De WK Afstanden zijn nog maar net voorbij, maar het volgende internationale schaatstoernooi staat alweer voor de deur. In Thialf strijden de beste sprinters ter wereld komend weekend om de wereldtitel sprint. Met Gerard van Velde, coach van Team Reggeborgh, blikken we vooruit op het WK Sprint in Heerenveen. "Niets is mooier om als Nederlander wereldkampioen te worden in Thialf."

Na acht jaar wordt het WK Sprint weer in Nederland gehouden. Wat maakt zo'n toernooi in eigen land zo bijzonder?
"Er komt altijd heel veel publiek op zo'n evenement af. Een dag duurt bovendien maar drie uurtjes en dan kan je je kinderen mooi meenemen. Het is heel speciaal om in je thuisland een WK te schaatsen. Het aspect om meerdere afstanden te rijden voor een klassement op coördinatief zeer moeilijke afstanden blijft leuk om te zien en spectaculair."

Telde een WK Sprint voor jou vroeger zwaarder dan een ander toernooi?
"Na de Olympische Spelen vond ik dat altijd het mooiste toernooi dat er was, en dat vind ik nog steeds. Het WK Sprint gaat al heel ver terug, terwijl de WK Afstanden er pas later zijn bijgekomen. Als klein jongetje zat ik vroeger voor de televisie naar het WK Sprint te kijken en dacht ik: dat wil ik ook winnen. Ik heb 15 keer deelgenomen aan zo'n toernooi, maar heb hem helaas nooit gewonnen." (Alleen in 2003 pakte Van Velde het zilver achter Jeremy Wotherspoon).

Wat maakt het zo moeilijk om een sprintvierkamp te rijden?
"Je moet vier keer het beste van jezelf laten zien en dan is het een optelsommetje. De prestatiedichtheid is echter zo enorm. Je kan nog de beste zijn, maar één foutje kan je al de kop kosten. Ook al voer je na de eerste dag het klassement aan: hoe vaak is het wel niet gebeurd dat er uiteindelijk toch iemand anders won. Je moet vier afstanden geconcentreerd blijven en het gas er goed ophouden. Het is de uitdaging om daar goed mee om te gaan."

Foto : Huub Snoep

Jouw pupil Kai Verbij won twee weken geleden zijn eerste individuele wereldtitel door de 1000 meter overtuigend te winnen. Hoe staat hij er nu voor?
"Hartstikke goed! Maar hij staat er samen met een heleboel anderen heel goed voor. Pavel Kulizhnikov is voor mij de grote favoriet. Als je zijn snelste 500 en 1000 meter van dit seizoen pakt, wordt het voor de rest heel lastig om hem te verslaan."

Kulizhnikov pakte in Inzell geen individuele medaille. Staat Verbij dit weekend niet met veel meer vertrouwen aan de start, denk je?
"Misschien wel, maar het kan zijn dat de anderen daardoor nog alerter aan de start staan. Naast Kulizhnikov en Kai zie ik Havard Lorentzen, Kjeld Nuis, Hein Otterspeer, Viktor Mushtakov en de Japanners als kanshebbers. Laat ik het zo zeggen: wij rekenen op forse tegenstand en we zijn erop voorbereid dat er een gigantisch niveau wordt neergelegd. We mogen niemand onderschatten."

Vorig seizoen liepen zijn Spelen uit op een teleurstelling, mede vanwege een spierblessure die hij tijdens het OKT had opgelopen. Wat heeft dat met hem gedaan?
"Je leert altijd veel van gebeurtenissen die je overkomen. Tijdens het OKT raakte hij ongelukkig geblesseerd aan zijn bovenbeen en daardoor was hij net niet helemaal in topvorm in Pyeongchang. De 500 meter op de Olympische Spelen was zijn eerste wedstrijd sinds anderhalve maand. We konden daar niet te veel van hem verwachten. Als je zo hard rijdt in het voorseizoen en in december, doet dat natuurlijk wel wat met je. Het is ook een onderdeel van de sport dat je geblesseerd kunt raken en belangrijke wedstrijden mist."

Heb je hem sindsdien zien veranderen?
"Hij heeft ingezien dat het niet altijd vanzelfsprekend is dat je wint. Hij is bewuster, schaatst bewuster in de rondte. Hij is supergemotiveerd en geniet ervan om op dit niveau te rijden. Voor hem is het nu, zoals hij zelf ook zegt, pakken wat je pakken kan. Ieder EK of WK moet je met fluwelen handschoentjes aanpakken. Daar is hij zich nu wel bewust van."

Foto : Soenar Chamid

Hij zei in september dat hij vorig jaar geobsedeerd was door de Spelen en daardoor te weinig genoot van zijn titels. Na de overwinning op de 1000 meter twee weken geleden zag je de ontlading die je zelden bij hem ziet. Viel jou dat ook op?
"Je kunt op een WK niet van tevoren zeggen: ik ga hem even winnen. Een titel krijgt heel veel kleur, omdat de korte afstanden zo felbevochten zijn. Door die concurrentieslag zijn jongens superblij als ze winnen. Daarom is die strijd onderling zo mooi."

Na het WK Sprint is er nog een World Cup Finale in Salt Lake City en dan zit het seizoen er alweer op voor jullie. Vind je dat jammer? 
"Als het eenmaal oud & nieuw is geweest, gaat het snel. Ik ken het van vroeger: als je rond deze tijd nog vorm hebt, wil je dat graag laten zien en moet je dus opschieten. Dan maakt je extra zenuwachtig."

Als je terugkijkt op het seizoen van jouw rijders, kun je dan trots zijn op de prestaties die geleverd zijn?
"Absoluut. De ploeg heeft vanaf het begin van het seizoen behoorlijke stappen gemaakt. Dat iemand als Pim Schipper op zijn leeftijd (30 jaar) nog PR's rijdt (een 34'er op de 500 meter) vind ik hartstikke mooi. Voor Wesly Dijs voelde het halen van de World Cup als het bemachtigen van een WK-ticket. Michel Mulder liet af en toe weer zien erdoorheen te komen, maar moet dat nu nog meerdere wedstrijden achter elkaar laten zien. Ronald Mulder zit op een mooi niveau en Dai Dai N'tab gaat wat betreft de starts ook de goede kant op. We kunnen altijd verbeteren, maar dit niveau moeten we ook koesteren. Ja, ik ben absoluut een trotse coach."

Door Rijcko Treep - Laatste update op 22 feb om 16:47