaatstoernooi van het seizoen op het programma. In Thialf strijden de allrounders bij het Daikin NK Allround om de nationale titels én een ticket voor het EK Allround. In aanloop naar het Nederlands kampioenschap kijken we terug op de kampioenschappen van de afgelopen vijftien jaar bij de mannen.

2005: Sven Kramer
Bij zijn eerste deelname aan het NK Allround in het seizoen 2004/2005 won de jonge Sven Kramer zijn eerste nationale allroundtitel. Met zijn 18 jaar en 241 dagen was hij de jongste Nederlands kampioen ooit. Met een vierde plek op de 500 meter (37,02), een derde plek op de 5000 meter (6.26,63), een vierde plek op de 1500 meter (1.48,34) en een tweede plek op de 10 kilometer (13.20,79) hield hij Carl Verheijen en Mark Tuitert achter zich. Kramer zou de vierkamp ook in de jaren 2007, 2008 en 2009 winnen en was bij het NK in 2008 zelfs de eerste ongeslagen kampioen (vier afstandszeges) sinds Kees Verkerk.

2006: Mark Tuitert
Hij stond al vier keer eerder op het podium, maar bij het NK Allround van 2005/2006 was het eindelijk raak voor Mark Tuitert. De middellangeafstandsspecialist versloeg op de Vechtsebanen in Utrecht de langeafstandsspecialisten Rintje Ritsma en Bob de Jong. Tuitert won de eerste 500 meter met een straatlengte voorsprong op de rest en beperkte vervolgens de schade op de 5000 meter. Op de 1500 meter breidde hij zijn voorsprong weer uit, waardoor zijn marge op de 10 kilometer zo groot was dat hem de titel eigenlijk al niet meer kon ontgaan.

2007: Sven Kramer
Terwijl Sven Kramer voor de tweede keer in zijn loopbaan de nationale allroundtitel bemachtigde, was de prestatie van de nummer drie misschien wel het opmerkelijkst. Erben Wennemars, die voor het eerst in zijn carrière deelnam aan een NK Allround, greep achter een oppermachtige Kramer en Carl Verheijen verrassend het brons. De sprinter won zoals verwacht de 500 meter door als enige een tijd onder de 36 seconden (35,92) te realiseren.

Op de 5000 meter verloor hij weliswaar veel tijd op zijn concurrenten, maar dankzij zijn 1.47,16 op de 1500 meter deed de Dalfsenaar weer helemaal mee om de podiumplekken. Tot ieders verbazing haalde hij in een kolkend Thialf maar liefst twintig seconden van zijn persoonlijke record op de 10 kilometer af, waardoor hij de bronzen medaille veiligstelde. Het leverde hem tevens een ticket voor het WK Allround in Heerenveen op, dat hij knap als vijfde afsloot. Wennemars hield onder meer Shani Davis, Wouter olde Heuvel en Ivan Skobrev achter zich.

2011: Wouter olde Heuvel
Nadat de titels in 2007, 2008 en 2009 allemaal naar Sven Kramer waren gegaan, ging Wouter olde Heuvel er in de seizoenen 2009/2010 en 2010/2011 met de Nederlandse titel vandoor. Na jaren getergd te zijn door blessures en bij afwezigheid van Kramer, die de NK's vanwege het drukke schema aan zich voorbij liet gaan, veroverde Olde Heuvel zijn eerste twee nationale titels uit zijn carrière. Hij versloeg respectievelijk Ted Jan Bloemen en Koen Verweij (in 2010) en Koen Verweij en Jan Blokhuijsen (in 2011).

De laatste gaf hem de meeste voldoening, omdat hij bij dit NK drie van de vier afstanden wist te winnen. Verweij had op de eerste dag van het toernooi met een scherpe tijd op de 500 meter (36,27) een flink gat geslagen met de concurrentie, waardoor Olde Heuvel de 5 kilometer en daarna de 1500 meter nodig had om het gat te dichten; hij won beide afstanden. De Tukker sloot de meerkamp af met een indrukwekkende 10 kilometer, die hij met een persoonlijk record (13.14,79) beëindigde.

2012: Ted Jan Bloemen
Ted Jan Bloemen behaalde in het seizoen 2011/2012 zijn grootste succes als Nederlander. De in Leiderdorp geboren schaatser won het NK Allround door Koen Verweij en Ben Jongejan te verslaan en plaatste zich daarmee voor het WK Allround in Moskou (waar hij teleurstellend als veertiende eindigde). Bloemen, die uitkwam voor het Gewest Fryslân, was de eerste schaatser in de geschiedenis die Nederlands kampioen werd zonder lid te zijn van een commerciële schaatsploeg.

Het verhaal van Bloemen is inmiddels wel bekend. Als zoon van een Canadese vader vroeg hij een paspoort voor dat land aan en eenmaal in Canada werd hij onmiddellijk opgenomen in de selectie van Bart Schouten. Zijn overstap in 2014 pakte goed uit, want behalve twee wereldrecords (op de 5 en 10 kilometer) won hij in 2018 ook nog eens olympisch goud op de 10 kilometer. Het afgelopen seizoen maakte hij zijn wensenlijstje compleet door wereldkampioen te worden op de 5 kilometer.

