De versoepelingen rondom de coronamaatregelen roepen een hoop vragen op, ook bij inline- en schaatsverenigingen. Met enthousiasme werd er dan ook gereageerd op de online coronavragensessies van de KNSB, waarvan op 7 mei de eerste online meetings werden gehouden met elk ruim dertig deelnemers. "Dit moeten we vaker doen."

Sinds de uitbraak van de coronacrisis probeert de KNSB, verwijzend naar de sites van RIVM en NOC*NSF, hun achterban zo goed mogelijk te informeren. Met publicaties en protocollen voor georganiseerd sporten in coronatijd, hoopt de bond antwoord te geven op de meeste vragen die leven in de schaats- en inlineskatewereld. Dat lijkt goed te lukken, want het aantal telefoontjes en e-mails die de KNSB-servicedesk krijgt, valt reuze mee. 

"Toch leek het ons een goed idee om eens met verenigingen ervaringen uit te wisselen", zegt Jurre Trouw, manager sportparticipatie van de KNSB. 

Een greep uit de vragen
Er kwamen ook vragen vanuit de verenigingen, hier in sneltreinvaart: Kunnen kunstrijders niet een topsportstatus krijgen, zodat ze ook kunnen trainen? Helaas niet. Geldt die anderhalve meter afstand alleen naast of ook achter elkaar? Ook achter elkaar. Wat moeten we doen met facturen van de ijsbaan voor trainingsuren die wegens corona zijn afgelast? Meld het bij de KNSB, zij zoeken het uit. Hoe ga je om met sponsors in coronatijd? Ga met ze in gesprek.

Daarnaast wisselden de verenigingen ervaringen uit, waaruit onder meer bleek dat al aardig wordt ingespeeld op de revival van het skeeleren. Overal zie je weer mensen inlineskatend op pad gaan (helaas nog te vaak zonder helm op). Verenigingen in heel het land bieden proeflessen aan, waar links en rechts al gebruik van wordt gemaakt.

Skeelervierdaagse
In dit verband had Marcel Scheperkamp, disciplinemanager inlineskaten, nog een aardig nieuwtje te melden. Om in te haken op die nieuwe rage wordt nagedacht over het organiseren van een skeelervierdaagse voor toerrijders. Het idee is nog vers, maar het streven is dat deze zomer nog wel ergens te organiseren.

Dat laatste geldt ook voor de online coronavragensessies. "Ik sluit niet uit dat we in de naaste toekomt nog vaker van dit soort ontmoetingen met onze achterban zullen houden", zegt Trouw. "Elk nadeel heeft zijn voordeel. Dit bevalt goed, het is een efficiënte manier van vergaderen, waarin iedereen de kans krijgt zijn of haar zegje te doen."