Na haar eerste seizoen in Italië weet Marrit Leenstra één ding zeker: de trainingsaanpak van bondscoach Maurizio Marchetto werkt. De 28-jarige Friezin is naar eigen zeggen sterker én dichter bij de wereldtop gekomen. "Het ging heel goed, alleen waren de resultaten niet helemaal zoals gehoopt."

En hoe dat kan, is voor Leenstra ook een raadsel. Op het EK sprint ging het simpelweg ‘niet goed’, maar op de WK afstanden beschikte ze over een goede vorm. Toch eindigde ze in Zuid-Korea zowel op de 1000 meter als op de 1500 meter als vierde. "Dat was niet de bedoeling. Ik had op het podium willen staan", zegt Leenstra, die denkt dat het aan de racestrategie lag. "Misschien begon ik te snel."

Op de ploegenachtervolging stond ze echter wel op het hoogste treetje. Samen met Ireen Wüst en Antoinette de Jong bleven de Oranjedames slechts zeshonderdste boven het ruim zeven jaar oude wereldrecord. Ook in het wereldbekerklassement zag Leenstra zichzelf twee keer in de top drie terug. Op de 1000 meter werd ze derde en op de 1500 meter tweede. "Tijdens de wereldbekers ben ik altijd heel constant, ik sta er altijd. Nu is het zaak om iets extra’s op de grote toernooien te kunnen brengen."

Baselga di Pinè
Het leven in Italië bevalt haar heel goed. Samen met haar partner Matteo Anesi woont Leenstra in een mooi dorpje in het noorden van Italië. Maar of het leven in Italië heel anders is dan in Nederland? Nee, zegt ze. "In het noorden zijn ze een stuk nuchterder dan in het zuiden. Het is hier niet zo Italiaans zoals je in de films ziet, al hebben we op zondag wel bijna altijd een familiediner aan zo’n lange tafel. Dat is dan wel weer zoals in de film", lacht ze. Ook economisch is er een groot verschil tussen noord en zuid. "In het zuiden is meer werkloosheid, dat bepaalt ook de cultuur. Bovendien doen ze daar aan siësta’s, dat zie je in het noorden niet."

Baselga di Pinè is een dorpje dat op circa 1000 meter hoogte ligt. De temperatuur is vergelijkbaar met Nederland (‘ook hier regent het weleens’), maar de omgeving is dat niet. De bergen bevinden zich om de hoek. "Je kunt hier heel goed fietsen. En als we een keer een rustdag hebben, gaan we lekker in de bergen wandelen. Meestal pakken we de lift naar boven, anders is het bijna geen rustdag meer, haha."

Mini-vakantie! #genieten #hike #bergen #camping #lekkerwakkerworden #nofilter #trentino

Een bericht gedeeld door Marrit Leenstra-Anesi (@marritleenstra) op

De Italiaanse ploeg komt geregeld bij elkaar in het dorpje waar Leenstra en Anesi zich genesteld hebben. Leenstra was vorig jaar vaak de enige vrouw in de groep, maar daar is dit seizoen verandering in gekomen. Drie Italiaanse vrouwen hebben zich bij Marchetto aangesloten. "Ja, dat is wel gezellig, al train ik alsnog met de mannen. Het zijn vooral allrounders, maar daar kan ik supergoed mee trainen. Ik heb juist mensen nodig die met mij duur kunnen rijden. Ze gaan soms iets te snel, maar ik stop dan als ik klaar ben met mijn minuten."

Trainingsmethode
Onder de hoede van Marchetto kwamen meerdere schaatsers boven water drijven. Zo leidde hij onder meer Enrico Fabris en Roberto Sighel naar internationale successen. Marchetto was tevens de coach van de ‘Gouden Russen’ Denis Yuskov en Olga Fatkulina op de WK afstanden van 2013. Ook de Friezin hoopt op succes onder deze gerenommeerde coach. "Ik kan goed met hem opschieten", beweert Leenstra, die haar coach looft vanwege zijn trainingsmethode.

"Maurizio eist volledige inzet van iedereen, dat is prettig. Hij maakt bovendien hele goede programma’s waar wij als schaatsers niks aan hoeven te veranderen. In Nederland kun je iets meer overleggen over de programma’s, maar in principe is het bij hem: 'Dit is het en zo doen we het'. Dat geeft veel rust."

