Er kan eindelijk weer geschaatst worden in Thialf. Na lange onderhandelingen tussen het ijsstadion, NOC*NSF en de KNSB werd er begin juni een overeenkomst gesloten over zeven weken zomerijs vanaf maandag 27 juli. De prijs hiervan ligt fors hoger dan vorige jaren. Toch blijft het ijs in de eerste week vrijwel leeg. Bij het topsportuur op maandag, waar normaal alle grote ploegen op het ijs kunnen, rijdt enkel Esmee Visser een paar rondjes.

De rijdster van Team IKO test haar nieuwe schaatsschoenen en is al na een aantal rondes weer klaar. Pas volgende week begint haar ploeg weer met de schaatstrainingen, net zoals vrijwel alle andere commerciële teams. Volgens bondscoach Jan Coopmans is het niet heel opvallend dat de ijshal in Heerenveen deze week grotendeels onbezet blijft. Na een eerste trainingsperiode in de zomer is het namelijk belangrijk om een week of twee de intensiteit van de trainingen terug schroeven. Veel ploegen hebben dus een minivakantie ingelast.

“In een klassieke opbouw van het schaatsseizoen sluiten de meeste ploegen eind juli de eerste voorbereidingsfase af”, vertelt Coopmans. “Dan gaat uit voorzorg even de riem eraf, zodat kleine pijntjes kunnen helen en de rijders tijd hebben voor hun eigen dingen. In het tweede blok werken ze dan gericht naar het seizoen toe om in februari bij de grote wedstrijden op hun top te zijn.” Dat blijkt ook uit de planning van veel teams. Jumbo-Visma betreedt vrijdag als eerste ploeg het ijs, de andere ploegen volgen enkele dagen later.

Detailplanning
Ondanks de vooralsnog lege ijsbaan is het belang van het zomerijs groot. Dat bleek dit voorjaar toen duidelijk werd dat men in Thialf niet in de gebruikelijke periode van half juni tot half juli ijs ging maken. Onder anderen Sven Kramer vond het ‘armoedig’ dat hij naar Inzell moest afreizen om te kunnen schaatsen. Coopmans bevestigt dat het ideale scenario in de trainingsopbouw al eerder schaatstrainingen kent. “In een ideale situatie wil je medio juni al tien dagen op het ijs staan. Dan tien dagen even niet en dan nog eens tien dagen ijs om die eerste periode af te sluiten.”

Kort overleg tussen Esmee Visser en de ijsmeester | Foto : Martin de Jong

Toen de planning voor het zomerijs vorm begon te krijgen, kreeg de KNSB dan ook van de merkenteams te horen dat zij het ijs in de eerste week volgens hun planning nog nauwelijks zouden gebruiken. Ondanks dat heeft de bond zich hardgemaakt om zo snel als mogelijk zomerijs te realiseren. “Het niveau van de begeleiding is zo hoog, dat gaat allemaal op individueel niveau”, legt technisch directeur Remy de Wit uit. “Het gaat echt om details. Dan is het goed dat het ijs er ligt en dat we er gebruik van kunnen maken.”

De Wit begrijpt dat de ploegen deze week nog niet massaal het ijs betreden. “Een aantal ploegen is naar het buitenland geweest en pakken een moment rust. Zij pakken op basis daarvan de planning weer op en de komende weken zien we dan ook een toename van het gebruik van het ijs.” Ook Coopmans is tevreden dat de ijsbaan al open is: “Je ziet toch dat er sporters zijn die even het ijs op gaan. Het gaat om het verschil tussen goud en zilver. Als je goud wilt winnen moet je niet denken dat je alle uren op een rendabele manier kunt gebruiken. Dan zal het wel eens gebeuren dat er maar één topper is. Dat is de prijs die je betaalt voor de absolute top.”

Druk op de ketel
Dat het zomerijs in Nederland nu later in het seizoen valt, heeft volgens de bondscoach wel grote consequenties. Waar Jumbo-Visma en Reggeborgh het zich konden veroorloven om een trainingskamp naar Inzell te beleggen, was dat niet voor iedereen weggelegd. Ploegen die pas in augustus voor het eerst het ijs op gaan, kunnen zich volgens hem minder fouten permitteren in de voorbereiding. “Zij missen de eerste aanloop op het ijs. Omdat ze later aan het seizoen beginnen, kunnen ze minder goedmaken. Het luistert allemaal heel nauw.”

Die verschillen in de trainingsopbouw belemmeren ook de kansen op gezamenlijke trainingen voor de teamonderdelen. Waar vorig jaar al op 13 juli de eerste massastartwedstrijd werd verreden, was dat dit jaar de dag dat de belijning gelegd werd. Met de wisselende schema’s is een gezamenlijke training lastig te realiseren. “Je zet iemand die voor het eerst weer op het ijs staat niet bij iemand die al tien schaatstrainingen in de benen heeft", aldus Coopmans. Om die reden volgen pas later in de zomer nog enkele trainingen voor de ploegenachtervolging.

Intussen is Esmee Visser blij dat ze vast heeft kunnen wennen aan haar nieuwe schaatsschoenen. “Het was wel echt weer leuk om te schaatsen”, zegt ze in een korte reactie. “Voor de mensen die zoveel moeite hebben gedaan voor het zomerijs vind ik het heel vervelend dat diegenen die er het meest om vragen er niet direct gebruik van maken. Maar ik ben de KNSB en Thialf wel heel dankbaar dat het zomerijs er weer ligt.” Net als veel andere schaatsers geniet ze nog even van een korte rustperiode. “Nu eerst een paar daagjes weg, voordat we dinsdag echt het zomerijs op gaan.”

Door Sjors Leek