Een kwalificatietoernooi levert vrijwel altijd aangename verrassingen op en afgelopen weekend was Kars Jansman er een van. In Heerenveen reed hij zich op de langste afstand in de top vijf en mag hij zich op gaan maken voor zijn debuut in het wereldbekercircuit. "Ik doe nu wat ik leuk vind."

Via de Rabo Holland Cup/IJsselcup plaatste Jansman zich voor het World Cup Kwalificatietoernooi. In Thialf verbeterde hij vrijdag zijn beste tijd op de vijf kilometer, die hij begin oktober neerzette in Inzell (van 6.26,16 naar 6.22,02). Met zijn achtste plaats mocht hij vervolgens ook starten op de langste afstand. Op de 10.000 meter haalde Jansman liefst 47 seconden (!) van zijn persoonlijk record af. Zijn oude toptijd (13.48,80) stamde uit maart 2016.

"Hoe ik het voor elkaar heb gekregen? Daar loopt 'ie", zegt Jansman terwijl hij naar zijn trainer/coach Ron Neymann wijst. "Vorig jaar ben ik naar Bouw & Techniek gegaan. Bij de junioren was ik best een lange afstandsrijder maar aan het einde van die tijd ging het telkens wat minder." Als junior word je 'een beetje verplicht om te allrounden', maar daarvoor heb je wel een goede 500 meter nodig. De 23-jarige rijder uit Hellendoorn kreeg de afstand niet onder de knie. "Ik moest elke keer op de vijf kilometer zoveel rechtzetten. Sinds afgelopen seizoen heb ik gezegd: aan de 500 meter ga ik niks meer doen."

Voldoening
Aan de start staan van een 500 meter wetende dat het waarschijnlijk niet goed zal gaan, kwam het plezier van Jansman niet ten goede. "Nu start ik elke zaterdag op de marathon en is het koers. Het is goed voor je inhoud en nu dat zich uit begint te betalen, zijn deze langebaanwedstrijden ook fantastisch om te rijden. Dan geeft het heel veel voldoening en is het absoluut geen opgave om te trainen en naar de wedstrijden te gaan. Dat is het grote verschil. Ik doe waar ik goed in ben en wat ik leuk vind."

Foto : Soenar Chamid

Bij Team Bouw & Techniek verzette Jansman de voorbije twee jaar veel duurwerk. "Afgelopen zomer zijn we met het team het IJsselmeer rond gefietst. 260 kilometer met een gemiddelde van 38 kilometer per uur. Acht uur lang heb ik daar tegen m'n max gefietst en hier is het dertien minuten lang tegen m'n max aan schaatsen. Ik kan nu de rondetijden vlak houden en blijven gaan." Op vrijdag en zondag reed hij die vlakke rondjes laag in de respectievelijk 30 en 31 seconden. Zijn langzaamste ronde op de tien kilometer ging in 31,4.

"Ron had zaterdag al een marathon gehad en dat was een mooi feestje (teamgenoot Bart Swings won, red.). Dus hij zei: ik wil niet teveel doen op het ijs. Hij kon mooi de rondetijden laten staan, haha." Voorafgaand had Jansman een tijd van 13.05 in z'n hoofd. "Dat werd iets sneller", grijnst hij. "In het begin kon ik me mooi optrekken aan Marwin (Talsma, red.). Op een gegeven moment liet ik hem gaan en merkte ik dat ik die rondetijden kon blijven rijden. Vooraf in de kleedkamer zei Marwin: 'Wacht even, dan loop ik met je mee' waarna ik antwoordde: Straks ga ik niet op je wachten hoor!", vertelt hij lachend.

Debuut
Met de vierde plek dwong Jansman een startbewijs af op de tien kilometer en maakt hij in Polen (7-9 december) zijn World Cup-debuut. Op de 5000 meter staat de deur wellicht nog op een kiertje. Er staan drie mannen van Team easyJet voor hem, maar Jorrit Bergsma en Erik Jan Kooiman hebben vaderschapsverlof en blijven mogelijk thuis. Simon Schouten is geselecteerd op de mass start van de eerste World Cup en zal dan waarschijnlijk ook de vijf kilometer gaan rijden.

"De KNSB mag vijf rijders sturen dus ik hoop wel dat ze dat ook doen, maar ik ga me er niet al te druk om maken. Dan moet ik wel wat marathons laten schieten, zoals de vierdaagse, en dat doet pijn. Maar zolang de langebaan zo goed gaat als dit, kan ik dat niet laten gaan." Wat betreft de marathon staat het NK op 1 januari rood omcirkeld en focust Jansman zich op de natuurijswedstrijden in januari en februari. "Ik weet niet welke langebaanwedstrijden er dan zijn, zo ver heb ik nog niet gekeken, haha."

Door Anjuli Veltman - Laatste update op 11 nov om 11:54