Tickets
Webshop
Tip

De wedstrijdvoorbereiding van Jan Smeekens

Tips en trucs voor warming-up op het ijs

Foto: Soenar Chamid

Voor veel professionele (langebaan)schaatsers zijn er grof gezegd twee fasen van een warming-up in het laatste uur voor een wedstrijd: het moment voordat de atleet op het ijs stapt en de voorbereiding daarna. In deze tips en trucs vertelt Jan Smeekens over zijn wedstrijdvoorbereiding op het ijs.

Bij Jan Smeekens begint de voorbereiding op de schaats tien minuten voordat hij aan de start moet verschijnen. Op dat moment zijn de spieren van Smeekens eigenlijk al warm. Dan is hij scherp, heeft hij al gelopen, wat sprongetjes gedaan en eventueel een sprintje getrokken. Maar er zat wel een pauze tussen, waarin onder meer het schaatspak moet worden aangetrokken en de schaatsen aangaan.

Smeekens: "Op het ijs doe ik dan niet veel meer, want ik wil al mijn energie in mijn race leggen, niet in mijn voorbereiding." Een atleet wil dat zijn spieren voordat hij moet starten opgewarmd zijn, dat voelt prettig en voorkomt blessures. "Maar het echte werk moet pas in de race gebeuren."

IJsgevoel

Smeekens rijdt in die tien minuten een paar duurrondjes, niet te hard. Het doel: warm worden, ijsgevoel krijgen. Daarna volgt een snelle steigerung, dat is een oefening waarin een atleet de snelheid geleidelijk opvoert. Steigerungs kunnen variƫren in lengte. Voor een wedstrijd gaan schaatsers vaak voor een versie die maximaal tweehonderd meter is. Smeekens kiest voor korter, al zorgt hij dat hij aan het einde van zijn steigerung altijd nog een stukje van de bocht loopt.

"En als er nog tijd voor is, doe ik een glijstart", zegt Smeekens. Een glijstart is een start waarbij een schaatser eerst een paar slagen in diepe zit extreem rustig schaatst en vervolgens ietwat omhoog springt en fel aanzet, als bij een start. Doordat een schaatser op dat moment al op gang is, kost het minder energie dan een start uit volledig stille stand. De glijstart van Smeekens is nooit langer dan tien meter.

Smeekens: "Die warming-up is belangrijk voor de aansturing in je hoofd. Het patroon moet erin zitten. Hoe diep ik wil zitten, welk ritme ik wil rijden. Als ik dat er goed in heb zitten, gaat het in de wedstrijd waarschijnlijk net zo."