Joan Haanappel, icoon van het Nederlandse kunstschaatsen, vierde afgelopen week haar tachtigste verjaardag, thuis met haar man in Brussel. Een groot feest zat er niet in vanwege de coronapandemie, maar dat vond de voormalige kunstschaatsster niet erg. "Ik kan alles nog en voel mij helemaal geen tachtig."

Haanappel dacht dat het een sombere verjaardag zou worden in deze coronatijd, maar niets bleek minder waar. Van 's ochtends tot in de avond piepte haar telefoon van alle berichten. "Ik heb veel mooie felicitaties gehad. Nu ook via e-mail en WhatsApp, al die mogelijkheden. Daar word je mee dood getoeterd de hele dag", vertelt ze lachend aan de telefoon.

Haar goede vriendin Sjoukje Dijkstra liet een witte schaatsschoen bestaande uit rozen met een ijzer eronder bezorgen. "Dat was een grote verrassing! Ja, prachtig en heel bijzonder. Er staat een bescheiden '80' op." Haar pupillen van Stichting Kunstrijden Nederland (SKN) hadden een videoboodschap gemaakt. "Ze zijn allemaal druk in de weer geweest, dat is reuze dierbaar."

Naast de telefoontjes, bloemen en kaarten kreeg Haanappel zelfs twee verrassingsbezoeken. Op de parkeerplaats bij hun huis in Brussel werd ze op gepaste afstand toegezongen. De Haagse verhuisde 25 jaar geleden naar België vanwege het werk van haar echtgenoot, een Australische oud-zwemmer. "Mijn man en ik hebben thuis lekker gegeten met een gezellige fles wijn erbij."

Nalatenschap
"Ik heb het geluk dat ik tachtig geworden ben, maar ik voel mij helemaal geen tachtig. Ik kan alles nog. Gelukkig maar, want het alternatief is niet goed, haha. Ik ben maar gewoon vergeten dat er een 0 achter die 8 hangt", zegt ze met een knipoog.

Op 6-jarige leeftijd begon Haanappel haar kunstschaatscarrière, waarin ze vier Nederlandse titels veroverde en drie keer brons won op de EK. Hoewel een internationale titel op haar erelijst ontbreekt, groeide ze naast Sjoukje Dijkstra uit tot hét gezicht van het Nederlandse kunstrijden. Op de Olympische Spelen van 1960 in Squaw Valley werd Haanappel vijfde. Na dat seizoen zette ze een punt achter haar wedstrijdloopbaan en werd ze professional bij de Wiener IJsrevue en later bij Holiday on Ice.

Vanaf 1975 gaf Haanappel dertig jaar lang commentaar bij het kunstrijden voor de NOS en Eurosport. In 2008 richtte ze Stichting Kunstrijden Nederland op, omdat ze vond dat er veel te weinig aan het kunstschaatsen gedaan werd. "De stichting is mijn nalatenschap", beaamt Haanappel. "Natuurlijk ben ik bezig met later, want dit werk moet wel doorgaan. Maar ik ben nog niet van plan de pijp uit te gaan, hoor."

"Met SKN wilde ik iets voor de sport doen én voor kinderen, die ik zelf niet heb. Het is een schitterende combinatie. Zo langzamerhand gaat het beter met het kunstrijden in Nederland. Naast Niki Wories en uit mijn groepje Lindsay van Zundert, die er op dit moment bovenuit steken, komen er nog twee of drie aan die wat jonger zijn. Zij kunnen het echt goed gaan doen."

Leerproces
Door de strenge maatregelen in het voorjaar moesten de kunstijsbanen in Nederland dicht en zaten de (kunst)schaatsers drie maanden zonder ijs. Ook SKN moest een gepland trainingskamp in maart afzeggen. "Normaliter wordt die tijd na het seizoen gebruikt om küren te maken en nieuwe sprongen en elementen te leren. Dat waardevolle leerproces is nu weggevallen."

"We hebben wel een SKN-kamp gedraaid in juli en oktober. Het blijft toch eng, zo'n virus. Laten we duimen dat het straks rustig blijft." Haanappel is altijd aanwezig bij de trainingskampen in Den Haag, of in Den Bosch waar het zomerkamp werd gehouden. "Ik blijf nu wel op afstand en sta niet langs de boarding, maar zit op de tribune. De kinderen worden goed begeleid door de coaches, ook off ice."

De KNSB is de laatste jaren bezig met een professionaliseringslag binnen het kunstschaatsen, met onder andere een nationale trainingsselectie en wekelijkse centrale trainingen in Tilburg. "Ik ben nog niet bij zo'n gezamenlijke training geweest, maar het initiatief is er en dat is verheugend. Er wordt in ieder geval over nagedacht, dan zijn we al een heel eind. Als er talent te bespeuren is, komen die rijders wel bovendrijven en dan nemen wij ze op in SKN."

Olympische Spelen
Als het goed is gaat een aantal rijders eind deze maand naar de NRW Autumn Trophy in Dortmund. "Dat is het eerste meetpunt. Laten we hopen dat die wedstrijd doorgaat. Een seizoen zonder wedstrijden is weinig motiverend." In dit preolympische seizoen is vooral het doorgaan van de WK in Zweden van groot belang, die gelden als kwalificatie voor de Olympische Spelen.

Zou Nederland na ruim vier decennia weer op de Spelen kunnen staan met kunstrijden? "Ik hóóp het", zegt Haanappel. "Ik denk dat dit de beste kans is sinds lange tijd. Zo niet, dan de volgende keer in 2026. Afgelopen jaren had ik dat nooit gezegd, want toen dacht ik: nee, het is onmogelijk. Maar er is nu in ieder geval meer concurrentie, wat ook ten goede komt aan de prestaties. Olympische deelname zou de boel nog eens aanzwengelen. Dat is een aanmoediging voor de jeugd en iedereen die betrokken is bij de sport. En ook voor het publiek! Dan kunnen ze het kunstschaatsen eindelijk eens zien, ze horen er nu alleen maar over."

Dat het hardrijden belangrijker is dan kunstrijden is een typisch Nederlands 'probleem', aldus Haanappel. "Langebaanschaatsen hoort bij de Nederlandse historie. Dat is onze pech, haha. Daar leefden Sjoukje en ik ook al mee. Maar de generatie meeschrijvers is vrijwel voorbij en dat doet de jeugd ook niet meer. Shorttrack – vind ik ook een ontzettend leuke sport – zal de langebaan gaan overvleugelen. Internationaal ziet men liever iets flitsends."

Door Anjuli Veltman - Laatste update op 24 nov om 20:43