De KNSB heeft voor komend seizoen het licentiemodel voor topteams op de langebaan aangepast en ook het premiestelsel voor langebaanrijders bijgesteld. Volgens de schaatsbond is dat nodig om de topsportprestaties op weg naar de Spelen van 2018 en verder de kunnen waarborgen.

De KNSB verkeert in lastige tijden, erkent de schaatsbond in een persbericht, en is daarom genoodzaakt om een aantal zaken te veranderen. De eerste stappen zijn al gezet door flinke bezuinigingen binnen de bond. “De afgelopen twee jaar heeft de schaatsbond 3,5 miljoen euro bezuinigd, onder andere door een personeelsreductie van dertig procent. Maar er moet meer gebeuren”, schrijft de KNSB.

Licentiemodel

Een volgende stap ligt volgens de schaatsbond in het licentiemodel. De afgelopen jaren werd de wens uitgesproken om samen met teams en atleten te komen tot een ‘schaatsentiteit’, waarin de afspraken rondom commercie en topsport gezamenlijk genomen zouden worden. Die plannen zijn niet uitgekomen. De KNSB kiest daarom voor de komende twee jaar een meer traditionele route met het licentiesysteem. Wel spreekt de bond de hoop uit dat er in de verdere toekomst wel verder wordt gebouwd aan een ‘gezamenlijke visie op waardecreatie’.

In het nieuwe systeem kent de KNSB een licentie toe aan maximaal zes schaatsteams wanneer die ploegen voldoen aan een aantal organisatorische en sporttechnische criteria. Als zogenoemd ‘Topteam’ krijgt een ploeg hier vervolgens rechten voor terug. Het gaat dan om concrete afspraken, zowel sporttechnisch als commercieel, rondom bijvoorbeeld ijshuur, zichtbaarheid, hospitality en reis- en verblijfskosten. De kosten voor een licentie blijft voor een Topteam 100.000 euro, hetzelfde bedrag als de afgelopen jaren.

Helemaal definitief is het plan nog niet. “Het voorstel voor dit licentiemodel is mede ontwikkeld na gesprekken met Topteams, de Atletenvereniging en andere belanghebbenden. De komende periode is er ruimte voor feedback. In mei 2016 zal het model definitief zijn”, aldus de KNSB.

Premiepot

Een andere stap om de realiteit het hoofd te bieden is het terugschroeven van de premiepot. Schaatsers verdienen naast een salaris bij hun ploeg en prijzengeld van de ISU ook premies van de KNSB bij prestaties op internationaal niveau. Tot en met deze winter werden die premies uitgekeerd uit een pot van 1,1 miljoen euro. Die prijzenpot wordt teruggebracht naar 600.000 euro per jaar.

Volgens KNSB-directeur Theo Fledderus is het beperken van de premiepot en het aanpassen van de licentiestructuur een logisch gevolg van de financiële situatie waarin de schaatsbond verkeert en een manier om ondanks die tegenwind de topsport toch in stand te houden. “Als het gaat om topsport ligt de focus op het creëren van een stabiele basis voor het borgen van topprestaties”, zegt hij.

“Met alle partijen samen kijken we hoe we ons het beste kunnen aanpassen aan de huidige omstandigheden. We houden de voorzieningen voor topsport zo veel mogelijk in stand en het nieuwe licentiemodel draagt bij aan meer stabiliteit. Ook willen we de topschaatsers als belangrijkste ambassadeurs van de sport blijven belonen, wel wordt de premieregeling bijgesteld naar de huidige realiteit.”