Zelf sporten: Marathon

Hoe zit dat? Het perfecte trainingsschema

Door Wieteke Cramer

Het perfecte schema voor een schaatser. Bestaat dat eigenlijk wel? Leonard Zonneveld heeft ons de vraag gesteld wat het perfecte schema zou zijn als hij komend jaar zijn tijden als Master wil verbeteren. Schaatsen.nl is om de tafel gegaan met trainer Peter Kolder. In 2011/2012 jaar zal hij samen met Renate Groenewold een damesteam trainen en coachen.


Peter Kolder, hier als coach bij LIGA

"Volgens mij bestaat het perfecte schema niet. Je kunt het individueel wel zo perfect mogelijk maken. Wij werken dit jaar met zeven rijdsters, waarvan er vijf gaan focussen op allroundschaatsen en twee echte rassprinters zijn. Bij de meiden zie je onderling al een groot verschil in het schema"

"Zo zullen de allrounddames veel meer omvang draaien dan de sprinters. Daar bedoel ik mee, langer inline-skaten, grote afstanden op de fiets, langere intensieve trainingen. Bij de sprinters is dat niet noodzakelijk, maar ook niet mogelijk. Iemand als Thijsje Oenema heeft als sprinter een klein motortje en die haalt geen voordeel uit lange stukken skeeleren. En het is ook niet nodig. Ze hoeft namelijk maar 38 seconden te racen."

Blokken

"Als je een schema bekijkt kun je het opdelen in blokken van zes weken. Ik zou adviseren om te beginnen met een eerste blok omvang. Lekker fietsen en lopen. Het kost even wat meer tijd, maar je legt een goede basis. Naarmate de zomer vordert worden de trainingen steeds specifieker. Dus gericht op schaatsen. Oftewel ‘in de hoeken zitten’. Dit kan door schaatsimitaties, schaatssprongen, maar vooral ook krachttraining."

"Die training wordt nog wel eens vergeten, terwijl die heel belangrijk is voor de opbouw van spiermassa. Ook intensieve trainingen, zoals bijvoorbeeld intensief duur op de fiets of skeeleren komt meer voor op het schema. Blokken van acht tot tien minuten rond je omslagpunt* fietsen is zo’n training."

Een heel schema bepalen is natuurlijk lastig, maar ik denk dat voor iemand als Leonard  vooral de specifieke schaatstrainingen het verschil kunnen gaan maken.”

* Omslagpunt: Overgang van aerobe (met zuurstof) naar anaerobe (zonder zuurstof) inspanning. Boven je omslagpunt zal de verzuring intreden.