De basis
Het is heel simpel. De schaatser die als eerste over de finish komt na het vooraf bepaalde aantal ronden is de winnaar.

  • Ploegen bestaan uit maximaal zes schaatsers (vier bij de dames en beloften) en rijders uit de ploegen mogen elkaar helpen.
  • Een wedstrijd duurt altijd 80 ronden (Dames), 100 ronden (Beloften) of 125 ronden (Heren).
  • Een schaatser met een ronde achterstand op het peloton (de grootste groep in de wedstrijd) moet de wedstrijd verlaten.
  • Schaatsers mogen elkaar niet (op)duwen, maar wel voor of achter elkaar rijden om te helpen.

Finish

  • De eerste rijders in de wedstrijd rijden altijd het vooraf bepaalde aantal ronden.
  • Als er een kopgroep is dan finisht het peloton eerder. Afhankelijk van de grootte van de kopgroep is dat 2, 5 of 10 ronden voor het einde van de wedstrijd (zie reglementen KNSB). De winnaar van deze sprint wordt geklasseerd als eerste rijder na de kopgroep.
  • Als de kopgroep geen ronde voorsprong heeft, maar bijvoorbeeld 100 meter voorsprong, dan finisht het peloton niet eerder.

Teamplay
Marathonschaatsen is meer en meer een teamsport geworden en vaak offeren schaatsers hun kansen volledig op voor hun kopman. Dat kan een schaatser op verschillende manieren doen.

  • Terug laten zakken om er voor te zorgen dat de koploper bij het peloton komt. De ploeggenoot gaat dan voor de aanvaller rijden om hem uit de wind te houden.
  • Teamgenoten van de koplopers kunnen nieuwe aanvallers terughalen door hard op kop te rijden van het peloton. Op deze manier wordt voorkomen dat nog meer rijders een ronde voorsprong nemen.
  • Ploeggenoten kunnen ook de aanvallers helpen om nóg een ronde voorsprong te halen.
  • Let op: Rijders uit verschillende ploegen mogen elkaar niet op deze manier helpen.

De volledige wedstrijdreglementen vindt u hier.