Er is tijdens de tweede dag van het ISU-congres in Dubrovnik positief gereageerd op het voorstel van de KNSB om één keer in de vier jaar tussen de Winterspelen in een gecombineerd WK langebaan, WK shorttrack en WK kunstrijden te organiseren.

Het voorstel , naar een idee van Ard Schenk, is nog niet aangenomen, maar men stemde wel unaniem voor de resolutie die stelt dat er de komende twee jaar een studie naar dit zogeheten ISU Winter Festival wordt verricht, waarna het resultaat op het congres van 2018 ter stemming in wordt gebracht.

Volgens Arie Koops, technisch directeur van de KNSB dat het plan inbracht, was de aangekondigde studie vooralsnog het hoogste haalbare.  “Of een ISU Winter Festival haalbaar en levensvatbaar is, wordt verder onderzocht en daar zijn we blij mee.”

Atletencommissie

Een ander voorstel dat de Nederlandse schaatsbond samen met Zuid-Korea deed, werd wel gelijk aangenomen. Daardoor krijgt de ISU een eigen Atletencommissie die op zal komen voor de belangen van de schaatsers en de verbindende schakel moet worden tussen ISU en de atleten.

De Atletencommissie zal bestaan uit vijf atleten, waarvan uit elke ISU-discipline één atleet afkomstig is. Voorwaarde daarbij is dat de atleet in de afgelopen vier jaar moet zijn uitgekomen in een ISU-evenement. Tijdens de WK’s in 2017 stemmen de deelnemende schaatsers op een atleet in hun discipline, waarbij de ex-atleet met de meeste stemmen wint.

De Atletencommissie kiest uit haar midden zelf de voorzitter en vicevoorzitter. Daarnaast hebben alle leden van de Atletencommissie een zetel in de Technische Commissie van hun discipline, met stemrecht. De voorzitter van de Atletencommissie participeert ook in de councilmeetings.

Reacties Juffermans en KNSB

Cees Juffermans, voorzitter van de Nederlandse Atletenvereniging, is er blij mee dat het voorstel unaniem aangenomen is. “De sport moet vooruit, daar is iedereen van overtuigd. Met het instellen van een Atletencommissie en de benoeming van een ad-hoc commissie rondom marketing zet de behoorlijk conservatieve ISU een flinke stap voorwaarts”, laat hij weten.

“Atleten vormen het hart van de schaatssport. Het is daarom niet meer dan logisch dat ze hun mening en ideeën geven en betrokken worden in de besluitvormingen. Ze voelen ook als geen ander aan wat veranderingen voor gevolgen kunnen hebben voor hun sport, anders dan bestuurders, die er vaak toch anders naar kijken”, vervolgt Juffermans.

Ook bij de KNSB reageert men tevreden. “We hebben hier de laatste maanden met de ISU en veel andere landen uitvoerige gesprekken over gevoerd. Maar we moesten ons wel tot het laatst toe hard maken dat de schaatsers zelf hun vertegenwoordigers kunnen kiezen. Nu gaan we samen met de Atletenvereniging bekijken wie we gaan voordragen voor de verkiezingen”, aldus Manager Internationale Zaken Jenneke Bogerd.

Sponsoruitingen op pakken

Twee voorstellen voor meer sponsormogelijkheden bij schaatspakken zijn niet aangenomen. Nederland had net als twee jaar geleden het voorstel ingebracht dat bonden bij World Cups zelf mogen bepalen of hun rijders in identieke schaatspakken mogen rijden of in verschillende pakken qua kleur en design. Dit om de mogelijkheden voor sponsors van profploegen, zowel nationaal als internationaal, te vergroten.

Er zijn diverse mogelijkheden om zichtbaar te maken voor welk land de atleet uitkomt. De ISU-council heeft in aanloop naar het congres toch een negatief advies gegeven op dit voorstel, met als argument dat de ISU het te verwarrend vindt welke schaatser dan voor welk land uitkomt.

Een voorstel van de technische commissie kunstrijden van de ISU zelf om reclame op de kleding van de kunstrijders toe te staan, haalde het evenmin. “Kunstrijden is een artistieke sport en rijders dienen stijlvolle, elegante, verfijnde kleding te dragen. Niet te vergelijken met de ’uniformen’ bij de langebaan en het shorttrack”, was het argument van de ISU.