Masterstudente Janneke Blaauboer doet onderzoek naar sportblessures in het wedstrijdschaatsen op de langebaan. De fysiotherapeute probeert te achterhalen welke blessures wedstrijdschaatsers oplopen en waar deze kwetsuren ontstaan. Opvallend genoeg is dat lang niet altijd op het ijs.

“Voor mijn masteropleiding sportfysiotherapie wilde ik graag onderzoek doen binnen mijn sport: schaatsen. Daarom heb ik contact gezocht met de KNSB,” vertelt Blaauboer. “Toen heb ik besloten te gaan onderzoeken hoe vaak sportblessures voorkomen in het wedstrijdschaatsen, want daar bleek nog helemaal niet veel over bekend te zijn.”

Uit een eerder onderzoek naar schaatsen in het algemeen op veiligheid.nl bleek dat bijna alle schaatsblessures ontstaan door een val. De voorlopige resultaten uit de studie van Blaauboer tonen juist het tegenovergestelde aan: slechts zeer weinig van de bij Blaauboer gemelde kwetsuren is veroorzaakt door een tuimeling op het ijs.

Geen parallel

Blaauboer: “Veiligheid.nl baseert zich op schaatsers die met een blessure binnengekomen zijn op de spoedeisende hulp. Daarnaast hebben ze een vragenlijst onder allerlei schaatsers verspreid. Zij keken bijvoorbeeld ook naar duosporters en trimschaatsers. Een zeer diverse groep qua niveau dus. Daardoor zijn de resultaten heel anders dan in mijn onderzoek naar wedstrijdschaatsers. Een parallel tussen de resultaten over schaatsen in het algemeen en de wedstrijdschaatser is dus niet te trekken.”

Want bij de groep die Blaauboer onderzoek, de wedstrijdschaatsers, lijkt vallen niet de grote veroorzaker van problemen. “De verwachting was dat er veel botbreuken en dergelijke als gevolg van een valpartij gemeld zouden worden. Maar toen ik in december de voorlopige resultaten analyseerde, bleek dat niet het geval. Toen hadden 270 langebaanrijders zich gemeld waarvan 80 een blessures hadden opgedaan door schaatsen of trainen voor schaatsen. Van die 80 blessures waren er 36 opgelopen bij ijstrainingen en daarvan slechts twee veroorzaakt door een val.”

Diverse sportbelasting

Blaauboer heeft wel een verklaring voor het grote aantal blessures dat buiten het ijs ontstaat. “Een eigenschap van schaatsen is natuurlijk dat er ook veel buiten het ijs getraind wordt, omdat ijs nu eenmaal niet altijd beschikbaar is. Schaatsers hebben daarom een heel diverse sportbelasting. Het onderzoek toont tot nu toe dan ook aan dat de meeste blessures tijdens zomer- of krachttrainingen ontstaan.”

Het onderzoek van Blaauboer loopt nog het hele schaatsseizoen. Ze nodigt licentiehouders en wedstrijdrijders daarom van harte uit om ervaringen te delen. “Ook als rijders geen blessures hebben of in een andere schaatsdiscipline actief zijn, zou het heel mooi zijn als ze de enquête invullen Het geeft een mooi beeld van de trainingsvormen en –uren van wedstrijdrijders.” Klik hier om deel te nemen aan het onderzoek.

Door Marieke de Ruijter - Laatste update op 06 jul om 18:22