De uitspraak maakt inmiddels deel uit van het vaste repertoire langs de skeelerbaan. Vaak met lichte irritatie in de stem uitgesproken na een onverwachte jurybeslissing of gevaarlijke situaties langs een dubieus wedstrijdparcours: "Dít is nou waarom skeeleren nog niet olympisch is!" Maar is dat eigenlijk wel zo? En wat moet er dan gebeuren om het inlineskaten op dat hoogste podium te krijgen?

Inlineskaten is een relatief jonge sport, ontstaan in 1924 (toen nog op rolschaatsen) en sinds 1977 waardig als lid van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Het eerste (officieuze) wereldkampioenschap vond plaats in 1937 in het Italiaanse Monza gehouden. Een jaar later werd de wegwedstrijd uitgebreid met het pistetoernooi. Destijds kwamen alleen de heren in actie op het WK. De eerste dames streden pas in 1954 om hun eerste wereldtitels. 

In 1992 werden de inlineskates geïntroduceerd, het onderdeel marathon aan het WK toegevoegd en deden de Nederlanders voor het eerst mee. Voor de de Zomerspelen van 2020 wist het skeeleren al de shortlist te bereiken, waarmee de olympische droom van deelname in Tokio ineens wel heel dichtbij kwam. Honkbal, karate, skateboarden, klimmen en surfen waren echter de grote winnaars. 

Voor het eerst in de geschiedenis heeft het inlineskaten desondanks toch een olympisch tintje gekregen tijdens de Jeugd Olympische Spelen (YOG) in Buenos Aires. Nadat de sport in 2014 in Nanjing mocht meedoen ter demonstratie waren ze er in 2018 officieel bij. 

Wat maakt een sport olympisch?
Voor een sport zichzelf in het olympische rijtje kan voegen moet ze voldoen aan een waslijst van ruim 30 voorwaarden, waaraan het inlineskaten - echt waar - allemaal voldeed om op de shortlist voor Tokio te komen. Ten eerste moet een sport worden erkend door het IOC, maar ook wereldwijde populariteit, intensieve dopingcontroles en een overkoepelende onafhankelijke organisatie zijn verplicht.

De sport moet vervolgens door de wereldbond, in dit geval World Skate, aangedragen worden bij het IOC, waarna deze én het organiserende comité van de volgende Spelen de sport moeten goedkeuren. Er wordt hierbij gelet op een variatie van dingen waaronder het imago en de ontwikkeling van de sport.

Sinds een verandering in het reglement in 2014 heeft het organiserende land daarnaast nog meer invloed gekregen. Door meer vrijheid in het samenstellen van het olympische programma krijgen ze de kans een nieuwe sport aan te dragen. Mochten de Spelen dus gehouden worden in een land waar de inlinesport populair is, zoals Colombia of Mexico, dan kan een lobby van de wereldbond wonderen doen.

Wat doen de internationale bonden om inlineskaten olympisch te krijgen?
De eerste bekende campagne van de FIRS (nu World Skate) om inlineskaten, ofwel roller speed skating, op de olympische agenda te krijgen dateert van 1984 (Los Angeles). De Amerikanen waren destijds sterk in hard- en kunstrijden op wieltjes. De FIRS wilde beide disciplines in LA introduceren, maar dat mislukte. In de decennia daarna zijn er altijd vergeefse pogingen van de FIRS geweest.

Begin 2000 leek het inlineskaten een kans te hebben toen de wereldbond deze discipline wederom als beste kandidaat van de roller sports naar voren schoof. Er waren echter nog twintig andere sporten die ook een poging deden, en destijds werd er juist getracht om het aantal sporten op de Spelen te verkleinen. Ook deze poging strandde. In het verleden en heden is een flinke groep skeeleraars overgestapt naar het schaatsen om hun olympische droom toch te verwezenlijken. Bekende voorbeelden zijn Günter Traub, K.C. Boutiette, Chad Hedrick, Francesca Lollobrigida, Michel en Ronald Mulder en Bart Swings. Nog altijd doet het veel talenten op ijzers én wieltjes kiezen voor het ijs.

De soms wat rommelige organisatie, botsingen met overstekende juryleden en andere onprofessionele aspecten van de sport die vaak als reden worden aangedragen zijn volgens Irmelin Otten, voorzitter van de Europese Rollerbond (C.E.C), niet de oorzaak van het uitblijven van de olympische stempel. "In het wielrennen gebeuren dit soort dingen ook nog steeds. Dat betekent natuurlijk niet dat het normaal is, maar het is niet de reden dat we niet olympisch zijn. We doen het sinds een aantal jaren gelukkig al veel beter; onze programma's tijdens het Europees kampioenschap zijn strak, we zijn zelfs heel strikt als het om de warming up-tijden gaat. Op wereldniveau ligt daar denk ik nog wat meer ruimte voor verbetering", bekritiseert ze voorzichtig aan het adres van World Skate.

Foto : Eline Hooghiemstra

We moeten het volgens Otten dus in een andere hoek zoeken. Zo verwacht zij dat nieuwe wedstrijdonderdelen naast populariteit voor de sport wel eens voor die olympische kwalificatie zouden kunnen zorgen. De afgelopen zomers doemden onder meer een 100 meter sprint op de weg en teamsprint op de piste op, maar het is een toekomstige mixed relay die in haar ogen het verschil kan maken. "In meetings met het IOC is gebleken dat de deur eerder opengaat voor sporten met gemixte onderdelen. Omdat veel federaties maar weinig deelnemers kunnen sturen naar een Spelen, één man en vrouw bijvoorbeeld, kun je gemixt alsnog een teamevenement houden."

"Verder is het belangrijk dat we een sterke competitie hebben. We hebben een Europa Cup, maar dat moeten we wat mij betreft in samenwerking met Zuid-Amerika en Azië gaan doen, waarna we dan een grote finale kunnen houden. Ik denk dat we zeker nog stappen kunnen maken, maar het blijft lastig in te schatten waar het IOC voor zal kiezen. Voor mij voelt het vooral als een grote race tegen het fanatisme van andere sporten."

Hoe liggen de kansen en wat kan Nederland zelf doen?
Naast het inlineskaten zijn er meer rollersporten die vechten om hun olympische kans, legt World Skate uit. De focus ligt daardoor niet in zijn geheel bij het inlineskaten. Zo wordt er bijvoorbeeld door het inline hockey hard gewerkt aan presentaties voor wanneer het IOC naar nieuwe sporten gaat kijken. World Skate probeert daarom de krachten te bundelen en moedigt alle leden van de rollersportcommunity aan om samen te werken aan een hogere kwaliteit voor competities, promotie en andere activiteiten.

"Het is belangrijk dat het IOC ziet dat rollersporten en daarmee inlineskaten populair zijn over de hele wereld: van supersnelle tot acrobatische disciplines. Er is een wereldwijd marketing- en promotieplan van kracht, maar nationale, regionale, lokale en individuele ondersteuning blijft essentieel", aldus World Skate.

Wat Nederland zelf kan bijdragen? "Denk aan promotie via de website van je eigen club, blogs, video's en al het moois waarmee je mensen enthousiast kunt krijgen over de sport. Petities en schriftelijke ondersteuning om het IOC te overtuigen dat we olympisch zouden moeten worden en natuurlijk zelf skeeleren. Laten we het IOC samen overtuigen dat we het waard zijn."

Door Maayke Grootscholten - Laatste update op 11 okt om 17:12