2014: Koen Verweij
Het NK Allround van 2014 was op vele manieren een bijzonder evenement. Voor het eerst sinds 1998 werd er een NK in de open lucht gehouden en voor het eerst was het Olympisch Stadion het decor van een schaatstoernooi. Voor Sven Kramer was het geen memorabel toernooi. De Fries werd na afloop van de 5 kilometer gediskwalificeerd omdat hij met een 'kickfinish' over de streep kwam. "Regels zijn regels en dat geldt ook voor mij. Ik lig er niet echt wakker van", reageerde Kramer op de beslissing van de jury.

Na de diskwalificatie van Kramer ging Koen Verweij er in Amsterdam voor het eerst in zijn carrière met de nationale allroundtitel vandoor. Verweij had met overwinningen op de 500, 1500 en 5000 meter geen kind aan de concurrentie en hoefde op de 10.000 meter niet eens meer voluit te gaan. "Je kan natuurlijk nooit zeggen of ik van Sven gewonnen zou hebben, maar hij zou het knap lastig hebben gehad", zei hij. Drie weken later won Verweij zijn eerste wereldtitel allround.

2015: Sven Kramer
Het seizoen 2014/2015 gaat voorlopig de boeken in als de laatste nationale allroundtitel van Sven Kramer. Zonder een afstand te winnen (twee keer tweede, derde en vierde) nam de Fries revanche voor zijn NK van 2014, waar hij door de scheidsrechter uit het toernooi werd gezet vanwege een diskwalificatie. In Thialf won hij voor de zesde keer het Nederlands kampioenschap door Wouter olde Heuvel en Koen Verweij achter zich te houden. Hierna nam Kramer geen deel meer aan een NK Allround.

Voor Jan Blokhuijsen liep het NK uit op een flinke deceptie. De Noord-Hollander stelde het hele weekend teleur en besloot er na de 1500 meter de brui aan te geven. "Als je zo rijdt, is er niks aan", zei hij bij de NOS. Zijn coach Jan van Veen stelde het besluit van Blokhuijsen niet op prijs en liet hem dat na afloop duidelijk weten. Een paar dagen na het NK zette Blokhuijsen een streep door de rest van het seizoen.

2018: Marcel Bosker
Bij afwezigheid van Sven Kramer, Patrick Roest, Koen Verweij, Douwe de Vries en Jan Blokhuijsen waren alle ogen bij dit NK gericht op Marcel Bosker. Het 21-jarige talent had in Thialf echter weinig te duchten van de concurrentie en won, op de 500 meter na, alle afstanden. Op het podium werd hij geflankeerd door generatiegenoten Lex Dijkstra en Thomas Geerdinck. "Als ze er niet zijn, kun je ze ook niet verslaan", reageerde Bosker op de afwezigheid van de toppers. "Deze titel blijft voor altijd in de boeken staan."

Bosker, geboren in Zwitserland, kwam met zijn eerste nationale titel op gelijke hoogte met zijn moeder Henriët van der Meer, die in 1989 Nederlands kampioene allround werd. Zijn vader Ronald Bosker, ook een oud-profschaatser, wist in zijn carrière nooit een titel te winnen. Bosker trainde vanaf zijn vijfde tot zijn veertiende op de buitenbanen van Zürich en Davos en werd in 2002 ontdekt door Erwin ten Hove, die hem naar Nederland haalde. Sinds dit seizoen maakt hij onderdeel uit van Team Jumbo-Visma.

2019: Douwe de Vries
Op zijn 36e en in de vorm van zijn leven behaalde Douwe de Vries in het seizoen 2018/2019 de mooiste Nederlandse titel uit zijn carrière. De Vries noteerde in het weekend maar liefst drie persoonlijke records en won drie van de vier afstanden. Toch moest hij op de afsluitende 10 kilometer nog ruim zes seconden zien goed te maken op titelverdediger Marcel Bosker, die net als De Vries aan een goed toernooi bezig was. Op de 10 kilometer reed De Vries naar de winnende tijd van 12.55,10 en dat bleek ruim genoeg voor de titel. "Ik ben niet het grootste talent en misschien heeft het daarom wel zo lang geduurd", grapte hij.

2020: Jan Blokhuijsen
Jan Blokhuijsen is met drie Nederlandse titels één van de succesvolste allrounders van dit moment. De Noord-Hollander won het NK in 2016, 2017 en 2020 en vooral de laatste titel gaf hem veel voldoening. Na een sabbatical in het seizoen 2018/2019 keerde Blokhuijsen vorig seizoen terug als topsporter en liet hij zien het schaatsen nog altijd niet verleerd te zijn. Bij het NK Allround won hij de 1500 en 5000 meter en reed vervolgens de 10 kilometer vakkundig uit.

Zijn derde nationale titel was een beloning voor het harde werken. “Ik had het wel durven dromen, maar dan was ik daarna ook weer snel wakker geworden. Nee, ik had het zeker niet verwacht", zei een gelukkige Blokhuijsen. Dat hij zijn eerste prijs pakte onder toeziend oog van dochter Jackie-Noé deed hem misschien wel het meeste. "Het is heel speciaal om dit met m'n dochter te kunnen vieren. Ik had gehoopt dat ik dit zou mogen doen, dus daar ben ik heel dankbaar voor."

Lees morgen het overzicht van de vrouwen en later deze week de voorbeschouwing op het Daikin NK Allround van komend weekeinde. 

Door Rijcko Treep - Laatste update op 24 nov om 20:43