Tickets
Webshop
Tip

Shorttrack: Alles wat je moet weten over het rechte eind

Bondscoach Jeroen Otter legt uit

Foto: Sander Chamid

Het rechte stuk bij shorttrack lijkt zo op het eerste oog onbelangrijk. Het bestaat slechts uit twee slagen. Maar, klopt die eerste indruk wel? Coach Jeroen Otter vertelt.

Er is een nieuwe trend ontstaan in schaatstechniek voor het rechte stuk. Je ziet dat rijders op het rechte stuk beide schaatsen aan het ijs houden, ook wel de pompbeweging genoemd.

Bij de pompbeweging blijven de schaatsen op heupbreedte op het ijs en slechts een deel van het lichaamsgewicht wordt van het ene been naar het andere verplaatst, waardoor zo nodig een 'duwafzet' kan worden gecreëerd. In tegenstelling tot een normale schaatsslag blijft het lichaamszwaartepunt tussen beide benen in. "In principe is de snelste weg rechtdoor. Wanneer het ijs goed glijdt verlies je weinig snelheid. Is het ijs minder goed, dan zal je het lichaamszwaartepunt meer verplaatsen en dus meer 'pompen' ", zegt Jeroen Otter, bondscoach van de Nationale Selectie. 

Vooral uit tactisch oogpunt kan de pompbeweging handig zijn. "Je wilt voorkomen dat je op het verkeerde been wordt gezet. Omdat je bij de pomp met beide schaatsen op het ijs blijft, kun je nog twee kanten op. Je kunt dus sneller reageren en daardoor beter je positie verdedigen."

Otter: "Doordat het lichaamszwaartepunt tussen je benen blijft, haal je niet het meeste uit je slag. Als je efficiëntie vertaalt naar snelheid, dan is de efficiëntie van de pomp dus niet zo hoog. Maar wél als je efficiëntie vertaalt naar positionering in de groep. En dat is waar shorttrack om draait." Ook bij een inhaalactie kan de pompbeweging praktisch zijn. Olympisch kampioen Apolo Anton Ohno is daar een meester in. Hij kan vanuit de pomp op links een bocht ingaan en zo extreem hangen dat hij in het begin van de bocht heel scherp draait. Bovendien maakt hij zich daardoor heel smal, waardoor de inhaalactie slaagt.

Andere lijn

Door de kleine baan bij shorttrack worden rijders bij een hogere snelheid of het opzetten van een inhaalactie gedwongen om een andere lijn te rijden. "Bij de aflossing gaan rijders vroeger de bocht in. Ze gaan eerder hangen en gebruiken deze valbeweging voor het genereren van snelheid. Twee slagen de bocht in en twee of drie de bocht uit. Daardoor wordt het rechte stuk korter", aldus Otter. Ook in deze situatie wordt de pompbeweging vaak ingezet. De tussenslag wordt dan meer gebruikt als een soort rustpunt, waarmee rijders zich op de juiste plek op de baan positioneren voor de volgende bocht.

Soms wordt het uitvoeren van een normale slag op het rechte stuk zelfs onmogelijk voor rijders, door hun positie in de race. Bij inhaalacties buitenom is er simpelweg geen plaats om een normale slag te maken of de groep dwingt de rijder bewust zover naar buiten dat het onmogelijk wordt. Bovendien wordt het daardoor voor de inhalende rijder lastiger om de bocht goed op te zetten en voldoende snelheid te generen voor een geslaagde passeerbeweging.

Jouw manier van rijden

Ook op andere manieren kan het rechte stuk gebruikt worden om de race naar jouw hand te zetten. "Wanneer je vermoeid raakt op bijvoorbeeld een 1500 meter kun je ineens vier slagen maken op het rechte end. Dat is moeilijk schaatsen voor de rijder achter je en andere schaatsers zijn dan eerder geneigd om achter je te blijven. Bovendien moet een inhalende rijder mee in jouw slag, anders botsen de schaatsen", vertelt Otter. "Je moet proberen jouw manier van rijden op te leggen aan de anderen. Dat is het mooie aan shorttrack, het gaat om wie voorop blijft. Niet om de tijd."  

Voor jeugd en rijders die niet in de absolute top schaatsen ziet Otter geen voordeel van de pompbeweging. "Zelfs bij de dames zie je het internationaal al veel minder. Hun topsnelheid ligt lager, de rechte stukken blijven langer (in relatie tot de snelheid) en dus ga je minder snel 'pompen'. Pas wanneer je bijna geen tijd meer hebt voor het rechte stuk kan je gebruik gaan maken van de pomp."