Tickets
Webshop
Tip

De bocht volgens Jeroen Otter (deel III)

Foto: Sander Chamid

In de vorige tips en trucs vertelde shorttrackbondscoach Jeroen Otter over de belangrijke waarden voor een goede bocht. Zo doceerde hij over het aansnijden van de bocht en het toepassen van zwaartekracht in de schaatstechniek. In dit derde deel legt Otter uit over de houding in de bocht.

Het is een stukje biomechanica. Niet heel ingewikkeld, vindt Otter. Allereerst kijkt hij naar de zwaarste punten van het menselijk lichaam. Wat weegt veel? Een hoofd is zwaar. Een borstkas bevat zes liter lucht, dus dat weegt niet veel.

Billen en dijen zijn daarentegen wel weer zwaar, daar moet een sporter zich van bewust zijn. Een kleine correctie van de houding van bijvoorbeeld billen en dijen heeft een groter effect dan het veranderen van de positie van een borstkas.

Grapje

Otter staat regelmatig op een leeg blikje cola. Een voet bungelt dan los in de lucht, het andere rust evenwichtig op het stukje blik, dat rechtop en volledig in tact onder zijn schoenzool staat. Het is het grapje waarmee hij keer op keer de aandacht van zijn kinderen weet te vangen. De ogen van Otter glinsteren. "Die vinden het prachtig en begrijpen er niks van. Mijn zoon van negen knijpt het blikje zo fijn, maar hij ziet papa er wel op staan."

Maar ook zijn schaatsers zijn bekend met de aanblik van hun coach op een blikje frisdrank. Het is techniekles op speelse wijze. "Als ik met mijn volle gewicht op het blikje sta, gebeurt er niks. Maar tik ik de zijkant even aan, dan verschrompelt het blikje direct en sta ik vervolgens op de grond. Dat betekent dus dat als je die krachtlijnen perfect door die rand laat komen, dat blikje ongelofelijk sterk is en je alles kunt doen. Dat is hetzelfde met schaatsen."

Krachtlijn

Otter tekent een lijn op papier en wijst ernaar. "Als je een lichaamszwaartepunt hebt, moet je de krachtlijn dus door de gewrichten laten gaan", zegt Otter. Veel schaatsers zijn geneigd dit fout te doen. Dan staat een knie bijvoorbeeld meer naar binnen van die lijn, terwijl die er in het ideale geval recht onder hoort te staan.
 
Simpelweg geldt het volgende: de teen, knie, heup en romp hoort op een lijn te staan. Zodra delen van het lichaam buiten die krachtlijn komen, maakt een schaatser zichzelf minder stabiel. Daar zijn ook verschillende gradaties in. De meest onhandige technische fout op dit gebied volgens Otter: "De heup naar buiten plaatsen. Dan laat een schaatser zijn afzet weglopen. Dat is echt dodelijk."