Voor het eerst bevestigt het Duitse Antidopingagentschap (Nada) officieel de naam van oud-schaatser Robert Lehmann als verdachte in de bloeddopingzaak rondom sportarts Mark Schmidt. Dat meldt de Duitse krant Der Spiegel. Tegen de 35-jarige Lehmann is een procedure gestart door het nationale sporttribunaal voor mogelijke schendingen van anti-doping bepalingen.

De naam van Lehmann werd een maand geleden al achterhaald door de Duitse omroep MDR, maar werd toen niet bevestigd. De allrounder brak nooit echt door op mondiaal niveau, maar stond wel drie keer op de Olympische Spelen. Na het seizoen 2013/2014 beëindigde hij zijn schaatscarrière. Bij het olympisch trainingscentrum in Berlijn werkte Lehmann als trainer van de junioren. Naar aanleiding van de verklaring van de Nada is hij 'vrijgesteld' tot er duidelijkheid is in deze zaak. Tot nu toe heeft Lehmann geen commentaar gegeven op de beschuldigingen.

Bij het dopingnetwerk in Erfurt zijn ten minste 21 atleten uit acht Europese landen betrokken. De sporters die klant waren bij dokter Schmidt zouden afkomstig zijn uit vijf verschillende takken van sport, waaronder biatlon, wielrennen en schaatsen. De bal kwam aan het rollen na de documentaire The greed for gold van de ARD waarin voormalig langlaufer Johannes Dürr bloeddoping toegaf. Daarop volgden invallen tijdens de wereldkampioenschappen noordse nummers (langlaufen, schansspringen en combinatie) in Seefeld en bij Schmidt in Erfurt.

Nadat in maart bekend werd dat een Duitse schaatser betrokken zou zijn bij de zaak spraken Patrick Beckert en Nico Ihle zich direct uit. De schaatsers wilden openheid van zaken en dat de naam kenbaar zou worden gemaakt. "Mijn hoop is vervlogen dat de door media geuite verdenking tegen Robert Lehmann ongegrond blijkt te zijn", reageert Moritz Geisreiter na de publicatie. "Nu moeten we afwachten wat er uit het onderzoek komt."

De Duitse Olympische Sportfederatie (DOSB) laat in een statement weten dat het nuttig en belangrijk was 'dat de beschuldigingen die openbaar zijn geworden, nu in concrete termen kunnen worden gecontroleerd en, indien nodig, de noodzakelijke sancties kunnen worden opgelegd door de procedure'. De overkoepelende organisatie verwacht dat de resultaten van het proces 'van groot belang zijn omdat ze van verder belang kunnen zijn voor de gehele anti-dopingstrijd'.