Tickets
Webshop
Tip

De inhaalactie: met deze 7 tips word jij de volgende Sjinkie Knegt

Oud-shorttracker Cees Juffermans deelt tips en trucs

Foto: Tim Buitenhuis

Shorttrack is een spektakelsport. Snelheid, durf, uithoudingsvermogen en tactiek, het komt allemaal samen. En inhalen gebeurt door de kleinste gaatjes. In 7 tips en trucs legt oud-shorttracker Cees Juffermans uit wat de vereisten zijn voor een goede inhaalactie tijdens een shorttrackwedstrijd.

Juffermans was geruime tijd de beste shorttrackschaatser van Nederland, maar na de Spelen van Turijn in 2006 besloot hij over te stappen naar de marathondiscipline. Inmiddels schaatst Juffermans niet meer, maar de sportliefhebber volgt veel shorttrackwedstrijden nog steeds op de voet.

1. Denk vooruit
Een juiste inhaalactie begint vrijwel nooit spontaan, weet Juffermans. Het is een strategie die eigenlijk al een halve ronde van tevoren wordt ingezet. 
"Daar begint het nadenken, het bedenken hoe je anderen gaat passeren."

2. Zoek de ruimte
"Voordat iemand begint met inhalen is het belangrijk dat er een klein beetje ruimte is. Als ik achter iemand rij, ga ik even snel als mijn voorganger. Maar om hem voorbij te gaan, moet ik de ruimte hebben om snelheid te kunnen maken en hem daarna daadwerkelijk te passeren."

3. De inhaalactie: binnen- of buitenom
Inhalen kan op twee manieren. Juffermans noemt Sjinkie Knegt als voorbeeld van iemand die het inhalen heel goed beheerst. "Hij passeert makkelijk binnendoor. En Jorien ter Mors knalt er juist weer vaak buitenom", zegt Juffermans.

Maar bij de laatste methode hoort ook een groter risico. "Als de schaatser die aan de binnenkant zit, daarop reageert en naar buiten gaat, kan degene die wil inhalen klem raken met de boarding. Maar Jorien heeft zoveel snelheid dat zij dat risico vaak makkelijker kan nemen. Iemand die buitenom gaat, moet dat ook met zoveel mogelijk snelheid doen."

4. Doe het zo snel mogelijk
Welke manier de schaatser ook kiest, na het inhalen is het belangrijk dat de schaatser zo snel mogelijk direct voor de ingehaalde schaatser rijdt. "Als je er voorbij bent, snij je af. Dan ga je naar rechts of naar links. Zo zorg je dat een ander er niet voorbij kan en dat je zelf weer goed de volgende bocht in kunt gaan."

5. Inhalen kan op elke plek
De keuze voor de plaats in de baan waar een schaatser begint met inhalen, maakt volgens Juffermans niet uit. Inhalen kan op elke plek. Maar het ligt volgens hem het meest voor de hand om een inhaalactie te beginnen in het laatste gedeelte van de bocht. "In de eerste bocht bedenken waar je bij bocht twee wilt rijden. Dat is waar het om gaat."

6. Weet wat achter je gebeurt
Een vooruitziende blik is dus van belang. Evenals een blik de andere kant op. "Het is ook belangrijk dat je je realiseert wat er achter je gebeurt, voordat iemand ertussen steekt. Je moet een beetje ogen in je achterhoofd hebben."

7. Veel oefenen
Deze 'ogen' in het achterhoofd worden ontwikkeld door veel te oefenen. Juffermans adviseert om veel wedstrijden te rijden. En er aandacht aan te besteden door verschillende trainingsvormen. "Het inschatten van acties van anderen achter je, dat gevoel, dat leer je alleen te ontwikkelen door het veel mee te maken en te oefenen."