Jan van Veen is sinds 1 februari in dienst bij de Duitse schaatsbond DESG, maar bij het ISU WK Allround zat hij tussen de fans op de tribune. Hij hoefde geen rondeborden vast te houden of schema’s uit te dokteren. “Ik ben hier om te observeren”, zegt hij.

De Nederlander gebruikt het laatste deel van deze winter om de balans in het Duitse schaatsen op te maken. De DESG heeft hem gevraagd om het hele stelsel van jeugd tot senioren door te lichten en opnieuw op te tuigen. Daar heeft hij tijd voor nodig.

Van Veen geniet de steun van de top van de bond om tijd te investeren en flink met de bezem door het Duitse schaatsen te gaan. Zonder die toezegging had hij niet aan het avontuur willen beginnen. “Ze hebben goed hun huiswerk gedaan en ze weten wat ze in huis halen”, zegt hij. “En het is zaak dat je van hogerhand dezelfde visie hebt en de vrije hand krijgt.”

Toch verwacht hij hier en daar wel wat tegenwind, want in principe is Van Veen niet de man van compromissen. “Ik ga ongetwijfeld nog wat strijd moeten voeren, maar ik word ook gesteund en dat er wat moet gebeuren is duidelijk.”

Tegelijkertijd beseft Van Veen dat hij niet als een olifant in een porseleinkast door de rangen van de DESG moet banjeren. “Ik snap wel dat ik anderen ook hun verantwoording moet geven. Zeker als het gaat om groepen van 6 tot 26 jaar. Daar heeft iedereen zijn eigen verantwoordelijkheden.”

Doorstroming

Al in juni had Van Veen contact met de DESG, maar pas per 1 februari kwam hij in dienst bij de bond. In de tussentijd voerde hij een aantal gesprekken. Uiteindelijk kwamen ze overeen dat hij steeds twee weken in Duitsland werkt en twee weken thuis kan zijn. Berlijn is in principe het hoofdkwartier voor Van Veen, maar in de praktijk zal hij ook regelmatig in Inzell en Erfurt zijn of op trainingskampen elders in de wereld.

De top in het Duitse schaatsen is smal en de doorstroming van talenten stokt. Naast veterane Claudia Pechstein, sprinter Nico Ihle en de in Nederland trainende Patrick Beckert zijn er weinig jonge rijders die doorstoten naar de internationale top. “Er zijn wel goede junioren, nog niet zo goed als in Nederland, maar wel rijders die het in zich hebben om verder te komen. Als het ze hier niet direct lukt om door te stoten dan komen ze in een soort vacuüm terecht.”

Nederlandse school

“Ik ga allereerst inventariseren hoe het er hier voorstaat. Kijken wat de aanpak is en wat het rendement daarvan is. Daarna gaan we een beetje de Nederlandse school introduceren.”

Die Nederlandse school is hard nodig, want al voordat hij in Duitsland aan de slag ging zag Van Veen een aantal zaken die in zijn ogen niet goed worden aangepakt. Van junioren tot senioren, overal wordt wel hard getraind, maar weinig divers. Het zijn rondjes, rondjes, rondjes. “Die monotonie moet eruit”, zegt hij. “Het is allemaal veel minder dynamischer dan in Nederland.” 

Het doel van Van Veen is om het Duitse schaatsen weer vlot te trekken. Daarom is zijn blik niet in eerste instantie op de Spelen van 2018 gericht, maar op de verdere toekomst. “De Duitse bond wil natuurlijk heel graag een medaille in 2018, maar het gaat ze wel degelijk om 2022. Ze zien in dat een verandering meer tijd behoeft dan een of twee jaar.”

Ambitie en passie

Dat de top smaller is in Duitsland en dat hij met rijders van minder kaliber te maken zal krijgen dan hij in Nederland gewend was, maakt Van Veen niet uit. Hij hoeft niet per se met de grootsten der aarde te werken.

“Het gaat me er niet om waar ik werk en met wie, als het maar mensen zijn met ambitie en passie. Voor de rest is het twee keer linksom”, vat hij nuchter samen. “Het gaat mij erom dat ik mensen beter kan maken. Dat is mijn drijfveer als trainer.”

Lees alles over het WK Allround op onze speciale pagina.

Door Erik van Lakerveld - Laatste update op 06 jul 2017 om 19:28