Maar dat is niet het enige verschil tussen de Nederlandse trainingsmethode en de Italiaanse. Volgens de olympisch kampioene wordt er in Italië harder getraind. "Het is zwaarder. We hebben bovendien minder rust, al kan dat ook een valkuil zijn. Daarom moet je goed naar je lichaam luisteren." Ook op het gebied van kracht heeft Leenstra een stap gezet. "Ik ben sterker geworden. Ik kan het gebruiken van mijn kracht langer volhouden. Ik ben blij dat dit het tweede jaar is, dat ik het vorige jaar in de benen heb. Daardoor ben ik nu iets frisser. Vorig jaar rond deze tijd was het de vraag hoe ik ervoor stond. Nu weet ik dat het werkt. Dat geeft vertrouwen."

When literally every day is leg day... #weights #squats #heavy #legday #training #schaatsen

Een bericht gedeeld door Marrit Leenstra-Anesi (@marritleenstra) op

Shorttrack
Nu de winter er weer aan begint te komen, maken de schaatsteams zich langzaamaan weer op voor de langebaan. Ook de Italianen (en Leenstra) zullen het ijs weer op gaan zoeken. De afgelopen periode was vooral veel conditioneel en krachtwerk, maar ook werd er geregeld getraind op de shorttrackbaan. "In de bocht liggen voor mij nog verbeterpunten. Op de rechte stukken ben ik een stuk beter geworden. Ik voelde bijvoorbeeld in de races tegen Heather Bergsma dat ik op de rechte stukken dichterbij kwam. Maar in de bocht liep ze dan weer bij me weg, dat is frustrerend. Daarom hebben we een aantal keer geoefend op de shorttrackbaan."

Hebben de shorttracktrainingen ook geholpen? "Nou, ik had laatst wel zo’n Eureka-momentje: ooh, dus zó moet het! Je weet soms niet hoe iets hoort te voelen. Nu is het afwachten of dat gevoel op de langebaan ook terugkomt", aldus Leenstra, die ook mentaal nog een flinke slag wil slaan. "Alles moet kloppen richting de Spelen."

Tot en met de Spelen is Leenstra onderdeel van het Italiaanse team. Ze heeft dit seizoen (wederom) financiële steun van twee privésponsors: Enie.nl en Trentino. Bovendien kan ze bij de nationale toernooien samen trainen met de rijders van het Gewest Fryslan. "Die zekerheid is heel fijn. Vorig jaar stak ik daar – onbewust – toch veel tijd in."

Medaille
Met die zekerheid hoopt de drievoudig wereldkampioene op de ploegenachtervolging zich komend seizoen via het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) te plaatsen voor de Olympische Spelen. Het zijn verreweg de belangrijkste twee toernooien van het seizoen voor Leenstra, die vier jaar geleden haar eerste Spelen meemaakte. In Sotsji werd ze destijds olympisch kampioen op de ploegenachtervolging met Ireen Wüst, Jorien ter Mors en Lotte van Beek. Dat kunstje hoopt ze volgend jaar in Gangneung graag te herhalen.

Ook individueel was Leenstra dichtbij succes in Sotsji. Op de 1500 meter eindigde ze net naast het podium op de ondankbare vierde plek. In Gangneung is Leenstra er dus op gebrand om voor het podium te gaan op de 1000 en 1500 meter. "Of een medaille realistisch is? Ja, ik sta internationaal vaak genoeg op het podium, dus waarom zou het niet kunnen?"

Toch is het tot op heden vaak net niet op de grote toernooien. Afgelopen seizoen werd ze dus twee keer vierde bij de WK afstanden (1000 en 1500 meter) en ook op het EK sprint viel ze net buiten het podium. "Tja, dat is nou eenmaal zo. Het zegt niet alles over mijn carrière. Het is jammer dat het er individueel nog niet is uitgekomen op een groot toernooi, maar daar gaan we komend seizoen verandering in brengen", besluit ze strijdvaardig.

Door Rijcko Treep - Laatste update op 15 sep 2017 om 09:18